15 april 2015

Inspiratiedag 'Programmeren in de klas'


Ben je leerkracht in de midden- of bovenbouw van het (speciaal) basisonderwijs? Vind je het belangrijk dat programmeren, ict, technologie een plek krijgt op je school? Ben je al bezig met een oriëntatie hierop? Heb je al eens een les of project gedaan, maar wil je verder? Dan nodig ik je graag uit voor de inspiratiedag 'Programmeren in de klas' op 20 mei 2015 in Middelbeers.

Tijdens deze praktische inspiratiedag ben je samen met de andere deelnemers actief bezig met het uitproberen van diverse producten, zoals Kano, Ozobot en Lego Mindstorms. Er is volop ruimte voor het delen van ervaringen en ideeën en we gaan in gesprek over hoe je handen en voeten kunt geven aan het thema programmeren binnen je school.

Na de lunch is er een wandeling in de prachtige omgeving van Middelbeers. Beweging is immers goed voor het brein! Omdat we met een kleine groep van maximaal 8 deelnemers werken is er veel ruimte om gedurende de dag aandacht te hebben voor je vragen en wensen.

Voor het volledige programma, informatie over kosten en inschrijving, klik hier.

14 april 2015

Ozobot: robotje met hoge aaibaarheidsfactor


De afgelopen dagen heb ik de Ozobot getest, onder andere met twee groepen kinderen: de meisjes van de naschoolse techniekclub in Eindhoven die ik de afgelopen weken mee heb helpen opstarten (groep 7, 8) en de jongens van Beers' Hackwerk, mijn eigen ict-club (11-16 jaar).
De Ozobot is een guitig ‘lijn volgend’ robotje in de vorm van een helm, dat zich kan voortbewegen door middel van twee wieltjes. Het robotje beschikt over lichtsensoren die vier kleuren kunnen herkennen: zwart, rood, groen en blauw. Doordat een Ozobot het verschil ‘ziet’ tussen wit en zwart kan het een zwarte lijn volgen die je tekent, plakt of print op wit papier. De lijnen moeten zo’n 5 mm dik zijn. 

Kleurcodes
Door kleurcodes op te nemen in de zwarte lijn kun je de Ozobot onderweg opdrachten geven. Blauw-rood-blauw betekent bijvoorbeeld: keer om! Alle lijnen samen (het parcours) vormen een soort computerprogramma voor de robot.
Je lijn zelf mag ook in een van de drie andere kleuren zijn. Zodra de Ozobot over een rode lijn gaat, gaat zijn lampje rood branden. Zo kun je controleren of hij de kleuren goed herkent. Doet hij dat niet, dan moet je hem even kalibreren op het meegeleverde kaartje met de zwarte stip.

Wedstrijd
De twee bijeenkomsten heb ik in een wedstrijdvorm gegoten (wedstrijdformulier), zonder veel nadruk te leggen op het competitieve. De teams mochten bij elkaar afkijken en ervaringen uitwisselen. De kinderen vonden het leuk om de grenzen op te zoeken van wat de Ozobot kan. Er werden slingerende paden met scherpe bochten gemaakt en zelfs een looping, die natuurlijk niet werkte ('maar dat wist ik wel hoor'). 

Frustratie
Er was telkens veel enthousiasme als het lukte het robotje een opdracht succesvol te laten uitvoeren. In het begin tekenden en plakten de kinderen echte vaak te slordig: te dikke of dunne lijnen, te veel lijm onder een papierstrookje, zodat de Ozobot vastliep. En de meegebrachte blauwe marker bleek te donkerblauw: te weinig contrast met zwart. Het komt allemaal best precies.
Enerzijds hoort een beetje frustratie erbij, anderzijds denk ik dat het goed is eerst ter kennismaking een snel-scoren-opdrachtje te geven en daarna pas een wat lastigere uitdaging. Ook heb ik een A4'tje gemaakt met 'code clips', strookjes met kleurencodes in precies het juiste formaat om uit te knippen en op een zwarte lijn te plakken. Download hier. In de tweede groep werd hier gretig gebruik van gemaakt.

Apps
Er zijn ook apps beschikbaar om de Ozobot op het scherm van een telefoon of tablet te laten werken. Hiermee ben ik nog niet bezig geweest: ik vond het idee om eens iets rond computertechnologie te doen, zonder de gangbare devices in de buurt interessant.

Bee-Bot
De Ozobot doet qua filosofie wel wat denken aan de Bee-Bot: geen device, wieltjes en programmeren zonder 'code te kloppen'. En: de toepassingsmogelijkheden zijn enorm, maar hangen af van de creativiteit van de gebruiker. De Bee-Bot is geschikt voor kinderen in de onderbouw van de basisschool, de Ozobot is eerder voor de midden- en bovenbouw.

Magazijn-spel
Voor een volgende activiteit wil ik voor de Ozobot een 'vork' knutselen, zodat hij lichte voorwerpen vooruit kan duwen. Het parcours moet dan een Sokoban-achtig spel worden, een magazijn waarbij je van tevoren moet bedenken hoe en in welke volgorde de robot de voorwerpen moet verplaatsen om ze op de beoogde plek te krijgen.

De Ozobot is te bestellen bij Amazon. Een setje van 2 stuks kost net geen honderd dollar. De Canadese makers leveren niet zelf aan Nederland.

13 april 2015

Populairste verhalen op Blendle

Het publiceren van artikelen via TPO Magazine op Blendle is voor mij een project om te ontdekken hoe deze nieuwe vorm van een boterham verdienen aan journalistiek werkt.

Elk kwartaal ontvang ik een overzicht van hoe vaak lezers een los artikel van me hebben gekocht. Een paar conclusies uit het overzicht van de afgelopen drie maanden...
  • De omzet ten opzichte van vorig kwartaal is met ruim 200% gestegen. Dat is mooi, maar van een vergoeding die vergelijkbaar is met wat een tijdschrift betaalt voor een bijdrage is nog zeker geen sprake. 
  • De omzetstijging is deels te danken aan een groeiend aantal betalende Blendle-gebruikers, deels aan de prijs per artikel die onlangs iets verhoogd is en deels aan het feit dat artikelen uit eerdere kwartalen - dat worden er uiteraard steeds meer - nog een beetje renderen. Zoals mijn eerste verhaal op Blendle, een interview met Jef Staes, driekwart jaar oud, maar toch nog 2 (!) keer gelezen.
  • Als journalist krijgen we niets vergoed voor artikelen die betaald zijn uit het gratis leestegoed van € 2,50 dat je cadeau krijgt bij een nieuw account. Zo kan het zijn dat een artikel voor 65% met gratis geld 'gekocht' is. Het gaat om nieuwe accounts, maar de vraag is, hoeveel van deze gebruikers blijvend actief zullen zijn met lezen via Blendle.
  • Ook als lezers niet tevreden zijn over het verhaal en hun geld terugvragen, verdien je niets. Dat geld terugvragen gebeurt zo tussen de 2 en 20% van de gevallen. Bij mijn meest gelezen stuk ligt het op net geen 15%. Deels ontevreden lezers, deels lezers die structureel hun geld terugvragen. 
  • Mijn artikelen over onderwijs lijken het minder goed te doen dan mijn human interest-interviews en de stukken waarin ik praktische adviezen geef over sociale media. Dit is naar verwachting. Blendle wordt veel gebruikt door een publiek van wat we vroeger 'yuppen' noemden. Regelmatig vraag ik in mijn workshops en trainingen in het onderwijs of deelnemers Blendle kennen of een account hebben. De bekendheid is nog klein, slechts een enkele keer zegt iemand een account te hebben. Dat zijn dan vaak docenten Nederlands, die Blendle ook gebruiken als bron voor teksten die in de klas behandeld kunnen worden.
  • Het meest succesvolle verhaal is 'Help! Hoe ontsnap ik aan mijn smartphone?', een persoonlijk getinte column.
Ik probeer te leren door te doen, te experimenteren. Een belangrijke 'lesson learned' is om nóg scherpere koppen te maken en beknopte intro's die goed samenvatten waar de tekst over gaat, maar ook prikkelen om verder te lezen.

08 april 2015

Een nieuw woord: delenswaardig

Het begrip 'delenswaardig' geeft op het moment van schrijven 379 hits op Google. Daarmee bestaat het nog niet echt. Het is nog niet Van Dale-waardig, zeg maar.

Vreemd eigenlijk dat er nog geen woord is dat beschrijft dat een gebeurtenis, idee of bron de moeite van het delen waard is. Terwijl die vraag - 'Doe ik er goed aan dit te delen?' - met alle sociale media binnen handbereik toch regelmatig onze gedachten passeert.

Ik vond het delenswaardig dit met je te delen. Hiermee is de 380e hit op Google een feit. Een stapje dichterbij een vermelding in de woordenboeken en -lijsten.

07 april 2015

De Raspberry Pi als computer in de klas?

Computerwerkplekken voor in de klas zijn vaak erg kostbaar. Bovendien zijn ze vaak voorzien van netwerksoftware. Handig voor het beheer en toegang tot pakketten met licenties, maar die software geeft ook beperkingen. Zo kun je er meestal niet zomaar een programma installeren, dat je zelf nuttig vindt. Daarnaast hebben computers die in een netwerk hangen soms een lange opstarttijd en starten ze uitgebreide updates op momenten dat het eigenlijk niet uitkomt.

Sinds een paar weken heb ik een Raspberry Pi in huis. Het nieuwste model is een redelijk vlot computertje op creditcard-formaat dat draait op open source, dus gratis te gebruiken, besturingssoftware. Je kunt met een Raspberry Pi het internet bezoeken, met Open Office of Libre Office werken, programmeren, muziek bewerken... eigenlijk alles wat op een gewone computer ook kan, zo lang je maar gebruik maakt van niet al te zware pakketten die draaien op het besturingssysteem Linux.

De Raspberry Pi is een spotgoedkoop dingetje. Het kost je zo'n 35 euro. Vervolgens heb je nog wel de nodige randapparatuur nodig, zoals:
  • een toetsenbord en muis
  • een mini-SD-card voor de besturingssoftware, programma's en gegevensopslag (al doe je dat bij voorkeur in the cloud)
  • een WiFi-dongle of een vaste netwerkkabel om op het internet te kunnen
  • een speakersetje of hoofdtelefoon
  • een beeldscherm waar je een HDMI-kabel in kunt steken (en die kabel zelf natuurlijk)
Doordat je met losse componenten werkt zijn deze gemakkelijk te vervangen als ze stuk gaan. Andersom: als een oude PC wordt afgedankt, kun je de randapparatuur nog gebruiken voor de Raspberry. Met een vragenrondje onder ouders heb je misschien zomaar een hele stapel geschikte spullen voor nop.
Tip: laat kinderen bij de lessen handvaardigheid zelf een beschermend kastje maken voor de Raspberry Pi.
Er zijn ook leuke, handige setjes verkrijgbaar, zoals de Kano en de Bendoo Box, die een Raspberry Pi combineren met randapparatuur (behalve het beeldscherm) en lesmateriaal. Voor de Kano is er zelfs een compleet pakket besturingssoftware, speciaal voor kinderen en bedoeld om mee te leren programmeren. Dit pakket is ook gratis te downloaden voor wie zelf een computer wil samenstellen.

Een Raspberry Pi kan een handige aanvulling zijn op het bestaande park van computers op school:
  • Er is veel gratis software voor. Het vergt enige kennis om die te installeren, maar die opdoen is ook leren.
  • Het enige beheer: als hij het niet meer doet, installeer je de besturingssoftware opnieuw op het SD-kaartje.
  • Je kunt werken met een eigen SD-kaartje per leerling (op de Raspberry Pi zelf staat niets, alles staat op dat kaartje).
  • Het internet staat vol met tutorials, lesideeën, toepassingsideeën en oplossingen voor elk denkbaar probleem.
  • Als 'stand alone' computer biedt de Raspberry Pi ruimte om te experimenteren zonder schade aan te brengen. Een veilige playground!
Wat denk jij? Is de Raspberry Pi een waardevolle toevoeging aan het ict-pakket op je school?

Deze blog heb ik geschreven naar aanleiding van het denken over slimmer inzetten van middelen op basisscholen. Ik schreef hierover een column voor PO Management. Heb je zelf een slim besparingsidee, deel het via dit formulier.

Er zijn veel varianten op de Raspberry Pi van andere merken. Vuistregel: hoe duurder, hoe meer ze kunnen.

10 maart 2015

Snoeischaar



Waar is de snoeischaar? Bij de eerste lentedag van het jaar ga ik de tuin in om hem winterklaar te maken. Omdat dat ik daar in de herfst niet aan toegekomen was, zoals elk jaar. Het is een zootje. Maar waar is de snoeischaar? Als ik op alle vanzelfsprekende en enkele tegen-beter-weten-in plekken heb gekeken, geef ik het op. Dan maar een nieuwe. Met tegenzin over tijd- en geldverlies reken ik af.

Twee dagen later trek ik de keukenla open. Op zoek naar iets anders. Wat, dat ben ik alweer vergeten, maar verdomd: daar ligt ineens de snoeischaar! Nu hebben we er twee. Niet onbelangrijk detail: die lade gaat dagelijks zo'n vijf tot tien keer open om sleutels, oude post, wisselgeld en papieren zakdoekjes te pakken. Genoeg gelegenheid om het beeld van een snoeischaar een keer wat verder naar binnen te sturen dan mijn netvlies, zou je zeggen.

Zoeken is een vreemd fenomeen. Ik heb het ook met namen. Kom ik een bekend gezicht tegen - gezichten vergeet ik nooit - kan ik niet op de bijbehorende naam komen. Hoe harder ik tussen mijn oren google, hoe zinlozer het voelt. Via een laffe omleiding in de conversatie red ik mijn reputatie. Ik sus mijn geweten: het bekende gezicht heeft niets gemerkt van mijn blinde paniek. Een uurtje later, andere situatie, andere focus. Ondertussen volstrekt nutteloos dringt het bekende gezicht, nu met naam en toenaam, mijn gedachten binnen.

Wie zichzelf een zoekopdracht geeft en zichzelf daarnaa het loslaten gunt, zal vinden. Dat is me ondertussen wel duidelijk. In de wetenschap van de creativiteit heet het incubatietijd: laat een vraag in je achterhoofd sudderen, slaap er een nachtje over, laat je afleiden door kilometers snelweg of liters douchewater en je krijgt de mooiste oplossingen zomaar cadeau. Daar kan ik mee leven, ik ben best een geduldig mens. Maar loslaten op het moment dat na een lange periode van uitzichtloze grijsheid de zon weer schijnt of dat je dat bekende gezicht wilt zien glimlachen omdat je zijn/haar naam nog kent... ik heb het nog niet in de vingers. Wat ik wel in de vingers heb, zijn twee snoeischaren. Ik lijk - neem hier een paar uur pauze - Edward Scissorhands - wel.

01 maart 2015

Studeren met PDD-NOS: ‘Ik wil weten wat ik op eigen kracht kan’

Op school kreeg hij te horen dat het halen van een havo-diploma met zijn PDD-NOS een onhaalbare kaart zou zijn. Wick Gloudemans (21) gaf zijn begeleiders ongelijk. Met slechts een overgangsbewijs van havo-3 naar havo-4 op zak, drie maanden intensieve zelfstudie en een dik pak motivatie, haalde hij zijn diploma. Na een afmattende, maar leerzame periode, studeert hij nu aan de kunstacademie.

Ik interviewde Wick voor TPO Magazine. Het artikel is - betaald - te lezen via Blendle

Uit het interview: "Ik heb geaccepteerd dat alles wat ik doe drie keer zoveel energie kost dan voor iemand anders. Alles is een worsteling. Het blijft zoeken naar wat ik nodig heb om mezelf te ontwikkelen. Ik wil mijn grenzen opzoeken en verleggen, dichter bij mezelf komen. Ja, ik slik Ritalin, maar probeer dat steeds verder te beperken omdat het een sluier legt over wie ik echt ben."

Zullen leraren computers overbodig maken?



Leraren worden steeds beter in het laten leren van leerlingen. Door hun eigen 'leven lang leren' vorm te geven, zijn ze inmiddels in staat nóg slimmer pedagogiek, didactiek en inhoud met elkaar in verbinding te brengen. Daarbij baseren ze zich steeds meer op actueel onderwijskundig onderzoek. Leraren brengen steeds vaker hun unieke persoonlijkheid in, hun passies en talenten, waarbij ze werken vanuit een innerlijke drive jonge mensen tot ontwikkeling te brengen. Ook wisselen ze steeds vaker onderling intensief kennis, ervaringen en ideeën uit. Als leraren zo goed worden in hun vak, begint de vraag te rijzen: zullen leraren uiteindelijk computers overbodig maken?

Computers zijn al jaren onovertroffen als medium om mensen tot leren te brengen. Ze bieden toegang tot alle kennis die de mensheid heeft voortgebracht. Slimme software laat leerlingen adaptief werken met oefenstof en brengt ze door te werken in levels telkens weer in de 'zone van naaste ontwikkeling'. Ze werken altijd, staan 24 uur per dag ter beschikking van de lerende en hebben nooit een 'off day'. Het is dan ook bijna niet voor te stellen dat er een nieuw tijdperk aan zit te komen, waarin computers het af moeten leggen tegen de leraar. Dat steeds meer leraren zo sluw zijn dat ze de computer voor hun didactische karretje spannen, lijkt de boel alleen maar verder te versnellen.

Zullen leraren daardoor uiteindelijk computers overbodig maken? En moeten we ons daar dan zorgen over maken? Wat betekent deze ontwikkeling voor de toekomst van computers? Welke rol zal er voor deze apparaten uiteindelijk overblijven?

Het lijkt me goed dat er eens een intensief publiek debat over de vragen gevoerd gaat worden. Mocht u al een uitgesproken mening hebben over dit onderwerp, laat dan een reactie achter onder dit blogbericht...

12 februari 2015

De Schuur van Scheire



Op de Vlaamse tv-zender een is deze week een nieuw programma gestart rond wetenschap, techniek en maken: De Schuur van Scheire. In de eerste uitzending ging het onder ander over het hacken van een radiofrequentie, bakken op licht, een game bedienen via de Makey Makey en de vraag hoe een metaaldetector werkt. Op de website bij het programma is informatie te vinden over alle projecten en proefjes.

28 januari 2015

Project: spelenderwijs leren over sociale media voor docenten



Twitter, Facebook, LinkedIn... er zijn docenten voor wie het allemaal nog onontgonnen terrein is. Dat kan eigenlijk niet meer, vinden Steven, Stefan, Mark, Ismaël, Bob, Thomas en Bryan, eerstejaars studenten aan de lerarenopleiding ICT van de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool, een van mijn oude werkgevers. In het kader van hun opleiding ontwikkelden de studenten een spel, dat ze vandaag presenteerden aan hun docenten en een aantal belangstellenden. Een serious game, bedoeld om leraren de benodigde kennis bij te brengen en ze tot meer gebruik van sociale media in de les te krijgen. 

Fragment uit de handleiding van het spel. Bron: Do IT

Ik gooi 1 en verplaats mijn 3D-geprinte pion naar het volgende vakje op het kleurrijke, Levensweg-achtige spelbord. We spelen een ronde over Twitter; zelf uitproberen is een onderdeel van de presentatie. Ik pak een kaart, die ik aan een van mijn tegenspelers moet geven. Die leest vervolgens de kennisvraag aan de achterkant voor: met welk teken kan ik rechtstreeks naar iemand antwoorden? Als ik goed geantwoord heb, mag ik het blokje op mijn scorebalk een vakje naar rechts schuiven.

Acht weken werkten de studenten als het gezamenlijke bedrijf Do IT samen aan het spel. Ze bedachten het concept, maakten prototypes en ontwierpen een definitieve versie. Op tafel ligt het resultaat: een bord, 65 spelkaarten, pionnen, een dobbelsteen. Maar er is meer, zo blijkt al snel tijdens de presentatie.

Via een bijbehorende website hebben spelers tijdens het spelen toegang tot een bijbehorende website met uitlegvideo's, die bekeken moeten worden als de speler op het vakje met het video-icoon komt. Op de website staan ook simulaties waarbinnen je kleine opdrachten moet uitvoeren: een account aanmaken, iemand volgen. Omdat je in een nagemaakte versie werkt van bijvoorbeeld Facebook, kan er niets fout gaan. De thema's Twitter, Facebook, LinkedIn zijn speelklaar, maar het spel is gemakkelijk uit te breiden met kaarten, video's en simulaties voor andere sociale media.

De spelkaarten sluiten aan bij verschillende niveaus in het spel. Je begint op 0, gaandeweg worden de vragen in vier etappes moeilijker. Er zijn ook verschillende typen kaarten: behalve kennisvragen komen er lestips en discussiestarters voorbij. Wat zijn bijvoorbeeld de do's en don'ts voor Facebook-gebruik in het onderwijs? De handleiding geeft naast uitleg uitgebreide verantwoording, onderbouwd met theorieën en modellen uit de onderwijskunde. De taxonomie van Bloom komt voorbij, het model van Fogg. Anders dan in een gewoon spel gaat het niet om winnen. Spelers worden uitgedaagd elkaar te helpen met het beantwoorden van vragen en om met elkaar in discussie te gaan.

De studenten van Do IT hebben een knap staaltje werk geleverd in relatief korte tijd. 'Slapeloze nachten' waren onderdeel van het proces. Maar ach, het resultaat is er. Wat mij betreft - met nog wat finetuning - erg geschikt om de scholen te gaan benaderen.

Begeleidend docent voor dit project is Rick Vermulst.