30 augustus 2014

Beerse ict-club is leren van elkaar

We zijn ondertussen met zijn tienen. Negen jongens - ja, helaas alleen nog jongens op dit moment - van 10 tot 18 jaar. Ze reageerden op mijn oproepje in het lokale sufferdje. Ik ben de initiatiefnemer en begeleider. Een 48-jarige die ooit wat geprutst heeft met Basic, vlot is met HTML en in het algemeen redelijk handig met computers, maar allerminst een expert op het gebied van programmeren en het openmaken van kastjes met via kleurrijke draadjes verbonden onderdeeltjes. Die, zeg maar, bij het begrip 'micro-elektronica' vooral terugdenkt aan hoe dat woord klonk uit de mond van Chriet Titulaer, maar in de jaren negentig overstapte naar de comfort zone van Apple.

En de jongens? De een zit nog op de basisschool, speelt games, maar wil eigenlijk wel wat constructievers kunnen met een pc. De ander heeft zojuist een Wii-controller geschikt gemaakt als afstandbediening voor een Raspberry Pi-computertje. Oh ja, en hij wil wel eens proberen of hij Linux op mijn oude iMac kan installeren. Ze hebben een matelose interesse voor een vakgebied dat voor de toekomst uitermate relevant is, maar dat op school nauwelijks aandacht krijgt. N=10.

Elke week komen we bij elkaar. We hebben dan een challenge als hoofdactiviteit: haal een pc uit elkaar, monteer de onderdelen op een plank, sluit de boel weer aan en kijk of je het ding aan de praat krijgt. Een soort reverse engineering. Of: dit is de app en website IFTTT.com. Bedenk een nuttige toepassing. Of: bouw een database met de gegevens van de leden en presenteer hun adressen op een Google Map.

Tijdens de bijeenkomsten is er ook ruimte om samen een probleempje op te lossen of ideeën te bespreken. Zo is er een lokale ondernemer die wel een app wil hebben. Kunnen we die maken en moeten we er een vergoeding voor vragen? Of: wie heeft er nog een werkende monitor staan?

We leren allemaal. De clubleden leren van de gastdocenten en van elkaar. Samen zoeken we naar goede bronnen op het internet. Zoals Codecademy dat gratis online cursussen biedt om de basics van programmeertalen te leren. Ik doe mee, meestal in een net wat lagere versnelling. Als begeleider hoor ik bovendien van alles over de laatste trends (games kopen via Steam) en leer ik mee als we een gastdocent hebben.

Het is erg leuk om mijn achtergrond als docent op deze manier in te zetten: met een razend gemotiveerde groep ('Hé jongens, moeten we niet een keer pauzeren?') samen op ontdekkingsreis. Voor de manier van begeleiden laat ik me vooral inspireren door het SOLE-concept van professor Sugata Mitra. Ook gebruik ik mijn netwerk. Ik probeer de jongens uit te dagen de lat net wat hoger te leggen, vindt de zoektocht om continu rekening te houden met verschillen in kennis en ervaring razend interessant. En geef ook aandacht aan sociale vaardigheden ('Hé joh, geef die gastdocent even een hand.') en andere nuttige competenties: een kasboek bijhouden, een subsidie aanvragen enzovoort.

De jongens hebben zelf de naam voor de club bedacht: Beers' Hackwerk (waarbij hacken in de oorspronkelijke betekenis is bedoeld!), een knipoog naar een belangrijke industrie in de regio. Voor de komende maanden hebben we een mooie startsubsidie ontvangen van Puur voor Jongeren. Mocht je nog tips hebben voor activiteiten, een leuk idee voor een challenge, laat het weten via een comment op deze blog.

(De ict-club komt ook terug in mijn bijdrage aan het komende maand te verschijnen boek 'Onderwijshelden'.)

28 augustus 2014

Leven met Parkinson dankzij Deep Brain Stimulation

Ik heb altijd al een bijzondere belangstelling gehad voor levensverhalen. Daarom was ik blij met de vraag, ruim een jaar geleden alweer, van dorpsgenoot Jan Mulders. Of ik hem wilde helpen met het redigeren en uitgeven van het boek dat hij aan het schrijven was over zijn ervaringen met de ziekte van Parkinson en de Deep Brain Stimulation-operatie die hij heeft ondergaan.

Het boek is klaar. Een nieuwe titel op de plank van InnoDoks Uitgeverij. Titel: 'Van 28 tabletten naar DBS. Leven met Parkinson na Deep Brain Stimulation'

Het verhaal: op 39-jarige leeftijd werd bij Jan (1959) de ziekte van Parkinson vastgesteld. Parkinson is een ziekte waarbij de zenuwcellen in de middenhersenen langzaam afsterven. Deze zenuwcellen zijn belangrijk omdat ze de stof dopamine produceren. Dopamine zorgt ervoor dat het lichaam de juiste ‘bevelen’ krijgt om de opdrachten van de hersenen uit te voeren, zoals die om te lopen of iets vast te pakken. Parkinson is een progressieve ziekte: de symptomen worden langzaamaan ernstiger. Genezing is nog niet mogelijk. Behandeling en medicijnen zijn er dan ook op gericht om de symptomen te bestrijden en zo de kwaliteit van leven van de patiënt te verbeteren.

Na jarenlang pillen slikken vond Jan dat die kwaliteit van leven voor hem steeds meer in het gedrang kwam. Na enig zoekwerk en investeren in een second opinion ontdekte hij de mogelijkheid om in Antwerpen een Deep Brain Stimulation-operatie te ondergaan. Hierbij worden elektroden in de hersenen aangebracht. Deze technologie helpt de symptomen van Parkinson te bestrijden. 

Jan neemt de lezer mee in een kort, maar krachtig en zeer persoonlijk verhaal over zijn bijzondere ervaringen voor, tijdens en na de operatie.

'Parkinson: van 28 tabletten naar DBS, een leven voor en na deep brain stimulation' is een uitgave van InnoDoks Uitgeverij. ISBN 978-94-90484-07-1. NUR 402. Paperback, 48 bladzijden. Het boek kost € 14,95 en is onder andere verkrijgbaar in mijn webshop Boekenwerk.

22 juli 2014

Sociale media als hulp bij duiding van het nieuws

Sensatiezucht, misleiding, voyeurisme… als je de traditionele media mag geloven is de wereld van sociale media een poel des verderfs als het gaat om nieuws. Maar het ligt er natuurlijk maar aan hoe je sociale media gebruikt. Hoe kan de online wereld juist helpen bij het volgen en duiden van het nieuws?

Een zondagavond, 4 oktober 1992, een vrachtvliegtuig van de Israëlische maatschappij El Al stort neer op een flatgebouw in de Amsterdamse Bijlmer. De media doen verslag; internet is nog niet beschikbaar voor de gewone burger. We moeten het doen met krant, radio en televisie. Afgelopen donderdagavond, de ramp met vlucht MH17. Het begin van veel verdriet, maar ook van willen weten en willen begrijpen. De media doen verslag. Tegelijkertijd vult een tsunami van berichten de tijdlijnen op Facebook en Twitter. Inderdaad: veel sensatie, misleiding, voyeurisme. Maar ook verwijzingen naar nuttige bronnen, zoals een overzichtelijke analyse op de website van de New York Times die continu wordt geupdate. Wikipedia heeft vier dagen later een lemma over de ramp van 3000 woorden, met 70 verwijzingen. Kunnen sociale media helpen om het nieuws te volgen en te duiden? Ja, dat kan. Mits ze wijs gebruikt worden.

Meer ogen zien meer
Sociale media bieden toegang tot oneindig veel personen en organisaties: van de officiële kanalen van kranten en radio- en tv-zenders tot de Twitter-accounts van individuele professionele journalisten, zoals correspondent Olaf Koens. Maar ook het Facebook-account van een vriend wiens kritische meningen je waardeert of die ene Twitter-gebruiker die fanatiek de Russische media volgt en erover bericht. Het palet aan feiten, meningen en interpretaties is groter dan ooit. Overweldigend, verwarring brengend, maar ook helpend, verhelderend. Er zijn meer ogen die meer zien. En sociale media zijn snel. Kort na de toespraak van minister Timmermans voor de Verenigde Naties gisteren werd een audio-opname gedeeld. Ik beluisterde de indrukwekkende speech met in het achterhoofd de vraag waarom deze niet live uitgezonden werd bij de publieke omroep. Om meer te zien: volg (tijdelijk) een aantal onafhankelijke journalisten of deskundigen. Ik volg bijvoorbeeld sinds enkele dagen Geert Jan Hahn, die allebei is. Als slavist en freelance journalist schreef hij voor TPO Magazine een goede analyse over het inmiddels bekende beeld van de rebel met de knuffelaap. Met een invalshoek die andere media nog niet hadden gemaakt. Tegelijkertijd: ontvolg degenen die je in de war brengen of irriteren.

Durf te vragen
Waarom kennen wij geen dag van nationale rouw? Het klinkt alleszins als een oprechte vraag. Het onderwerp was op 18 juli nog niet uitgebreid ter sprake gekomen in de media, toen de vraag gesteld werd door Remco Beekmans op Twitter. Twitter is hét medium om een vraag voor te leggen aan een netwerk van volgers. Niet alles dat je wilt weten is immers (gemakkelijk) te vinden met een zoekopdracht in Google. De drempel om een vraag te stellen op Twitter is laag. Als je durft, want je wilt uiteraard niet onnozel voorkomen. Maar een goede vraag wordt gewaardeerd, bijvoorbeeld met een ‘retweet’, waardoor de kans op een goed antwoord groter wordt. Zeker als je ook nog de hashtag #dtv of #durftevragen gebruikt. Een van de antwoorden: 1962, de dag van de begrafenis van Wilhelmina, was de laatste dag van nationale rouw in Nederland.

Kritische, alerte meekijkers
Sociale media bieden toegang tot een schare kritische meekijkers. Stel, je keek gisteren naar de actualiteitenrubriek 1Vandaag en zag er een journaliste rondsnuffelen in de persoonlijke spullen van slachtoffers van de ramp. Je denkt even: ben ik nu gek of zijn zij het? Je meekijkers helpen je om het unheimische gevoel te verklaren. Zij zijn gek. Een storm van kritiek barst los online, hashtag #1vandaag is even trending. Even later blogt de hoofd- en eindredactie van het programma excuses. Kritische meekijkers stellen ook vragen over wat andere media niet of nauwelijks melden. Zoals: waarom komen de VS niet met de harde bewijzen die ze zeggen te hebben? Of: hoe kan het dat de leverancier van het wapentuig dat hoogstwaarschijnlijk gebruikt is bij de aanslag in Nederland gevestigd is met alle belastingvoordelen die daarbij horen. Kritische meekijkers zijn ook de alerte bewakingscamera’s die waarschuwen voor misleiding. Een video van vlucht MH17, neergehaald door raket van pro-Russische militanten. Een aankondiging, gedeeld door een ‘vriend’ op Facebook. Ik vertrouw het niet. Na even zoeken vind ik een melding op Hoax Wijzer: ‘De video bestaat helemaal niet, maar stuurt je door naar online enquêtes, abonnementenwebsites, of laat je een virus vermomd als “videoplayer” downloaden en installeren.’ Meekijkers op Twitter waarschuwen voor de nepaccounts van slachtoffers op Facebook, bedoeld om te verdienen aan andermans leed.

Dialoog
Tot slot. Debatteren is twee meningen tegenover elkaar zetten en uitwerken, dialoog is samen komen tot betere antwoorden. Op zijn best is sociale media als zich een dialoog ontspint over een heikel vraagstuk. Zoals over de ethiek van traditionele én sociale media in de situatie waarin we ons nu bevinden: wat is bijvoorbeeld nog oprecht medeleven en wat is aandachttrekkerij? Of welke woorden gebruiken we om deze gebeurtenis te beschrijven? Wat er gebeurd is met de MH17… moet je dat wel een ‘ramp’ noemen? Of moeten we het hebben over een ‘aanslag’? En: hoe kunnen sociale en traditionele media samen bijdragen aan waarheidsvinding?

Zie ook: De Volkskrant over sociale media en de ramp (blog).

Met dank aan Loek Mak-Peters, Karin Winters, Tom Beek, Jonneke Krans, Nettie Kramer, Adriënne de Kock en Marieke Westerterp voor de reactie op mijn vraag op Twitter.

19 juli 2014

De Volkskrant over sociale media en de ramp

Op zaterdag 19 juli schreef Haro Kraak in de Volkskrant een analyse van hoe er op Twitter tot nu toe is gecommuniceerd over de ramp met vlucht MH17. Het artikel is een voorbeeld van hoe traditionele media nogal eens omgaan met het fenomeen sociale media.

Ik illustreer drie fenomenen die ik regelmatig zie terugkeren een geef er voorbeelden bij uit het stuk van Kraak.

1. Traditionele media zijn niet goed op de hoogte van de werking van sociale media
Kraak zegt in het stuk over 'favorites' in Twitter dat deze min of meer gelijk staan aan een 'like' op Facebook. Dat is niet juist. In de reguliere tijdlijn worden 'favorites' van degenen die je volgt niet getoond. Om te zien wie een tweet als 'favorite' hebben aangemerkt, moet je inzoomen op het bericht. Ook kun je bij het profiel van een Twitter-gebruiker zien welke tweets deze persoon als 'favorite' heeft aangemerkt. 'Favorites' dragen aanzienlijk minder bij aan de olievlekwerking van berichten, dan 'likes' op Facebook.

'Favorites' worden in de praktijk vooral gebruikt om de afzender van een tweet te bedanken of voor eigen gebruik. Denk hierbij aan een soort 'read later'-functie: je ziet een tweet met een link naar een filmpje of langer artikel en je bent op dat moment niet in de gelegenheid dit te lezen of te bekijken. Dus zet je het op je lijst met 'favorites'.

Een 'retweet' zou je wel met een 'like' kunnen vergelijken.

2.  Als traditionele media schrijven over sociale media is het taalgebruik vaak tendentieus
Hoewel de kop ('Ramp toont voor- en nadelen van sociale media') anders suggereert, legt de woordkeus van Kraak toch vooral bloot naar welke kant volgens hem de balans doorslaat. Een paar voorbeelden:

  • 'Elke snipper nieuws wordt gretig opgeslokt en rondgepompt.'
  • 'Sensatiezucht'
  • 'Hijgerigheid'
  • 'Voyeurisme'
  • 'Cyberschavot'
Over traditionele media schrijft de auteur heel anders: 'Het is een precaire balans, maar het is een afweging waaraan krantenmakers gewend zijn.'

3.  Traditionele media paternaliseren als het gaat om de sociale media-gebruiker
Kraak schrijft: 'Wie eergisteren op zijn tijdlijn keek, kon niet voorkomen gruwelijke beelden te zien.' De gebruiker van Twitter wordt neergezet als een willoos slachtoffer van 'de sociale media'. Maar zo werkt het niet. Wat je te zien krijgt, ligt aan wie je volgt. Ik ben de Twitter-gebruikers uit mijn tijdlijn in elk geval dankbaar dat ze geen gruwelijke beelden, ongepaste grappen of pijnlijke privacy-gevoelige informatie met me gedeeld hebben. Wel zie ik mensen kritische vragen stellen, in discussie gaan en woorden zoeken voor waar bijna geen woorden zijn.

Natuurlijk bestaat het gevaar dat je op Twitter geconfronteerd wordt met alles wat verkeerd is. Maar je bent zelf actor in dezen, net zoals je actor bent in de keuze welke krant je leest.

Misschien is het lastig om vanuit een lineair en hierarchisch georganiseerd medium als de krant te kijken naar een zelforganiserend medium als Twitter. Wat mij betreft hebben traditionele en sociale media elk hun functie en waarde. En beide kennen voor- en nadelen. Vanuit het perspectief van de consument vullen ze elkaar aan.

Voor beide media is een kritische houding van de consument onontbeerlijk. Mediawijsheid heet dat. Het zou mooi zijn als de vertegenwoordigers van de traditionele media daar nog wat meer van zouden hebben.

Het stuk van Haro Kraak is terug te lezen op de website van de Volkskrant.

Update 21-7-2014: links gewijzigd i.v.m. vrij toegankelijk worden van het artikel van Haro Kraak.

12 juli 2014

Een micro-LETS voor redactiewerk...

Een van de ideeën bij de opstart van mijn project Edz.nu was om samen te werken met collega-journalisten bij het redigeren van artikelen in de vorm van wat Ronald van den Hoff in Society 3.0 'asynchrone wederkerigheid' noemt. Je doet wederdiensten, niet per se rechtstreeks voor degene die iets voor je gedaan heeft, maar in het systeem, zodat dat in balans blijft. Geld is in oorsprong precies hiervoor bedacht. Met aantal auteurs van TPO Magazine zijn we vandaag gestart met deze vorm van samenwerken.

Het doel: laagdrempelig werken aan betere kwaliteit van onze stukken. Een frisse blik levert bijna altijd nuttige suggesties op voor verbetering van je stuk. Laagdrempelig is in dit verband: zonder elkaar facturen te hoeven sturen voor geleverde redactiewerk.

In de praktijk ziet het er als volgt uit:

  • Auteur 1 heeft 1 artikel geredigeerd voor auteur 2.
  • Auteur 3 heeft 1 artikel geredigeerd voor auteur 1.

Als auteur 2 nu een artikel redigeert voor auteur 3 hebben de 3 auteurs allen evenveel waarde toegevoegd als onttrokken aan wat je een micro-LETS-systeem zou kunnen noemen: een Local Exchange Trading System.

Omdat ik niet zo snel een handige toepassing vond waarmee je dit kunt organiseren heb ik een gedeelde spreadsheet gebouwd in Google Drive.


Alle deelnemers hebben toegang tot deze spreadsheet. Na een 'transactie' is het de ontvanger van de redactiedienst die de credits bijwerkt. Hij/zij telt 1 credit op bij het totaal in de kolom 'Verdiende credits' bij de naam van degene die voor hem/haar geredigeerd heeft en 1 credit bij het totaal in de kolom 'Uitgegeven credits' achter de eigen naam.

Om het systeem in balans te houden zetten deelnemers bij voorkeur hun verhaal uit bij een redacteur die 'in de min' staat.

Het systeem werkt op basis van wederzijds vertrouwen.

Heb je een slimmere oplossing? Laat het even weten!

Op www.edz.nu vind je een overzicht van de inmiddels verschenen artikelen, zoals een interview met Jef Staes en een stuk over de Dynamo Academy, een uniek leer-werktraject in Eindhoven.

03 juli 2014

Elf argumenten voor mijn Blendle-avontuur


Sinds kort schrijf ik voor Blendle (en drie andere min of meer vergelijkbare, maar minder bekende internetplatforms en distributiekanalen voor journalistiek werk*). Bij Blendle betaalt de lezer een klein bedrag per gelezen artikel in een reclamevrije omgeving. Schrijven op dit platform is voor mij een activiteit naast het bloggen en het schrijven voor vakbladen.

'Levert dat nou wat op?' Die vraag is me al redelijk vaak gesteld. En hoewel ik vind dat ik van een belangrijk deel van mijn schrijversactiviteiten moet kunnen leven, heb ik tien belangrijkere argumenten voor mijn Blendle-avontuur...
  1. Ik kan zelf bepalen waarover ik schrijf, hoe en wanneer ik dat doe, in hoeveel woorden en wanneer het af moet zijn. Het gevoel van vrijheid is groot.
  2. Ik kies voor onderwerpen waar ik écht nieuwsgierig naar ben. Een garantie voor plezier in schrijven.
  3. Schrijven is een manier om je een onderwerp écht eigen te maken. Ik gebruik het schrijven over de onderwerpen waarin ik geïnteresseerd ben om op een intensieve manier te leren. Daarmee is schrijven voor Blendle een activiteit in het kader van de Universiteit van Middelbeers.
  4. Mijn artikelen kunnen vrijwel direct na aanlevering gepubliceerd worden. Die snelheid mis ik wel eens bij de traditionele bladen waarvoor ik schrijf. Snelheid past bij deze tijd. Bovendien is het leuk voor degenen over wie het artikel gaat als de tijd tussen een interview en een publicatie beperkt is.
  5. Het valt me nu al op dat mensen gemakkelijk 'ja' zeggen op bijvoorbeeld een interviewverzoek als ik zeg dat het voor dit nieuwe medium is. 'Leuk, wil ik wel eens zien!' 
  6. Ik houd op scholen regelmatig lezingen over technologische ontwikkelingen en mijn ideeën over wat die betekenen voor onderwijs en de samenleving. Dat verhaal wordt sterker als je zelf meesurft op die ontwikkelingen. Practice what you preach.
  7. Op internet moet alles maar gratis zijn. Dat frustreert me wel eens. Op deze manier publiceren is ook een boodschap uitdragen: goede content maken kost tijd, daar mag best voor betaald worden. En Blendle is daarvoor laagdrempelig voor lezers, ondanks de aanwezigheid van een 'betaalmuur'.
  8. Ik heb zelf invloed op het bereik van mijn verhalen. Ik steek energie in het aankondigen van mijn verhalen, onder andere op sociale media en het is leuk als dat werkt. Ja, het is ook een beetje winkeltje spelen.
  9. Lezers kunnen gemakkelijk reageren op mijn verhalen. In Blendle kan een lezer mijn artikel bijvoorbeeld aanbevelen aan andere gebruikers, eventueel met een toelichting. Daardoor krijg ik meer feedback op mijn artikelen dan via een tijdschriftartikel.
  10. Ik vind het leuk om deel uit te maken van een pioniersproject. Er valt volop te ontdekken: wat werkt en wat niet. Blendle volgt voor mij op onder andere het ligfietsen (1996), de eerste uitsluitend online hogeschoolkrant van Nederland (1999), minimal running shoes (2012) en volledig elektrisch rijden (2014). Vooraan zitten bij iets wat de potentie heeft om groot te worden, dat idee. (Oké, dat ligfietsen is het nooit echt geworden.) 
  11. Tot slot: of het wat oplevert? Op dit moment betaalt een artikel publiceren nog flink wat minder dan een betaald artikel voor een vakblad. Maar ach, voorlopig mag de tijd het zullen leren...
Je vindt aankondigingen van mijn eerste drie artikelen op Blendle op Edz.nu

* Andere distributiekanalen zijn TPO Magazine, eLinea en MyJour.

01 juli 2014

Voor Facebook ben jij een proefkonijn!

Voor Facebook zijn we allemaal laboratoriumratten, kopte The New York Times afgelopen zondag. Aanleiding voor het artikel was een recent psychologisch experiment van Facebook waarbij de tijdlijn van een willekeurige selectie gebruikers werd gemanipuleerd, door meer of juist minder positieve updates te tonen. De onderzoekers wilden weten wat het effect hiervan was. Het experiment gebeurde zonder de betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen.

In december vorig jaar publiceerde onder andere Wired Magazine over een ander opzienbarend onderzoek door Facebook. Het idee: gebruikers beginnen met het schrijven van update. Vervolgens halen ze vaak stukjes tekst ook weer weg. Zo redigeren ze zichzelf. Soms gaat het daarbij om zelfcensuur. Door ook de tekst op te slaan die gebruikers eerst schrijven en dan weer weghalen, konden de onderzoekers zich verdiepen in het thema zelfcensuur. Het experiment gebeurde zonder de betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen.

Nog wat eerder, in oktober, las ik in Huffington Post dat Facebook experimenteert met 'mouse tracking'. Stel: op je Facebook-pagina wordt een advertentie geplaatst van een dating site. Je gaat er met je muis naartoe, maar klikt er niet op. Kennelijk sta je op het randje van daten. Dus krijg je bij je volgende bezoek meer en verschillende advertenties voor dating sites te zien. Het experiment gebeurde zonder de betrokkenen hiervan op de hoogte te stellen.

'Eyeball mining', noemt Clive Thompson (foto rechts) dit fenomeen. Van de blogger en journalist voor The New York Times Magazine, Wired en Fast Company verscheen vorige week de Nederlandse vertaling van zijn boek 'Smarter than you think' ('We worden steeds slimmer'). Een boek over positieve bijdrage van internet, sociale media en computertechnologie voor ons denken. Bij de presentatie van zijn boek in Nederland ging Thompson ook in op vragen over negatieve effecten. De auteur is daarbij met name kritisch op Facebook. Om verschillende redenen is hij dan ook met dit sociale netwerk gestopt, zo vertelde hij. 'Facebook is 24 uur per dag, zeven dag per week bezig met de vraag hoe ze zoveel mogelijk aan mij kunnen verdienen. Het is een casino van algoritmes geworden, gericht op het optimaliseren van de advertentie-inkomsten. Ik vertrouw hun drijfveren niet. Het idiote is: als je kijkt wat Facebook uiteindelijk aan de gemiddelde gebruiker verdient, is dat slechts een schamele vijf dollar per jaar. Als ze ons dat bedrag zouden laten betalen, zouden ze de helft van hun personeel kunnen ontslaan, al die mensen die zich bezig houden met ons te bespioneren.'

Zou jij willen betalen voor een Facebook-omgeving zonder reclame en zonder dat je voortdurend ongemerkt object van onderzoek bent? Laat het weten via deze Mentimeter-peiling!

Voor Edz.nu schreef ik een uitgebreid verhaal over het boek en de lezing van Clive Thompson, vanuit het perspectief van onderwijs: ''We moeten kinderen leren de specifieke mogelijkheden van in netwerken opgenomen apparaten te benutten.' Je leest het artikel voor € 0,28 op Blendle.

'We worden steeds slimmer' direct bestellen via Managementboek? Klik op het boekomslag...

Met dank aan Yvonne Zonderop die me attent maakte op het artikel. Yvonne was de moderator bij de bijeenkomst met Clive Thompson op donderdag 26 juni in De Nieuwe Poort in Amsterdam.

27 juni 2014

Op de schouders van reuzen... | On the shoulders of giants...

Dankzij het internet staan we niet langer meer simpelweg op de schouders van reuzen.

We staan op de schouders van reuzen die op een trap staan, die bovenop een wolkenkrabber staat, gebouwd bovenop een hoge berg. En tegelijkertijd staan we naast alle dwergen.

We hebben toegang tot al hun kennis en die van hun voorgangers. We hebben toegang tot gereedschap om hun kennis te bewerken, te re-mixen, te analyseren en het eindresultaat daarvan te delen met al die anderen met wie we het uitzichtpunt op de schouders van reuzen delen.

Kennisontwikkeling is daarmee in één keer van de eerste naar de hoogste versnelling gegaan. Daarom: 'fasten your seatbelts' en beslis razendsnel waar je naartoe wilt!

Geïnspireerd door de lezing van Clive Thompson in Amsterdam op 26 juni 2014.
--

Due to the rise of the internet, we're no longer just standing on the shoulders of giants.

We are standing on the shoulders of giants, standing on steps on top of a sky scraper, built on a high mountain. And at the same time we are standing next to all dwarfs.

We have access to all their knowledge and that of their predecessors. We have access to tools for editing, re-mixing, analysing their knowledge and for publishing the results with all those with whom we share the view from the shoulders of giants.

As a result, knowledge development has suddenly shifted from the first to the highest gear, so fasten your seatbelts and make an instant decision for the goals you want to reach!

Inspired by Clive Thompson's talk in Amsterdam, June 26, 2014.

24 juni 2014

Mijn eerste artikel op Blendle: "Een diploma is een bewijs van incompetentie."

Jef Staes
Ik ben altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden om aan onderwijsjournalistiek te doen, passend bij deze bijzondere tijd. Een van die mogelijkheden is sinds kort het schrijven voor internetplatforms als Blendle, TPO Magazine, MyJour en eLinea. 

Vandaag is via TPO Magazine mijn eerste artikel verschenen op al deze platforms: een interview met Jef Staes, Vlaams spreker en auteur. Hij betoogt: "Een diploma is een bewijs van incompetentie." Een uitgesproken verhaal over hoe onderwijs anders moet. 

Lees het artikel bijvoorbeeld via Blendle.

Blendle is een ideaal platform als je af en toe of regelmatig eens losse artikelen wilt lezen uit kranten als de Volkskrant, Trouw of nrc.next en tijdschriften als de Groene Amsterdammer, Vrij Nederland of Elsevier. Via de gebruiksvriendelijke website kun je bladeren door de recente edities of zoeken op trefwoord. Je betaalt vanuit een tegoed per gelezen artikel. Zo kost mijn artikel € 0,28. Blendle werkt op de computer en op tablets.

Schermafbeelding van Blendle
Heb je nog geen account bij Blendle, probeer het dan nu zonder kosten uit. Na bevestiging van je aanmelding krijg je € 2,50 tegoed, waarmee je alvast 5-10 artikelen kunt lezen. Je leest mijn artikel in dit geval gratis. Hoe je je aanmeldt, leg ik uit in deze video. Of ga direct naar Blendle.nl om je account aan te maken.

De publicatie van het interview is ook de start van een nieuw platform, waarop ik wil gaan samenwerken met andere onderwijsjournalisten op het gebied van online journalistiek. Ga naar de website Edz.nu voor meer informatie.

20 juni 2014

ZMLL en passend onderwijs

Ik plak niet graag labels. Integendeel. Het laat zo lang lijmresten na. Maar soms helpt een label bij het beantwoorden van een vraag. Het label is ‘ZMLL’ en mijn vraag gaat over een leraar (m/v).

De leraar in kwestie vindt dat hij ooit genoeg geleerd heeft. Het is een leraar die zegt en zucht dat het zijn tijd wel zal duren. Ook al moet hij nog twintig jaar. Een leraar die het altijd zo deed en dat ging toch goed. En daarom nooit meer iets probeert. Een leraar die dat ondertussen achterhaalde stukje uit de methode toch maar laat bestuderen, ook als zijn leerlingen vertellen dat er iets niet klopt. Een leraar die in een woorddictee het woordje ‘eb’ dicteert, maar die de rode pen hanteert als hij ziet dat een leerling - in foutloos gespeld Engels - het woordje ‘app’ heeft genoteerd. Maar die zelf ‘collegiale consultatie’ spelt als ‘ongewenste bemoeienissen’. Het is een leraar die een internetadres nog intikt in de zoekbalk van Google en dan schouderophalend denkt: zie je wel, niet te vinden. Een leraar die nooit aan een leerling zal vragen, waarom de speakers van het digibord het niet doen. Dan maar geen geluid. Een leraar die halverwege een symposium het pand verlaat, omdat zijn deelname toch al geregistreerd is. En die zich mentaal spijbelend door een studiedag worstelt. Een leraar die hoort dat zijn leerling briljante dingen doet met Minecraft, maar hem nog nooit gevraagd heeft wat Minecraft is. Of om er eens wat van te laten zien. Een leraar die vlucht in zijn paperassen tijdens de vergadering, in plaats van een voorstel te doen voor een betere manier van overleggen. Een leraar die Den Haag en de baas de schuld geeft van alles wat niet werkt, en zichzelf de credits geeft voor alles waarvan hij denkt dat het wel werkt. Een leraar die soms best leuke dingen fabriceert voor zijn lessen, maar die voor zichzelf houdt. Hij zit niet te wachten op kritiek. Een leraar die zich nooit ook maar een momentje afvraagt in welke wereld zijn leerlingen straks terecht komen en wat ze daarvoor nodig hebben.

Nieuwe inzichten in de wetenschap, duizelingwekkende ontwikkelingen in zowat elk vakgebied, een stormachtig veranderende wereld, een toekomst met enorme uitdagingen... Dagelijks kom ik leraren tegen die keihard werken om te doen wat nu nodig is: laten leren én blijven leren. Maar er is ook die ene leraar. Een uitzondering misschien. Een die wat extra aandacht vraagt. Een label kan dan fungeren als een breekijzer. Dus is mijn vraag: wat voor passend onderwijs hebben we eigenlijk voor de Zeer Moeilijk Lerende Leraar?