31 oktober 2014

Gamification: spelend leer je meer!

Leerlingen: ze kunnen zich niet concentreren, ze zijn niet gemotiveerd… Tot je ze met veel toewijding urenlang een game ziet spelen. ‘Vertaal die aantrekkingskracht van games naar het onderwijs’, zegt Sem van Geffen. Hij schreef er een boek over: ‘Gamification in de klas’.

(Dit artikel verscheen eerder in TPO Magazine.)

‘Fifa en Call of Duty’, antwoordt Van Geffen als ik hem vraag naar zijn eigen favoriete games van dit moment. Hij is van 1981, maakte de opkomst mee van de game-industrie, van de Super Nintendo en Mario naar games op de PC en het internet. Na een korte loopbaan in het basisonderwijs is hij nu trainer en ontwikkelaar bij het Koning Willem I College in Den Bosch. ‘Ik ondersteun docenten bij het meer eigentijds maken van hun lessen, zoals door het introduceren van spelvormen.’

Spelletjes in de klas… moet leren dan per se leuk zijn?
‘Toen ik op de pabo zat, dacht ik veel terug aan mijn eigen schooltijd, het eindeloze “pak een boek, maak opgave x”, elke les weer. Zo wilde ík het niet gaan doen als leerkracht. Het korte antwoord op je vraag is daarmee: ja. Leren begint met plezier hebben, met motivatie.
In spellen zitten allerlei slimmigheden om precies dat te bewerkstelligen. Ze geven je heldere, uitdagende doelen, laten voortdurend zien hoe ver je bent om die bereiken. Ook bieden ze een aantrekkelijke context, zoals een verhaal of casuïstiek. Bij Stratego gebeurt dat door het verhaal van een veldslag, bij Call of Duty doorloop je een compleet Hollywood-verhaal, waarin jij de opdracht krijgt de slechterik uit te schakelen. Wij mensen houden van verhalen, ze vangen onze aandacht.
Bij spellen gaat het steeds om de interactie: met anderen of met het spel zelf als je bijvoorbeeld tegen de computer schaakt. Er zit altijd een competitie-element in. Bij goede spellen is er daarnaast nog sprake van een speleconomie: je kunt iets verdienen of verliezen dat daadwerkelijk waarde voor je heeft.’

Op YouTube vind je beelden van gamers die woest met hun toetsenbord of tafel slaan. Gamen is kennelijk niet altijd leuk.
‘Games kunnen inderdaad enorm frustreren. Een goed gemaakt spel zorgt er echter voor dat je uitgedaagd wordt, maar dat je tegelijkertijd wel dat volgende level kunt halen. En dat is precies wat je ook in het onderwijs wilt bereiken: leerlingen prikkelen, zodat ze net dat stapje extra maken.’

Gamification in de klas: hoe ziet dat er uit?
‘Allereerst: gamification van het onderwijs is niet hetzelfde als het inzetten van computer games in de les. Het gaat ook niet om het opleuken van een saaie les. Gamification is het toepassen van spelprincipes om leren motiverend en effectief te maken. Begin eerst met het bepalen van je doelen. Wat wil je je leerlingen leren? Bij die inhoud kies je een passende spelvorm. Voor het ene thema of vak werk je met een rollenspel, voor het andere met een quiz of een bordspel.
Ik adviseer leraren om vooral klein te beginnen. Doe eens een kennisquiz of bedenk een competitie, waarbij je de klas in twee groepen verdeelt. Of start vanuit een bestaand gezelschapsspel. Kijk, hier heb ik het spelbord van Mens-erger-je-niet. Stel, ik verzorg een les economie. Ik geef de stippen op het spelbord een kleurcode. Aan elke kleur koppel ik spelkaarten. Rode kaarten zijn dan bijvoorbeeld opdrachten, zoals: leg aan je medespelers uit wat een kosten-baten-analyse is. Een goed antwoord levert een kleine beloning op. Je mag bijvoorbeeld nog een keer met de dobbelstenen gooien.’

Ik zie het voor me. Maar werkt het altijd?
‘Zeker niet, het gaat altijd weer over doseren en variëren. De hele dag bij elke les Mens-erger je-niet spelen is natuurlijk stomvervelend. Als je als team van leraren met gamification aan de slag gaat, zul je daarom onderling af moeten stemmen wie wat toepast.
Je zult verder een spel moeten maken of gebruiken dat gewoon goed is. De opdrachten moeten uitvoerbaar, duidelijk en relevant zijn. En het spel moet aansluiten bij de doelgroep, hun leeftijd, wat ze aankunnen.’

Stratego, Mens-erger-je-niet… hoe zit het met de inzet van digitale spellen?
‘Als de technologie aanwezig is, kun je uiteraard games inzetten in de klas. Docenten en scholen ontwikkelen die echter over het algemeen niet zelf. Ze zijn dus afhankelijk van het bestaande aanbod.
Je kunt digitale media wel gebruiken om een fysiek spelconcept te ondersteunen. Leerlingen voeren dan in een digitale leeromgeving een discussie, schrijven reflecties of leveren de opdrachten in. Je kunt deze acties belonen met ‘badges’, de eigentijdse variant op de sticker die je op de basisschool kreeg als je je werk goed had gedaan. Of met punten. Een slim spelconcept bied je vervolgens de mogelijkheid die punten te verzilveren in iets dat je weer kunt gebruiken in het fysieke spel. Dat je bijvoorbeeld je tegenstander mag dwarszitten door een pion of speelstuk weg te nemen.
Voor deze aanpak zijn volop goed uitgewerkte, gratis te gebruiken toepassingen beschikbaar, zoals de gamification plugins voor een platform als WordPress.’

Ik heb het idee dat gamification in het onderwijs nog nauwelijks is doorgedrongen. Wat is je ambitie?
‘Ik hoop dat mijn boek ertoe bijdraagt dat leraren zich verder gaan ontwikkelen op dit terrein. Dat ze beginnen met een simpel spelletje galgje van vijf minuten. Dat ze daarna eens een app als Kahoot! uitproberen, waarmee leerlingen antwoorden op vragen kunnen geven via hun smartphone. En als dat naar meer smaakt, dat ze eens een spelvorm uitproberen die een heel lesuur vraagt. Het hoogste level? Dat is wat ik “curriculum design” noem. Daarbij giet je volledige lesprogramma’s in spelvormen.
Mijn persoonlijke missie is om leraren onderweg naar dat hoogste level te ondersteunen en uit te dagen. Daarbij wil ik ze ook met elkaar in contact brengen. Ik heb daarvoor een online platform ingericht waar leraren kennis, ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen. Zelf het wiel uitvinden kost te veel tijd. Doe het dus samen.’

‘Gamification in de klas. Ontwerpen met het mission start model’ van Sem van Geffen is uitgegeven door het Koning Willem I College in Den Bosch. Het boek is onder andere verkrijgbaar bij Bol.com en Managementboek.

24 oktober 2014

Tweede ronde in gesprek over alcohol en drugs in de Beerzen

Beer wuerzburger hofbraue v.jpg
"Beer wuerzburger hofbraue v"
by Christian "
VisualBeo

HorvatOwn work
Licensed under CC BY-SA 3.0 
via Wikimedia Commons.
Een kleine twintig ouders, vertegenwoordigers van verenigingen, de horeca, onderwijs, politiek, welzijn en overheid ontmoetten elkaar op woensdag 15 oktober in de oude bibliotheek in Middelbeers. Onder begeleiding van Beerzenaren én ouders Herm Kisjes en Erno Mijland gingen ze in dialoog over het thema alcohol en drugs. Doel van de avond was om voortbordurend op een eerdere avond in juni te komen tot concrete ideeën voor preventie.

Groepsdruk
Een van de thema’s van de avond was het kunnen omgaan met groepsdruk. Die druk wordt ervaren door jongeren (de ‘vriendengroep’), maar ook bij volwassenen. Als je je als volwassene bijvoorbeeld strikt wilt houden aan de leeftijdsgrens voor alcohol van 18 jaar, krijg je soms te maken met ‘til er toch niet zo zwaar aan’-reacties. Bijvoorbeeld van ouders van kinderen in een vriendengroep, maar ook als verantwoordelijke in een vereniging. Als ouders, verenigingen enz. meer één lijn zouden trekken, zou dat helpen.
Een van de conclusies van de avond is dat we jongeren en ouders moeten leren hoe je niet zwicht voor groepsdruk. Het gaat dus niet alleen om kennis van de risico’s, maar ook weten hoe je omgaat met die druk. ‘Hoe zeg je nee?’ noteerde een van de subgroepen. Je zou een campagne of activiteit kunnen starten met de titel ‘Nee = Oké’. Het helpt ook binnen bijvoorbeeld verenigingen leden expliciet een document te laten ondertekenen waarin ze beloven zich aan de normen en waarden op het gebied van drugs en alcohol te houden.
Leuke alcoholvrije feesten en activiteiten dragen ook bij om te laten zien dat je ook ‘fun’ kunt hebben zonder drank. Club Soda in Best is een voorbeeld.

Voorlichting
Goede voorlichting is belangrijk. Door dit structureel - bijvoorbeeld jaarlijks - aan te bieden sla je twee vliegen in één klap. Je bereikt meer jongeren en ouders op het moment dat het thema actueel wordt. De vroege puberteit is een belangrijke fase: ze zijn nog niet begonnen met alcohol en drugs en staan meer open voor informatie.
Ten tweede heb je als organisator minder last van de mogelijke beleving van het publiek dat de preventie-activiteit gedreven is door een incident of trend in je vereniging of organisatie. Het is immers een vast onderdeel van het programma.
De vraag blijft: hoe krijg je de ouders naar informatie-avonden die zich het minst bekommeren om de risico’s van alcohol- en drugsgebruik bij hun kinderen? Verplichten is moeilijk, maar je kunt wel ouderavonden op school organiseren, waarbij er ook ‘need to know’-informatie wordt gegeven. Wie wegblijft mist dan iets essentieels. Of ze verleiden met een aansprekend programma.

Schokkend of ludiek?
Wat werkt in die voorlichting? Moet je werken met ludieke acties of met confronterende boodschappen. Ludieke acties zijn bijvoorbeeld een Facebook-wedstrijd: ‘hoe zou ik eruit zien als ik teveel heb gebruikt?’ Of naar een Bests voorbeeld: 40 dagen zonder alcohol na carnaval. Of een prijsvraag via Twitter.
Harder van toon zijn de voorlichtingen door bijvoorbeeld de Eindhovense dokter Pelleboer van de alcoholpoli, die laat zien wat er met de hersenen gebeurt bij overmatig drankgebruik. Of de confrontatie met een ervaringsdeskundige, liefst iemand uit de eigen omgeving, bij wie het helemaal mis ging. Een van de deelnemers is zo’n ervaringsdeskundige. Hij heeft toegezegd mee te willen werken aan te organiseren activiteiten.
Ideeën uit de groepen waren verder onder andere het maken van een filmpje of een toneelstuk, het verspreiden van schokkende foto’s van hersenbeschadigingen. We moeten verschillende paden bewandelen: ludiek én schokkend.

Overheid
De rol van de overheid is belangrijk. Er moet meer gehandhaafd worden en risicovolle situaties moeten actiever worden opgespoord en benaderd. Denk aan het kamperen bij de boer dat erg populair is onder jongeren. In Reusel moet het kamperen bij de boer gemeld worden, waarna er een brief naar de betrokken boer gaat met de regels rond alcohol en drugs.
Bij het verlenen van evenementenvergunningen kan meer geëist worden van de organisator op het gebied van preventie. De gemeente kan ook actiever zijn door bij te organiseren bijeenkomsten over alcohol en drugs ouders actief te benaderen. In de gemeentelijke administratie is immers precies te zien wie ouder is van een kind in de relevante leeftijdsfase. Jongerenwerkers moeten hier vanuit hun opdracht een regisserende en deels uitvoerende rol oppakken.

Beers model
Deelnemers pleiten voor het hanteren van het Beerse model als het gaat om preventie voor alcohol en drugs. Dat wil zeggen: betrekken en medeverantwoordelijk maken van zoveel mogelijk partijen binnen de Beerse gemeenschap, zoals verenigingen, hulpverlening, vrijwilligers enzovoort. Vanuit die gedachte gaat een aantal deelnemers als groep aan de slag met het organiseren van een eerste informatiebijeenkomst. Herm Kisjes zal het initiatief nemen om te komen tot een afspraak. De geopperde ideeën worden meegenomen in dit vervolgtraject.

18 oktober 2014

'I know nothing': de kunst van leren organiseren in een vak dat je niet beheerst

Kun je kinderen iets laten leren binnen een vakgebied waarin je zelf niet of weinig thuis bent?

Een relevante vraag, bijvoorbeeld voor al die leerkrachten op basisscholen die steeds vaker te horen krijgen dat ze kinderen moeten leren programmeren, terwijl ze nog nooit ook maar het kleinste stukje code hebben geproefd.

Voor wie de school nog ziet als een pomp waar leerlingen naartoe moeten gaan om met hun emmertje het schaarse water van kennis te komen halen, luidt het antwoord waarschijnlijk 'nee'.

Maar er is iets veranderd de afgelopen 15 jaar. Het internet kwam razendsnel op en overspoelt ons nu met een tsunami van informatie: van wikipedia-lemma tot tutorial op YouTube. Met die overvloed aan 'water' slaan die pomp en dat emmertje nergens meer op. Als scholen relevant willen blijven, moet onderwijs meer worden dan 'pompje spelen'. Leerkrachten én leerlingen zullen moeten leren surfen op de golven. Maar betekent dat, dat je de vraag nu met 'ja' kunt beantwoorden?

Ja.

Als het goed is, is de leerkracht op veel kennisgebieden natuurlijk verder dan diens leerlingen. Dat is belangrijk. Maar veel belangrijker: de leerkracht is een pedagogisch-didactisch expert, heeft de wijsheid die bij het ouder zijn hoort en is in zijn houding en gedrag een rolmodel. Dat - samen met de oneindige toegang tot kennis en mensen met kennis (denk bijvoorbeeld ook eens aan een gastdocent voor inbreng van specifieke expertise) - stelt hem of haar in staat ook onderwijs te organiseren op gebieden, waar hij/zij niet erg in thuis is.

Op het gebied van ict en programmeren komt daar nog iets bij. Veel kinderen doen buiten school spelenderwijs kennis op van ict: ze bouwen kastelen in Minecraft of programmeren hun Lego Mindstorm-robot. Zij zijn handig, de leerkracht is verstandig. Tel dat bij elkaar op, zet kinderen vaker in de expertrol en maak van je klas een lerend netwerk.

Elke maandag begeleid ik een groep van twaalf kinderen van 10 tot 16 jaar met ict-activiteiten: een computerclub. Ik laat de kinderen zelf projecten bedenken en oppakken. Ik weet best wat van programmeren, maar de kinderen weten op vele deelgebieden meer dan ik. Ik faciliteer en stimuleer, maar als het om kennis gaat speel of ben ik Manuel uit Fawlty Towers: 'I know nothing'. Om ze vervolgens te verwijzen naar een clubgenoot of naar het internet. En daarbij de hoge verwachting te uiten dat ze de oplossing zullen vinden. En dat ik benieuwd ben, nieuwsgierig naar die oplossing. Het werkt. Zij leren veel, ook over hoe je vraagstukken zelfstandig oplost. Ik leer mee.

Om Manuel te kunnen zijn, moet je wel durven loslaten. Bijvoorbeeld door te 'accepteren dat leerlingen programma's maken waar de leerkracht van tevoren niet zelf aan gedacht heeft', zoals docent informatica Mariëlle Stoelinga vandaag in Trouw stelt (lees via Blendle).

Ik heb misschien gemakkelijk praten. Een club is een relatief vrijblijvende setting ten opzichte van een school. Aan de andere kant: ik zie wat er allemaal geleerd wordt, ook als ik 'I know nothing' zeg. En veel leren, dat is toch het idee van school?

14 oktober 2014

Kennis delen gaat vanzelf...

“Kennis delen gaat vanzelf in Society 3.0, welk onderwijs hebben wij (nu) nodig om samen Society 3.0 te bouwen?” 

Met die vraag gaan we morgen aan de slag in Seats2Meet in Utrecht. We, dat zijn Claire Boonstra van Operation Education, John Moravec, auteur van Knowmad Society, Maurice de Hond van Steve Jobsscholen, Hedwyg van Groenendaal van Prezi University, Jan Fasen van scholengemeenschap Agora en Heyy en ik.

In de aanloop naar de bijeenkomst werd alvast een prikkelende vraag de digitale ether ingeslingerd: hebben we straks nog wel onderwijs nodig? Ik geef alvast mijn antwoord: 'Ja, maar wel ánder onderwijs.'

Het kerndoelenboekje voor het primair onderwijs formuleert drie functies van onderwijs:

  • het draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen;
  • het zorgt voor overdracht van maatschappelijke en culturele verworvenheden en
  • het rust kinderen toe voor participatie in de samenleving
Als kennis delen steeds meer vanzelf gaat, heeft dat effect op deze drie functies:
  • Op het gebied van persoonlijke ontwikkeling kunnen (en moeten) we veel meer tegemoet komen aan individuele talenten, belangstelling, mogelijkheden van kinderen.
  • In onze 'fundamenteel gemedialiseerde samenleving' (Raad voor Cultuur, 2005) zijn media - naast het onderwijs - erg belangrijk geworden in de overdracht van maatschappelijke en culturele verworvenheden. Onderwijs zal hierop positie moeten innemen, bijvoorbeeld door veel meer aandacht te geven aan mediawijsheid en door belangrijke verworvenheden die ondergesneeuwd dreigen te raken in het mediageweld over te brengen (het culturele palet uit te breiden).
  • Kinderen die nu starten op de basisschool, zullen vanaf ongeveer 2030 als medeverantwoordelijke burger hun steentje moeten gaan bijdragen. Toegerust worden voor een snel veranderende samenleving vraagt van het onderwijs om na te denken welke kennis, vaardigheden én attitudes nodig zijn om mee te kunnen blijven doen. Daarbij gaat het overigens niet alleen om werk, maar om burgerschap, duurzaamheid en betekenisvol leven. 
Kennis delen gaat vanzelf. Elke dag komen er nieuwe mogelijkheden bij: tutorials op YouTube, MOOC's, betaalbare hardware. Om hier slim gebruik van te maken, zijn twee dingen nodig:
  • Een stevig kennisfundament. Denk aan taalvaardigheid, rekenen, maar ook principes begrijpen van bijvoorbeeld natuurkunde, biologie en programmeren. Je zult moeten begrijpen hoe de wereld om je heen werkt om hem verder te kunnen gaan verkennen.
  • 'Hogere autodidactiek', ofwel leren hoe je gebruik kunt maken van het feit dat kennis halen en brengen vanzelf gaat. Dit gaat wat mij betreft verder dan leren leren.
Ik ben benieuwd naar de dialoog morgen!

08 oktober 2014

MakersBuzz: piano spelen op bananen



In Brabant rijdt sinds 2 juli de MakersBuzz rond: een transportbusje vol 3D-printers, een lasersnijder, een folieplotter en andere nieuwe technologische producten. Doel: kinderen én volwassenen kennis laten maken met de mogelijkheden van de wereld van het maken.

Vroeger haalden kinderen nog wel eens een radio uit elkaar. Het leverde waardevolle kennis op over hoe zo’n apparaat werkt en wat er allemaal in zit: een transistor, een luidspreker, een potmeter. Een hedendaagse smartphone bewaart haar technische geheimen in micro-elektronica, verpakt in stevig kunststof. Ja, je kunt een video maken op de computer of zelfs een virtueel kasteel bouwen, maar wat je ook maakt: je kunt het niet zomaar aanraken.

‘Maker Movement’
De zogenaamde ‘Maker Movement’ wil het fabriceren van en knutselen aan dingen weer een prominente plek geven. Maar dan met eigentijdse technologie, zoals de 3D-printer. ‘We zien een rol voor bibliotheken, als verzamelplek van kennis, om deze ontwikkeling een stimulans te geven’, zegt Angeliek van der Zanden tijdens de presentatie van de bus in juli van dit jaar. Van der Zanden is senior adviseur educatie van Cubiss, de organisatie die de MakersBuzz beheert. ‘Bibliotheken kunnen de bus voor een dag of een dagdeel op locatie laten komen, waar bezoekers vervolgens kennis kunnen maken met de apparatuur, ermee spelen en experimenteren.’

Fablab
‘Wat mij betreft is dit nog maar een begin, de pioniersfase’, vertelt Van der Zanden. ‘We willen straks ook naar de scholen. Daarvoor moeten we nog wel goede programma’s ontwikkelen. Als het gaat om technologie en techniek, mag het onderwijs zich langzamerhand wel eens achter de oren krabben. Scholen moeten toch de aansluiting blijven houden met dit soort ontwikkelingen én met de belangstelling van kinderen. Een ideaal? In elke bibliotheek een fablab, een plek waar mensen samen ervaring kunnen opdoen met eigentijdse technologieën, met het ontwerpen en realiseren van producten en het bedenken van nieuwe toepassingsmogelijkheden.’

Piano spelen op bananen
Kun je piano spelen op bananen? Jazeker, dat kan. Je gebruikt hiervoor bijvoorbeeld de Makey Makey, een van de apparaten die in de MakersBuzz gedemonstreerd worden. Het gaat om een printplaatje dat je via de USB-poort koppelt je aan je computer. Met gekleurde kabeltjes verbind je de bananen aan de verschillende ingangen op het plaatje. Vervolgens geef je in een programma aan welke actie de computer moet uitvoeren als een banaan wordt aangeraakt. Een pianoklank weergeven bijvoorbeeld. Het werkt allemaal via geleiding. Om de Makey Makey te bedienen raak je niet alleen de banaan aan, maar houd je tegelijkertijd een stekkertje tussen je vingers. Zo vorm je een circuit, waar stroom doorheen kan.

De juf vindt er niks aan
Leuk idee, maar wat vindt de doelgroep ervan? Ik vroeg het enkele kinderen tijdens de presentatie van de bus. ‘Ik vind de 3D-printer het leukst’, vertel Jelle uit groep 7 van basisschool ‘t Ven. Geïnteresseerd kijkt hij toe hoe de printer in dunne laagjes een sleutelhangertje opbouwt. ‘Je kunt er heel precies dingen mee maken. Ziet er echt perfect uit. Ik kan in Minecraft wel van alles bedenken, maar dat kun je niet vastpakken.’ Een 3D-printer op school, dat ziet klasgenoot Tom wel zitten. ‘Je moet altijd eerst iets ontwerpen en daar kun je je ruimtelijk inzicht mee oefenen. Je zou je eigen Madurodam kunnen namaken, met bijvoorbeeld zo’n Amsterdams grachtenhuisje. We krijgen nu maar twee keer per jaar techniekles. Dan komen onze ouders helpen, want de juf vindt er niks aan.’

De MakersBuzz is aanwezig tijdens Make IT Happening op dinsdag 14 oktober in Eindhoven. Op deze bijeenkomst staat het stimuleren van computerclubs in de stad centraal.

Meer informatie over de MakersBuzz vind je hier. Dit artikel verscheen eerder in een andere vorm in mijn kanaal op TPO Magazine, ook te lezen via Blendle.

07 oktober 2014

Make IT Happening: oog voor jongeren met belangstelling voor technologie

Sinds enige tijd begeleid ik als vrijwilliger een computerclub in mijn woonplaats Middelbeers. Ik hoor van de kinderen terug dat er op hun scholen in het basis- en voortgezet onderwijs nauwelijks aandacht is voor ict en programmeren.

Een gemiste kans, vind ik. Niet alleen omdat de arbeidsmarkt schreeuwt om getalenteerde mensen op dit gebied. Technologie speelt ook een steeds grotere rol in de samenleving als geheel. Wie niet kan programmeren, wordt geprogrammeerd, zegt de Amerikaanse publicist Douglas Rushkoff daarover.

Met een computerclub, cursussen of keuzeprogramma’s op school bied je jonge mensen met belangstelling voor technologie kansen om spelenderwijs hun talent te ontwikkelen.

Onlangs ben ik met Maud van Zandvoort van Wij de School een project gestart: Make IT. De ambitie: vijf computerclubs voor kinderen en jongeren in Eindhoven op 31 december 2014.

De komende maanden willen we organisaties en individuen ondersteunen bij het opzetten van computerclubs, gelinkt aan scholen, jeugdwerk, wijkcentra en woonvormen voor jongeren. Dat doen we met advies, kennis, toegang tot relevante netwerken en middelen. Het project is mede mogelijk gemaakt door Schoolnet Eindhoven, waarin de Eindhovense scholen en de gemeente participeren.

Tijdens de Make IT Happening op dinsdag 14 oktober presenteren we de plannen. De bijeenkomst in de Boiling Room aan de Oranjestraat 2A in Eindhoven duurt van 19.00 tot 21.00 uur en is bedoeld voor iedereen die zich wil oriënteren op de mogelijkheden om deel te nemen aan een computerclub, die aan de slag wil als organisator of begeleider of die een bijdrage wil leveren vanuit een bedrijf of organisatie.

Naast enkele korte presentaties zijn er dinsdag voorbeelden te zien van activiteiten die in computerclubs worden gedaan, zoals het werken met een programmeerbare robot, 3D printers en een digitale piano met bananen als toetsen. Bibliotheekondersteuningsorganisatie Cubiss is aanwezig met de Makersbuzz, een bus vol technologie. Verder is er volop gelegenheid om kennis te maken én plannen te smeden.

Deelname is gratis, aanmelden kan via www.wijdeschool.nl.

29 september 2014

Technotalent stimuleren met computerclubs in Eindhoven

Gastles bij de computerclub in Middelbeers
Eindhoven is dé stad van technologie en innovatie. En een stad die nog veel meer zou kunnen doen voor kinderen en jongeren van 10 tot 27 jaar met een (latente) belangstelling voor ict, programmeren en techniek. Er is het economisch belang om te investeren in technologisch talent, maar ook het sociale belang om kinderen en jongeren te laten uitblinken in waar ze goed in zijn.

Vanuit het Netwerk Leren in Eindhoven is het idee ontstaan om te komen tot een aantal computerclubs in de stad. Onder het label Make IT gaan we hieraan een impuls geven door:
  • het helpen opzetten van computerclubs, gelinkt aan scholen, jeugdwerk, wijkcentra en woonvormen voor jongeren;
  • het ondersteunen van deze startende clubs met kennis, netwerken en middelen.
Tijdens de Make IT Happening op dinsdag 14 oktober van 19.00 tot 21.00 uur kunt u kennis maken met het fenomeen computerclub en presenteren we de plannen om de totstandkoming van computerclubs in de stad een impuls te geven.

De avond wordt georganiseerd door Wij de School, waarin ik samenwerk met Maud van Zandvoort. De bijeenkomst is bedoeld voor iedereen die zich wil oriënteren op de mogelijkheden van een computerclub, die aan de slag wil als organisator of begeleider of die een bijdrage wil leveren vanuit een bedrijf of organisatie. Het programma bestaat uit een kort inhoudelijk programma, waarna er gelegenheid is om kennis te maken én plannen te smeden.

Deelname is gratis. Locatie: Boiling Room, Oranjestraat 2A, Eindhoven
Meer informatie en aanmelden: www.wijdeschool.nl.

16 september 2014

Studie-uitval voorkomen: hoe doe je dat?

Rosemarie Moonen
Elk jaar haalt ruim een kwart van de studenten in het hbo de propedeuse niet. ‘Slecht voor de betrokken studenten, maar ook voor de opleidingen’, zegt Rosemarie Moonen van Fontys Hogescholen in het interview dat ik met haar had. Thema van het gesprek was hoe onderzoek kan helpen om antwoorden te vinden voor deze problematiek.

Aanleiding voor het interview is het feit dat Rosemarie op dinsdag 30 september een presentatie houdt over dit onderwerp op het congres Kijk op Onderwijs | Het vergroten van studiesucces en -rendement met marketing. Het congres vindt plaats in het gebouw van Canon Nederland in ‘s-Hertogenbosch. Deelname aan het congres is kosteloos.

Je leest het interview onder andere op Blendle.
  1. Heb je nog geen account op Blendle? Maak er een aan en ontvang direct € 2,50 leestegoed. Daarmee lees je het interview en nog zo'n tien andere artikelen uit Nederlandse en internationale kranten en tijdschriften alvast gratis. Het aanmaken van een account is niet moeilijk, maar mocht je eerst even uitleg willen, bekijk dan deze YouTube-video.
  2. Heb je een account, ga dan direct naar het interview. Er wordt € 0,28 van je leestegoed afgeschreven.
Na het lezen kun je het artikel onder de aandacht brengen (delen) van andere Blendle-gebruikers of via sociale media (Twitter, LinkedIn, Facebook) of e-mail.

14 september 2014

Een fout die bijna iedereen maakt op Twitter

Ruim dertienduizend tweets, bijna zeven jaar op Twitter. En dan toch nog iets ontdekken dat je niet wist...

Rutger Bregman wees me er fijntjes op nadat ik een tweet verstuurde, waarin ik verwees naar een televisie-uitzending waarin hij te zien is. Ik begon die tweet met zijn accountnaam @rcbregman.


Een tweet die begint met een accountnaam is alleen te zien voor degenen die zowel jou als de betrokkene volgen. Maar deze was bedoeld voor al mijn volgers. Om die allemaal te bereiken, plaats je bijvoorbeeld een punt aan het begin van de tweet:


Uiteraard kun je ook de zin omgooien, zodat die niet meer met de accountnaam begint.

Gelukkig vond ik op internet uitleg over dit gegeven in een blog met als titel 'The One Mistake Almost Everyone Makes'. Sta ik niet alleen in mijn hemd. Een grappige case in elk geval voor mijn workshops over sociale media ; )

13 september 2014

M@LT: mediawijsheid voor leerkrachten

Hoe kun je beoordelen of je een bron kunt vertrouwen? Wat plaats je wel en wat niet op sociale media? Hoe gebruik je internet optimaal voor je eigen deskundigheidsbevordering? Het zijn enkele van de vragen die aan bod komen in het online pakket M@LT.

M@LT is een gratis onderdeel van Teachers Channel bedoeld om leerkrachten te helpen bij het werken aan hun eigen deskundigheid op het gebied van mediawijsheid.

Het pakket bestaat uit een competentie-assessment en een e-learning cursus. Op basis van de resultaten van het assessment, krijgt de deelnemer een advies voor het volgen van een of meer van de vier e-learning modules begrip, gebruik, communicatie en strategie. Dit zijn thema's uit het veelgebruikte competentiemodel mediawijsheid van Mediawijzer, dat als onderlegger heeft gediend voor de e-learning modules, die twee uur (module gebruik en strategie) of drie uur (module begrip en communicatie) in beslag nemen.


Aan M@LT hebben organisaties en adviseurs op het gebied van mediawijsheid meegewerkt. Ook ik heb een steentje bij mogen dragen.

Aan de slag met M@LT? Dit is wat je moet doen...
  • Ga naar https://teacherschannel.nl.
  • Maak een gratis account aan door rechtsbovenin op 'Log in' te klikken en rechtsonder via 'Registreer' een nieuw account te creëren.
  • Als je bent ingelogd, ga je in de blauwe horizontale menubalk naar 'Assessments'.
  • Daar kies je de 'Competentieset Mediawijzer'. 
  • Volg de instructies en maak het assessment.
  • Match je resultaten met de algemene maatstaf geldend voor PO/VO-leerkrachten.
  • Volg het opleidingsadvies door (een van) de e-learning cursussen van M@LT te volgen. Je kunt deze gratis aanschaffen door op 'Voeg toe' te klikken naast de overkoepelende opleiding.
  • Je vindt de materialen vervolgens terug bij 'Mijn opleidingen' onder de button 'Mijn Teachers Channel' in het blauwe horizontale menu.