10 februari 2016

Twintig jaar op het internet...

Voor zover ik kan nagaan ben ik 20 jaar op het internet actief. Het oudste spoor dat ik kan terughalen is een recept voor stoofpeertjes dat ik op 2 februari 1996 plaatste in de nieuwsgroep nl.culinair. Het bericht is nog terug te vinden dankzij de archivering van nieuwsgroepen door Google. Google bestond overigens nog niet.

Daarvoor was ik, voor zover ik me kan herinneren al actief met e-mail (met een account bij de Katholieke Universiteit Brabant). 1996 was wel het jaar waarin ik steeds actiever werd met alle mogelijkheden die het web bood. Zo richtte ik een mailinglist op voor Nederlandstalige bezitters van ligfietsen.

In september 1996 begon ik met Arjan Broere het Humoristisch Elektronisch Tijdschrift dat per e-mail verstuurd werd naar onze abonnees. Het hele archief is nog beschikbaar via een blog. We hebben de beste teksten destijds gebundeld in het boekje 'Je van HeT'.

De oudste persoonlijke website die ik kan achterhalen dateert van 20 april 1997. Ik had destijds webruimte als bewoner van de Digitale Stad Eindhoven.

Klik hier voor een kort overzicht van de geschiedenis van het internet.

03 februari 2016

Adaptieve systemen en de leerbubbel


In tijden van overvloed aan informatie is het handig gebruik te kunnen maken van enige voorsortering. Online boekhandels laten daarom lijstjes zien met boeken die anderen hebben gekocht die een aantal boeken die jij hebt gekocht ook hebben gekocht. (Volg je me nog?) De kans dat hier een passende suggestie bij zit, is groter dan als het lijstje willekeurig uit de hele collectie zou zijn samengesteld.

Ook beschikken steeds meer bedrijven over profielen van ons. Op zo'n profiel kun je een algoritme loslaten, dat leidt tot een gepersonaliseerde aanbieding. Een voorbeeld:
  • Profiel: u scheert zich nat.
  • Algoritme: als u langs drogist X loopt, krijgt u op uw telefoon een aanbieding voor scheermesjes.
Het nadeel van het voordeel van de voorsortering is het feit dat er keuzes worden gemaakt op een profiel, waarmee de kans groot is dat je versterkt wordt in dat profiel. Zwart-wit: als je bij een webshop uitsluitend vier keer een vrouwenthriller hebt besteld, zul je slechts suggesties krijgen voor andere vrouwenthrillers en niet op het spoor komen van een prachtige historische roman. Een soort self fulfilling prophecy. Eli Pariser spreekt over de 'filter bubble' bij TED.

Adaptieve systemen voor leren zijn een variant op dit principe van op basis van door de gebruiker genereerde data en het daarop loslaten van algoritmes. Het is feitelijk gebaseerd op een idee over leren dat leren verengt tot het tegenovergestelde van creativiteit. In plaats van het faciliteren van nieuwe verbindingen, kruisverbanden en ideeënvorming leidt het uitsluitend tot het 'dieper maken van de gebaande sporen'. Voor bepaalde leerdoelen is dat prima. Voor andere leerdoelen is het funest en belandt de lerende in een 'leerbubbel'.

De disruptieve kracht van de Ubers en Airbnb's

Uber heeft geen auto's in bezit en geen chauffeurs op de loonlijst staan en toch is het het grootste 'taxibedrijf' te wereld. Airbnb is de 'hotelvariant'. Het zijn vaak genoemde voorbeelden van de disruptieve kracht van technologie.

Wat er eigenlijk gebeurt, is dit:
  • Stel, 1000 professionele krachten, zoals taxichauffeurs en kamermeisjes opereren in een lokale of regionale markt.
  • 10.000 amateurs die tot nu toe moeilijk te vinden waren voor de consument, betreden dankzij een internettoepassing vrij plotseling diezelfde markt. 
  • Deze amateurs kunnen goedkoper werken omdat ze aan minder regels hoeven te voldoen. Ze maken bovendien gebruik van het bedrijfsmiddel 'vrij beschikbaar privébezit' (een auto die een groot deel van de dag stilstaat, een leegstaande kamer). Of ze doen het werk erbij zonder de druk een volledig inkomen te moeten genereren.
  • Hierdoor ontstaat een driedubbele prijsdruk op het werk van professionals:
    • er zijn ineens 10.000 extra concurrenten
    • die concurrenten hebben minder kosten, waardoor ze goedkoper kunnen werken
    • het internet zorgt ervoor dat deze concurrenten net zo gemakkelijk, of misschien zelfs gemakkelijker te vinden zijn door de consument, die bovendien precies kan zien wat de kosten zijn van de betreffende diensten.
Door deze prijsdruk is er minder werk voor professionals. Om te overleven zullen ze:

  • toe kunnen geven aan de prijsdruk (lees: minder geld vragen voor hun dienstverlening).
  • kunnen protesteren, een verbod eisen op diensten die niet aan de regels voldoen die voor professionals gelden, vragen om een 'level playing field'.
  • in kunnen zetten op het op het netvlies van de consument krijgen van de toegevoegde waarde van professionaliteit (veiliger, hogere kwaliteit).
Ondertussen hebben de Ubers en Airbnb's zelf geen last van deze economische uitdaging. Met een goed idee en een minimum aan personeel kunnen zij het grote geld binnenharken.

Mediawijsheid, taal en beeld

We leven in een beeldcultuur. Het aanbod aan foto's en video's op het web is overweldigend. Verdringt het beeld daarmee de taal? Nee, taal blijft een enorm belangrijk instrument, al is het maar om in dat overweldigende aanbod van beeld te kunnen zoeken. Op beelden kun je nauwelijks* zoeken, zonder daar taal voor te gebruiken. Je hebt beschrijvingen nodig, classificaties, bijvoeglijke naamwoorden, concrete begrippen maar ook abstracte.

Wat dat laatste betreft: hoe vind je bijvoorbeeld een passend beeld bij een werkstuk over 'zelfbewustzijn' of 'maatwerk'? Natuurlijk kun je varen op anderen die beelden bij dit soort begrippen hebben gevonden, metaforen als respectievelijk 'een persoon met een spiegel' of een 'mooi passende houtverbinding'. De andere strategie is zelf die metaforen te bedenken. Dat kan nog best lastig zijn.

Bron onbekend.
Terug naar het zoeken naar beelden. Toen het een aantal weken geleden ernstig ijzelde, kwam er een bericht voorbij met een foto die op de Waddeneilanden gemaakt zou zijn. Even was ik erg onder de indruk, maar al snel begon ik twijfelen. Was dit wel echt een foto die gemaakt was op de Waddeneilanden? Ik Google-de op 'iced car' en vond vele versies van het beeld terug in bronnen van jaren geleden. Dit was dus fake. Mediawijs, niet?

Je kunt kinderen laten oefenen in het woorden geven aan beelden. Zoek een beeld op het internet en laat ze dit beeld via een zoekmachine opzoeken. Welke woorden gebruiken ze?

* Zoeken aan de hand van beeld in plaats van met woorden kan wel. Lees deze blog uit 2014.


02 februari 2016

Sociale rollen, integriteit en de vrolijke Facebook-gebruiker


Ik ben vader, werknemer, levensgezel, vriend, inwoner... kortom, ik heb in het dagelijkse leven verschillende rollen. In elke rol acteer ik anders, vanuit eenzelfde basis weliswaar, maar anders. Ik laat mijn collega's een specifieke kant van mezelf zien en deel specifieke dingen met ze. Ik ben anders in de thuissituatie dan in de supermarkt in mijn woonplaats. Natuurlijk vertel ik wel eens wat uit mijn privéleven aan een zakenrelatie, maar ik doseer dat - bewust of onbewust - in het kader van de rol die ik op dat moment vervul. De ander verwacht dat ook van mij.

In zijn boek 'Internet is niet het antwoord' stelt auteur Andrew Keen dat dit wisselen tussen rollen en identiteit een teken van integriteit is en dat we het ook nodig hebben voor ons geluk. Hij zet dit af tegen de filosofie van Facebook, waarin van gebruikers verwacht wordt dat je slechts één identiteit hebt en daarnaar handelt. Dat is niet goed voor ons. "We worden van Facebook niet vrolijker", schrijft hij en onderzoek lijkt zijn woorden te bevestigen: "Meer dan 30 procent van de gebruikers voelt zich dankzij Facebook eenzamer, bozer of gefrustreerder."

De constatering over sociale rollen en integriteit herken ik wel. Op Facebook heb je snel veel 'vrienden' vanuit verschillende rollen: familie, werk, vrienden, bekenden van vroeger. Je deelt standaard je updates met al die mensen. En die mensen delen updates met jou. Daar zitten dan bijvoorbeeld de zogenaamde 'sharents' bij: 'parents' die schaamteloos het ene na het andere beeld van hun kinderen posten. Of van huisdieren, borden met eten en vervelende meningen. Je wordt vervolgens heel gemakkelijk meegezogen in een stroom van mentions, tags, likes en de cultuur van alles delen met iedereen. Met als risico dat je langzaam maar zeker de regie over je sociale rollen verliest.

Keen is doemdenker. In het boek stapelt hij het ene rampzalige scenario op het andere. Tot nu toe ben ik in het boek nog geen oplossingen tegengekomen, zoals strategieën die ertoe bijdragen dat je uit sociale media-platforms als Facebook haalt wat je er eigenlijk uit wilt halen: goede ideeën, een glimlach, iets afspreken met oude vrienden. Dit is wat mediawijsheid zou moeten bieden: houvast om sociale media bewust en positief in te zetten.

Voor wat het gebruik van Facebook probeer ik uitsluitend te delen wat past bij alle sociale rollen die horen bij de 'vriend'-schappen die ik op dit platform heb geaccepteerd. En door niet langer updates in mijn tijdlijn toe te laten van 'vriend'-schappen die voortdurend ook met mij delen wat ik niet vind passen bij de sociale rollen die horen bij de relatie die we hebben. Zo probeer ik vrolijk te blijven. Een vrolijke Facebook-gebruiker, het kan.

22 januari 2016

PollEverywhere + Google Presentaties



PollEverywhere is een van die vele toepassingen die het mogelijk maken om leerlingen vanaf hun device te laten reageren op wat er op het digibord wordt getoond én de opbrengst van die reactie 'live' te verwerken. Denk aan kwisvragen, een opiniepeiling of het verzamelen van trefwoorden voor een woordwolk.

PollEverywhere is grafisch gezien niet de mooiste, maar deze toepassing heeft wel een aantal praktische voordelen. Zo kun je hem zonder account gebruiken voor een snelle eenvoudige peiling.

Sinds kort kun je de peilingen ook als interactieve dia opnemen in een Google Presentatie. Je hoeft dan dus niet te switchen tussen je presentatie en de peiling. Ik probeerde deze toepassing gisteren uit met leraren van het Zwijsen College in Veghel tijdens de eerste van een reeks trainingsbijeenkomsten. Nadat ik mezelf had voorgesteld, vroeg ik de deelnemers hun school aan mij voor te stellen op deze manier. Het resultaat zie je hierboven als afbeelding.

Om PollEverywhere te gebruiken in Google Presentaties heb je nodig:

  • Chrome-browser
  • de gratis PollEverywhere-extensie
  • en uiteraard een Google en PollEverywhere account

Hier vind je de instructies.

04 januari 2016

Workshop 'Maak meer met media voor leren!'



Foto’s bewerken, infographics en logo’s ontwerpen, (animatie)filmpjes, affiches of audiobestanden maken… iedereen kan het. Met een laptop, tablet of smartphone én (veelal gratis) eenvoudige toepassingen en apps maak je in een handomdraai je eigen media.

Meer maken met media biedt leerlingen met een bijzonder talent voor en nieuwsgierigheid naar media en technologie, de mogelijkheid deze middelen meer laten gebruiken voor het leren in brede zin. Leerlingen leren bovendien media en technologie inzetten voor hun eigen (leer)doelen.

Werken met media in het kader van leren is het onderwerp van een actieve bijeenkomst op donderdag 4 februari van 16.00 tot 20.00 uur op het ROC Nijmegen. De bijeenkomst voor leraren van primair tot hoger onderwijs wordt georganiseerd door de Professionele LeerGemeenschap ‘Creatief in Media & Technologie’.

In deze bijeenkomst volgen (én verzorgen) deelnemers ‘miniworkshops’, bijvoorbeeld in Moovly (animatiefilmpjes maken, Hans Steeman) en Green Screen (filmen met zelfgekozen achtergrond, Erno Mijland). Onderdeel van de bijeenkomst is het zelf, samen maken van een eenvoudig filmpje, fotocollage of ontwerp dat gebruikt kan worden in uw eigen lessen of projecten. Verder gaan we in gesprek over hoe je maken met media in kunst zetten in je lessen of projecten.

De bijeenkomst wordt begeleid en ingeleid door mij, namens Innofun, dat trainingen en inspiratiesessies verzorgt voor leraren / scholen op het gebied van innovatie van het leren.

Deelname aan de bijeenkomst is gratis, inclusief een driegangenmenu, geserveerd door studenten van het ROC Nijmegen. Aanmelden kan via deze link (als u nog geen account heeft voor de website Talentnetwerken, moet u die aanmaken)! Er is plek voor maximaal 30 deelnemers. U wordt verzocht een device (laptop, tablet, allebei) mee te nemen. Vertel hier wat u wilt komen halen en brengen!

De bijeenkomst vindt plaats bij het ROC Nijmegen, locatie Campusbaan 6.

31 december 2015

Doel bereikt: 2000 kilometer hardlopen in 2015

In januari plaatste ik deze tweet:
"Niet een goed voornemen, maar een SMART-geformuleerd doel: 2000 km hardlopen in 2015. Moet te doen zijn."
Het is nu 31 december en de teller staat op 2004. Jazeker, het doel is behaald. Mijn Garmin GPS-horloge en de bijbehorende website zijn de officials.

Met cadeautje van loopmaatje Margret.
Het was hard werken, zeker omdat ik door een griepje in maart een flinke achterstand opliep op mijn schema, gebaseerd op de te behalen gemiddelden van 167 km per maand, ofwel 47,6 km per week, ofwel 5,5 km per dag.

In die griepmaand maart kwam ik in totaal niet verder dan 46,5 km. En op 30 juni had ik pas 837 km op de teller staan, in plaats van de beoogde 1000 km. De achterstand is ingehaald, vooral in de laatste vier maanden.

Nog wat big data-analyse vanuit Garmin Connect:
  • De langste duurloop was 25,61 km lang
  • Oktober was met ruim 226 km de maand met de meeste meters
  • Ik liep twee nieuwe 'all time' PR's (6 km in 0:27:04 en 1 km in 0:03:55), beide op blote voeten
  • Gemiddelde snelheid overall was 10,52 km per uur
  • In totaal heb ik zo'n 190 uur rennend doorgebracht
  • In maanden met 20 trainingen liep ik meer kilometers dan in maanden met 22 trainingen.
Ik liep dit jaar geen wedstrijden, wel veel mooie rondjes op verschillende plekken in Nederland, maar ook in Frankrijk, op Kreta en in Duitsland. Deels ging het om 'kofferbak-runs': als ik voor mijn werk afspraken heb in het land en er zijn 's middags nog wat uurtjes over, dan rijd ik naar een stuk bos of hei, omkleden en rennen maar! Een mooie ontdekking dit jaar was het blootsvoets rennen. Ik heb er een stukje over geschreven voor de internetserie Mijn Moment. De extra afwisseling heeft er denk ik voor gezorgd dat ik fit en blessurevrij ben gebleven.


Het stellen van een doel heeft me veel opgeleverd. Bij twijfel - zal ik gaan lopen of niet - ging ik lopen. Ik heb er achteraf geen enkele keer spijt van gehad. Dat heb ik overigens nooit... en toch blijft het regelmatig nodig om me te motiveren om te gaan. Wonderlijk fenomeen. Experiment dit jaar was om mijn doel en de voortgang regelmatig te delen op sociale media (sinds enkele maanden ook op Strava), vanuit het idee wat extra 'druk' te organiseren. Zie deze blog. Het draagt bij, maar de belangrijkste factor is toch de intrinsieke motivatie. In elk geval eindig ik 2015 met een dijk van een conditie.

Er zitten ook nadelen aan het stellen van dit doel. In de laatste weken droegen de trainingen niet echt meer wat bij aan mijn conditie en snelheid. Voor de laatste inhaalslag moest ik nog stevig aan de bak. Minder tijd dus om rust- en hersteldagen te pakken, terwijl die ontzettend belangrijk zijn om progressie te maken. Daarnaast werd het bijhouden van de voortgang een beetje obsessief met als dieptepunt die ene dag dat ik in vol ornaat klaarstond voor mijn rondje en erachter kwam dat de batterij van mijn Garmin leeg was. Apparaat aan de lader dan maar en pas een dik uur later alsnog gaan lopen. Idioot eigenlijk.

Voor 2016 heb ik geen afstandsdoel, maar het doel om zoveel mogelijk te genieten van het lopen, waar werk en vrije tijd me ook mogen brengen.

27 december 2015

Echt contact: F2F versus online


Het is fantastisch dat we 24/7 online met elkaar kunnen communiceren. Maar er gaat niets boven écht contact. Het is de boodschap van de feestdagencampagne van KPN.

Face-to-face versus online contact, het is een thema dat me deze dagen extra bezig houdt. In een WhatsApp-gesprek met de familie stelde ik voor om op Eerste Kerstdag allemaal onze mobieltjes op te bergen in een kluis ten behoeve van het echte contact. Dat is niet helemaal gelukt: zo moesten de culinaire prestaties toch even in beeld gevangen worden (en gedeeld). De beelden zijn leuk om samen nog eens op terug te komen.

Ik probeerde de afgelopen weken de app van supermarkt Jumbo uit voor het online bestellen van mijn boodschappen. Handig, maar ik miste al snel de toevallige ontmoetingen in onze dorpssuper. Je deelt er het laatste nieuws of smeedt met dorpsgenoten tussen de rijst en de rode wijn nieuwe plannen.

Een andere gedachte passeert als ik een gesprekje heb in de wachtrij bij de lokale pinautomaat: we zijn al lang bezig het echte contact uit veel van onze dagelijkse transacties weg te filteren. Gemak is dan meestal het argument richting klant. Voor de verkopende partij spelen ook andere argumenten: contactloze transacties zijn mensuren-, dus kostenbesparend. Neem het geld opnemen bij de pinautomaat. Ja, het is gemakkelijk, snel en 24 uur per dag beschikbaar. Maar je geld opvragen bij een vriendelijke bediende in een bankgebouw, zo'n kort momentje van face-to-face-contact, is niet meer mogelijk. Zo'n bediende kost immers geld en werkt slechts tussen 9 en 5.
Online contact kan nieuwe relaties doen ontstaan en bestaande relaties een extra dimensie geven. Online contact kan krachtiger zijn als je op afstand de juiste woorden weet te zeggen, terwijl je dat in de 'real life'-ontmoeting misschien niet lukt. Online contact is ook contact en kan zelfs face-to-face zijn als we elkaar zien via de webcam.

De conclusie is telkens: het is niet zo simpel is als de tegenstelling "face-to-face versus online contact" doet vermoeden. De kunst is om online media vooral te gebruiken om je bestaande relaties te versterken en fijne mensen te leren kennen. De kunst is om het te beseffen, zodra je online media gebruikt, uitsluitend uit angst, verlegenheid, om het face-to-face contact niet aan te hoeven gaan. De kunst is om alert te zijn op de gevolgen als vanuit de economische invalshoek het face-to-face contact wordt vervangen door online contact.

Contact is mooi. Face-to-face én online. Het gaat erom hoe je ermee omgaat.

28 november 2015

Geen lasagne van je zorgrobot

Maarten Steinbuch blikt vooruit naar 2045.
Als het niet meer goed gaat alleen, krijgt opa Lennart een zorgrobot. Die is zo geprogrammeerd dat ze geen lasagne - zijn lievelingskostje - kookt voor Lennart, omdat dat slecht is voor zijn gezondheid. Niet Lennart is dus de baas, maar de programmeurs of de bezorgde kinderen van Lennart. Het is een van de vele 'food-for-thought'-scènes uit de tv-serie 'Real Humans' (ook beschikbaar op Netflix).

De impact van robotisering op ons (samen)leven, werken en leren stond centraal tijdens de Trendnacht 2015 op 26 november in Tilburg. Aan de hand van lezingen, interviews en demo's kregen de bezoekers een beeld van de actuele ontwikkelingen en discussies rond het thema.


Trendnacht2015: Robots! from BrabantKennis on Vimeo.

Een van die discussies gaat tussen toekomstdenkers. TU Eindhoven-hoogleraar Maarten Steinbuch voorspelt een exponentiële groei van slimme technologie, waarbij rond 2060 één machine over een rekenkracht beschikt die vergelijkbaar is met de kennis en het vernuft van alle mensen op aarde. Filosoof Tsjalling Swierstra zegt dat het niet zo'n vaart zal lopen. Als mensheid hebben we de neiging te overschatten hoe impactvol de tijd is waarin we leven. Met een mooi woord: we lijden aan chronocentrisme. Of we ons dan zorgen moeten maken, kwam een vraag uit de zaal. Swierstra: "We hoeven ons geen zorgen te maken, zolang we ons maar zorgen maken." De filosoof benadrukte dat we ervan bewust moeten zijn dat wij robots maken, maar dat hun bestaan ook een invloed heeft op ons gedrag en ons denken.

Uiteraard ging het ook over de gevolgen voor de arbeidsmarkt. Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsadvies (WRR) denkt niet er een dramatische daling van het aantal banen zal volgen, hoogleraar Ton Wilthagen ziet het ook genuanceerd. Er ontstaan ook weer nieuwe banen. "De kansen liggen waar mensen met robots gaan samenwerken, in de complementariteit." Heico Sandee heeft dat begrepen: hij heeft een 'uitzendbureau' voor robots. De WRR presenteert op 8 december een rapport over dit onderwerp.

De gevolgen voor leren en onderwijs bleven onderbelicht tijdens de bijeenkomst. Veel verder dan 'we hebben meer hoogopgeleiden nodig' kwam het helaas niet. Een dooddoener en zeker niet dé oplossing. We hebben mensen nodig die goed zijn in alles waar robots niet goed in zijn en dat gaat verder dan alleen het 'hoofdwerk' waar 'hogere' opleidingen zich over het algemeen op focussen.
Hart en handen zijn minstens zo belangrijk, zeker vanuit de stelling dat als computers en robots steeds beter worden in waar ze goed in zijn, wij mensen steeds beter moeten worden waar wij goed in zijn.

Lees ook de samenvatting door Esther Porcelijn en mijn eerdere blogs over de opkomst van slimme technologie.