10 mei 2013

Schuttingtaal op sociale media... waarom?

Apology wall
CC-BY scazon
De situatie: een groep met zo'n veertig twintigers, studenten Engels aan een lerarenopleiding. Toekomstige leraren in een masterclass 'introductie tot digitale didactiek en het gebruik van sociale media'. En natuurlijk gebruiken we hierbij een back channel. In dit geval het gemakkelijk te gebruiken Todaysmeet. Ik nodig de studenten uit het eerst even uit te proberen door het stellen van een vraag. Er komen boeiende vragen voorbij, zoals 'Wat is het voordeel van het feit dat leerlingen via digitale media (tijdens de les) vragen stellen i.p.v. rechtstreeks?' Een slimme zelfverwijzing. En er worden links gedeeld. Ook een wat belegen, maar vast en zeker goed bedoeld 'Goedemoggel' komt langs. Wat later meldt een deelnemer zich aan onder de naam van een medestudent. Er wordt een slappe grap gemaakt. Wat later lijkt het adres van ons channel naar buiten toe gelekt. Er verschijnt een hele reeks schuttingtaal...

Ik ben wel wat gewend. Onder andere door in een hele stroom data te negeren wat niet relevant is.   Ik pik er de serieuze bijdragen wel uit. 'Goed dat dit gebeurt', zeg ik, 'Dit zal ook best eens gebeuren als je straks in de klas een dergelijke toepassing gebruikt. Zie het als een aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan over deze kant van het gebruik van sociale media.'

Wat me wel verbaast, is dat mensen het kennelijk letterlijk de moeite waard vinden om online flauwe grappen en schuttingtaal te spuien. Waarom stop je je energie in het schrijven van een bericht vol vuilspuiterij. Natuurlijk, ik weet dat anonimiteit internetgebruikers een gevoel van onschendbaarheid geeft. Maar wat ligt er aan diepere drijfveer onder deze variant op Gilles de la Tourette? Is het de kick van vieze woordjes schrijven? Als je het al kunt zien, kijken of je de ontvanger uit balans kunt brengen? Is het een oerdingetje, vergelijkbaar met wat keurige kantoorwerkers transformeert tot agressieve hooligans? Ik ben oprecht benieuwd, dus laat de reacties maar komen. Anonieme reacties worden niet geplaatst.

05 mei 2013

Nieuwe boeken over sociale media in het onderwijs

Afgelopen periode zagen twee nieuwe boeken over sociale media in het onderwijs het levenslicht.

Anne ten Ham en Caroline Essink-Matzinger schreven 'Sociale media in het hoger onderwijs. Samen slim'. De auteurs plaatsen het gebruik van sociale media in een onderwijskundig kader door links te leggen met onder andere de taxonomie van Bloom en de leerstijlen van Kolb. Daarnaast bestaat het boek voor een belangrijk deel uit 20 lesideeën, uitgewerkt aan de hand van een praktisch stappenplan. Dat maakt het tot een handige uitgave. Jammer is dat het boek de indruk geeft wat haastig in elkaar gezet te zijn. Een aantal schermafdrukken is onscherp, hier en daar stuit de lezer op zetfoutjes en de vormgeving is wat saai. Neemt niet weg dat het geheel, ook met de beschrijving van een aantal best practices de nodige inspiratie kan bieden aan docenten in het hbo.


GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap is een netwerk van scholen in Vlaanderen. Medewerkers van de centrale diensten dit netwerk maakten de verzorgde uitgave Sociale media op school. Zet jouw school op de digitale kaart. In het boek vliegen de auteurs het onderwerp aan vanuit verschillende invalshoeken, zoals sociale media als pedagogisch en didactisch instrument, als communicatiemiddel en als middel voor professionalisering. Praktijkvoorbeelden, handige checklists en tips geven de lezer volop handvatten om met het onderwerp aan de slag te gaan. Het boek straalt positiviteit uit, maar tegelijkertijd worden ook de risicokanten van het gebruik van sociale media op school benoemd, zoals cyberpesten, auteursrechtenkwesties en het privacy-aspect. 'Sociale media op school' is bedoeld voor het Vlaamse onderwijs, maar is zeker ook interessant voor de Nederlandse scholen.

02 mei 2013

Expertmeeting met IPON-award-winnaar 'Mattermap'



MatterMap is een gratis te gebruiken online toepassing om standpunten of informatie over een bepaald onderwerp in beeld te brengen in de vorm van een interactieve mindmap. Je kunt elk item illustreren met een citaat. Als dit afkomstig is van een online bron kun je het citaat voorzien van een link.

De toepassing is aanvankelijk gemaakt voor en door journalisten, maar trok al snel de aandacht van het onderwijs. Zo won MatterMap in april de IPON Mediawijzer.net Award 2013. Met MatterMap kun je namelijk heel goed onderwerpen in beeld brengen voor je leerlingen, bijvoorbeeld voor Economie of mens & Maatschappij. Uiteraard kun je ook leerlingen zelf een MatterMap laten maken, bijvoorbeeld ter voorbereiding van een werkstuk of het schrijven van een tekst waarin de voors en tegens bij een bepaald onderwerp helder uiteengezet moeten worden. De makers van MatterMap zijn benieuwd naar ideeën vanuit het onderwijs om de toepassing nog beter geschikt te maken voor leren en school.

Op vrijdag 14 juni (van 13.30-16.30 uur) organiseer ik in samenwerking met MatterMap een expertmeeting, bedoeld voor leraren en andere educators die meer willen weten over de mogelijkheden, maar ook hun ideeën willen delen over het werken met deze online toepassing voor mindmapping. Deelname is gratis. We organiseren de bijeenkomst in (de regio) Utrecht.

Programma
  • Korte, interactieve inleiding over de kracht van mindmaps. 
  • Uitleg over en tips voor het gebruik van MatterMap.
  • Delen van ervaringen met en vragen over MatterMap.
  • Dialoog over verdere toepassingsmogelijkheden MatterMap en eventuele wensen t.a.v. de toepassing voor onderwijs.
  • Dialoog over een mogelijk verdienmodel voor MatterMap.
Belangstelling? Maak eerst een account aan en maak een (eenvoudige) MatterMap, zodat je met enige voorkennis naar de expertmeeting komt. Meld je daarna aan via deze link.





27 april 2013

Slottr: eenvoudig inschrijfsysteem voor gesprekken

Het gebeurt nog overal: leerlingen krijgen een briefje mee voor het tienminutengesprek, ouders moeten hun voorkeuren invullen, het briefje gaat mee terug naar school en de mentor mag met alle ingeleverde briefjes gaan puzzelen. Waarna de ouders weer een briefje meekrijgen waarop staat op welk moment ze naar school mogen komen.

Het kan veel gemakkelijker en efficiënter, bijvoorbeeld met de online toepassing Slottr. Deze toepassing kun je gebruiken voor het indelen van allerlei afspraken, bijvoorbeeld ook voor coachings- of mentorgesprekken.

Maak eerst een gratis account aan. Daarna maak je een 'sheet' aan. Zo wordt de lijst met alle 'slots', ofwel beschikbare momenten op tijd en datum genoemd. Als je 'sheet' klaar is, publiceer je hem online en nodig je de betrokkenen uit zich in te schrijven, waarbij je de link meegeeft naar je gepubliceerde sheet.

Beschikbare momenten zijn aangegeven met 'Slot me in'. Is een moment al 'ingepikt' door een ander, dan wordt dat aangeduid met de naam van de betrokkene, of - als je dat aangeeft - met 'Full'. In het kader van privacy verdient dat laatste uiteraard de voorkeur.

Als eigenaar van de sheet kun je op elk moment een overzicht krijgen van de stand van zaken.

Slottr is alleen beschikbaar in het Engels. Dat kan verwarrend werken, zoals door het gebruik van AM en PM in de tijden. Andere nadelen:
  • Iedereen die over de link beschikt, dus ook een grappenmaker, kan zich aanmelden. Er is geen afscherming met een wachtwoord.
  • De invuller krijgt geen bevestiging per e-mail. Benadruk daarom dat men de afspraak zelf goed noteert. 

26 april 2013

Sociale media: hoe bereiken we de ouders?

'De ouders die het het meest nodig hebben, komen niet.' Het is een uiting van zorg die ik regelmatig hoor op ouderavonden rond het thema sociale media. En inderdaad, de opkomst bij dit soort avonden is lang niet altijd bevredigend. Bovendien: de meeste ouders die ik op zo'n avond spreek, blijken redelijk tot goed op de hoogte, vertellen dat ze er met hun kinderen al regelmatig over spreken en dat er binnen het gezin een aantal afspraken gelden.

Hoe bereik je nu de groep waarvan je vermoedt dat voor hen sociale media geen thema is? De ouders die nauwelijks of geen zicht hebben op wat hun kinderen online doen, geen afspraken hebben of juist met hun regels ook het positieve, nuttige gebruik van sociale media blokkeren? De ouders die denken: mijn kind is daar zo handig in, ik heb er geen verstand van, dus laat ze maar doen? En misschien ook de ouders van kinderen bij wie het af en toe misgaat in de online wereld...

Dé manier om deze groep te bereiken is via de kinderen. Start bijvoorbeeld een project over sociale media / mediawijsheid waarbij de leerlingen als een van de opdrachten ouders moeten interviewen over dit thema. De leerlingen krijgen dan een lijst mee met vragen die prikkelen om na te denken en in gesprek te gaan over dit thema. Denk aan:
  • Welke sociale media gebruik je en waarvoor?
  • Wat vind je pluspunten aan het gebruik van sociale media? 
  • Welke risico's zie je rond het gebruik van sociale media? 
  • Welke afspraken over het gebruik van sociale media gelden binnen het gezin?
Andere voorbeelden of ideeën? Laat het weten via 'Opmerkingen'.


24 april 2013

Doe mee en win een boek!

Wij de School is een nieuw initiatief van een aantal gedreven ondernemers in social innovation in Zuidoost-Brabant. Deze regio blinkt uit in coöperatieve samenwerking, creativiteit en innovatief ondernemerschap. Met het initiatief maken we de vertaalslag naar het onderwijs.
Onze missie is om thuis, scholen, bedrijven, gemeenten en verenigingen én kinderen, jongeren en (jonge) professionals, via school te verbinden.
We denken dat hiermee voor alle betrokkenen nieuwe kansen ontstaan om te leren, om slimmer te organiseren, om de samenhang in de gemeenschap te versterken.

Een van onze eerste activiteiten is het verzamelen van honderd creatieve, praktische ideeën om de buitenwereld bij de school én de school bij de buitenwereld te betrekken. Het moet gaan om  ideeën waarbij alle betrokkenen baat hebben. Ideeën ook die niet of nauwelijks extra tijd en geld kosten, maar juist energie en creativiteit opleveren.

Enkele voorbeelden:
  • Houd een inventarisatie onder ouders: wat doe je voor werk / hobby en ben je bereid hier iets over te vertellen op school of vanuit die kennis / dat talent op een andere manier bij te dragen aan school.
  • Organiseer thema-avonden met lokale partijen: bedrijven (hoe verandert de wereld van werk door nieuwe technologie), verenigingen (respect op het sportveld).
  • Organiseer een intergenerationeel voorleesevent: kinderen, ouders en ouderen lezen verhalen voor aan elkaar.
  • Laat leerlingen een workshopmiddag verzorgen voor leraren, overig personeel (en ouders) over sociale media.
  • Waarom hebben we eigenlijk geen stages in het PO? Jonge kinderen kunnen bijzonder rijke ervaringen opdoen door een dag mee te lopen een lokale organisatie.
  • Een schoollokaal inrichten als kringloopwinkeltje, gerund door leerlingen. Denk aan speelgoed waar niets mee gedaan wordt, maar waar jongere kinderen nog iets aan hebben. Opbrengst investeren in de school.
Denk mee en win een boek
Heb je zelf een geweldig idee (of een best practice), deel het met ons en maak kans op mijn boek 'Smihopedia. Aan de slag met sociale media in het onderwijs'. We geven exemplaren weg voor de drie origineelste inzendingen.

Deel hier je idee. Inzenden kan tot en met vrijdag aanstaande, 18.00 uur.

19 april 2013

De vooruitgang is de oorzaak van de toenemende werkloosheid

Is de hoogopgelopen werkloosheid het gevolg van een crisis die ons overkomt? Dat zou mooi zijn. Het zou immers betekenen dat de werkloosheid vanzelf weer oplost, zodra de crisis plaats maakt voor een nieuwe hoogconjunctuur.

Ik denk dat de werkloosheid nog verder zal toenemen. En dat die toename mede veroorzaakt wordt door de vooruitgang. Dat klinkt misschien paradoxaal. De meest eenvoudige uitleg: technologie en automatisering nemen ons werk uit handen, dus is er minder werk of verschuiven werkzaamheden. Een paar voorbeelden:
  • In onze industrie en in de agrarische sector heeft technologie al veel werk van mensenhanden overgenomen, maar automatisering grijpt nu ook steeds meer in in 'white collar'-werk. Als er niemand meer aan je balie komt, omdat klanten van thuis uit alle bankzaken kunnen doen, moet je vrezen voor je baan. Bij de Rabobank gaat het in dit verband de komende twee jaar bijvoorbeeld om 3000 banen. En taxi- of vrachtwagenchauffeur ben je misschien nog twee decennia. Daarna sturen auto's zichzelf op basis van de gewenste bestemming.
  • Het aantal banen die te maken hebben met de distributie van fysiek opgeslagen content (boeken, kranten, cd's) en alles wat daaromheen georganiseerd is, zal verder afnemen. Wat je via het web kan doen is goedkoper dan wat je via de weg doet. 
  • Werk wordt geoutsourcet, binnen Nederland aan goedkopere krachten uit de ons omringende landen, maar ook via het internet naar landen waar men goedkoper kan produceren én diensten kan verlenen. Op lange termijn zal er mogelijk een nivellerend effect optreden binnen de wereldeconomie, maar dat is een langetermijnperspectief.
  • De markt is transparanter dan ooit. Dat heeft verschillende gevolgen. Doordat consumenten prijzen kunnen vergelijken, staan de marges onder druk en kunnen organisaties niet anders dan 'lean and mean' (lees: met zo weinig mogelijk mensen) opereren. Doordat consumenten kwaliteit kunnen vergelijken zal meer werk terecht komen bij de partijen die het goed doen. Die krijgen het daardoor drukker, terwijl degene die maar matig werk leveren met lege handen zullen komen staan. Ten slotte: transparantie zorgt ervoor dat de consument niet meer in allerlei constructies trapt die veel beloven, maar uiteindelijk nauwelijks of geen meerwaarde bieden. Denk aan bank- en verzekeringsproducten. De markt die gebouwd is op gebakken lucht zal verder wegdampen.
  • De arbeidsmarkt wordt flexibeler. Of we willen of niet. De vaste baan die werknemers ook door voor de organisatie magere tijden loodst, is niet langer de 'default optie' als het om werk gaat. 
  • Voor een groeiend aantal vaardigheden is geen specialistische kennis meer nodig door slimmere gereedschappen (moderne apparatuur die uitleest waar de fout zit in een systeem) en door media begeleide instructie (uitleg op YouTube, Augmented Reality).
  • Steeds meer consumenten zijn een beetje 'overbodige-luxe-moe'. We hoeven niet alles en nog meer te hebben. Spullen delen kan ook, wat minder is ook wel eens lekker en wat het nog doet hoef je niet meteen te vervangen. Het moet immers ook allemaal verdiend worden.
Je zou er somber van worden. Don't. Er ontstaan ook nieuwe vragen in de markt. Laten we nadenken over hoe we een nieuwe economie kunnen gaan opbouwen. Een duurzame economie, die gaat over kwaliteit van leven en over échte waarde creëren in plaats van over kwantiteit van consumeren. De oude jas past niet meer. Hoe de nieuwe jas eruit moet zien, ik weet het niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat we die kunnen ontwerpen. Want als er een ding is dat technologie en automatisering ons brengt is het een support system om onze creativiteit en kennis op een hoger plan te brengen.

14 april 2013

Tien redenen waarom blogs met lijstjes zo populair zijn

8, 19, 9, 10 of 14 redenen om te gaan
hardlopen. De eerste vijf hits bij Google
op zoekopdracht 'redenen om te gaan
hardlopen'.
Blogs met lijstjes zijn populair. Als blogger zie je dat terug in je bezoekersstatistieken. Maar je ziet het ook op plekken waar blogberichten worden aanbevolen, zoals op Flipboard of Pinterest. Waarom lezen we zo graag blogs met 'Zeven manieren om...', 'Vijf regels van...' en 'Tien tips voor... '? In deze blog geef ik tien antwoorden.

1. Van lijstjes gaat een zekere autoriteit uit. De auteur heeft kennelijk grip een stukje complexe materie omdat hij/zij laat zien in staat te zijn een en ander compact en overzichtelijk te kunnen verpakken.
2. Lijstjes geven de indruk, of zo je wilt illusie, van compleetheid. Een blog over 20 redenen om sociale media in te zetten voor de PR van je school doet vermoeden dat er niet meer dan 20 redenen zijn, toch?
3. Lijstjesblogs hebben meestal een 'what-you-give-is-what-you-get'-titel. Kom je die titel tegen als aanbeveling op sociale media, dan zul je gemakkelijker doorklikken omdat je je meteen kunt voorstellen wat je achter de link kunt verwachten.
4. Lijstjes geven de lezer houvast. Je zou het lijstje bij wijze van spreken in kunnen lijsten als checklist. Ben je bijvoorbeeld bezig met het bedenken van een 'viral' dan geeft een blog als '6 STEPPS om sociale besmettelijkheid te realiseren' je handvatten. Ben ik niets vergeten?
5. Lijstjesblogs lezen lekker en snel. Het gaat om een bekend format dat overzichtelijkheid biedt door de opdeling van de informatie in hapklare brokjes.
6. Zoekmachinegebruikers worden gemakkelijk getriggerd door de titel van een lijstjesblog. Zoek je op 'redenen om te gaan hardlopen'? Dan is een titel als '19 redenen om te gaan hardlopen' veelbelovend en uitnodigend. Zelf kwam je immers niet verder dan twee of drie redenen...
7. Omdat lijstjesblogs populair zijn, kun je scoren onder je volgers en vrienden door ze te verwijzen naar je laatst ontdekte lijstjesblog. Zo versterkt de populariteit van lijstjesblogs de populariteit van lijstjesblogs.
8. Lijstjesblogs zijn populair onder betweterige reageerders die het heerlijk vinden om de auteur via de reactiefunctie fijntjes te wijzen op een omissie. 'Ik mis tip 11, namelijk...' Ook is het bij het reageren handig om naar een bepaald fragment uit de blog te verwijzen. 'Bij punt 8 zeg je..., maar'. 
9. Het is leuk een blog in de vorm van een lijstje te schrijven. Dat schrijfplezier straalt af op het eindresultaat en dat is derhalve leuk om te lezen.
10. Lijstjes bevatten soms hilarische pogingen om toch maar aan het magische getal van 7 of 10 items te komen. Dat maakt lijstjesblogs vaak grappig om te lezen. 

03 april 2013

Secundair parate kennis

Afgelopen week heb ik een dorpsgenote geholpen met de installatie van iTunes op een Windows-computer. Ik gebruik al jaren geen Windows meer, maar kon toch vrij snel de gewenste instellingen achterhalen en de boel aan de praat krijgen. Kennelijk beschik ik nog over de benodigde kennis.

Vorige week schreef ik een blog over acht verdienmodellen achter gratis online diensten en toepassingen. Als je me nu vraagt ze alle acht even voor je op te sommen, bestaat de kans dat me dat niet lukt. Betekent dat dat ik niet meer over die kennis beschik?

In het onderwijs toetsen we wat af. Het gaat daarbij veelal om parate kennis. De frustratie bij leerlingen is enorm als ze na afloop een rode streep zien en bij het goede antwoord en tegelijkertijd denken: 'Ik wist het eigenlijk wel!' De kennis was er, maar was niet paraat op het moment dat het erom ging.

We leven in een tijd van een hoge kennisintensiteit. In mijn werk verstouw ik dagelijks grote hoeveelheden informatie. Daarnaast produceer ik het nodige: artikelen, blogs, tweets, soms foto's of een videootje. Ik leun hierbij steeds meer op wat ik hierbij doop tot secundair parate kennis. Het gaat hierbij om dingen die ik weet of denk, maar die even een zetje nodig hebben vanuit een extern opslagmedium om weer helder voor de geest te verschijnen. Zo zoek ik regelmatig in mijn archief naar een artikel of een blog waarin ik een gedachtengang heb uitgewerkt. Ik heb de kennis dan niet paraat, maar kan hem wel snel hernieuwd helder voor de geest halen.

Secundair parate kennis is niet precies hetzelfde als weten waar je snel een antwoord op een vraag kunt vinden. Ook belangrijk, maar daarbij gaat het om nieuwe informatie. Misschien is het concept van secundair parate kennis wel het antwoord in de zwart-wit-discussie tussen goeroes die zeggen dat je niets meer hoeft te leren als alles vindbaar is op Google en hun tegenstanders die vinden dat het hebben van zoveel mogelijk parate kennis essentieel blijft. De consequentie is dan dat we in toetsen met het oog op 21e eeuwse vaardigheden meer aandacht geven aan de secundair parate kennis bij leerlingen.

28 maart 2013

Hoera, gratis! Maar... hoe kan dat?

Money
CC-BY Tax Credits
Het wemelt op het internet van de gratis toepassingen. Da's mooi, maar 'there is no such thing as a free lunch', zeggen de Engelsen en ze hebben natuurlijk gelijk. Meestal toch. Maar hoe worden die gratis toepassingen dan bekostigd? Het is een veel gestelde vraag in de workshops, waarin ik deelnemers kennis laat maken met gratis te gebruiken digitale toepassingen. In deze blog laat ik de meest gehanteerde verdienmodellen de revue passeren.

1. Reclame
De meest voor de hand liggende. Als gebruiker van de toepassing krijg je banners of tekstadvertenties te zien. Google is hier erg goed in. Heb je een keer een schone onderbroek gekocht, krijg je overal onderbroekenreclames te zien. Het systeem is lang niet zo slim als wel eens wordt beweerd. Zo kreeg ik laatst voorafgaand aan een YouTube-filmpje een commercial te zien voor Chrome. Ik speelde de video af in... je raadt het al: Chrome.

2. Data mining
Gegevens die je invoert of dingen die je maakt met de toepassing worden op een hoop gegooid met de gegevens en producten van andere gebruikers. Hieruit wordt marketinginformatie gedestilleerd. Dit is de belangrijkste inkomstenbron van Facebook.

3. Freemium
Je kunt de toepassing gratis testen of beperkt gebruiken. Betalen geeft extra mogelijkheden: meer werk online opslaan of toegang tot bronmateriaal (afbeeldingen, muziek) dat je binnen de toepassing kunt gebruiken. Wil je meer dan vijf mindmaps maken en bewaren in Popplet, dan zul je je credit card tevoorschijn moeten halen.

4. Klantenbinders
Bedenk een toepassing, maak hem gratis om zoveel mogelijk gebruikers aan je te binden. Zodra ze niet meer zonder je dienst kunnen, stuur je de eerste rekening. Zo lees je in de kleine lettertjes van het gratis Edcanvas: 'We may begin to charge fees at some point in the future'.

5. Subsidie
De toepassing is (deels) bekostigd door een geldschieter die er niet aan hecht uitgebreid beloond te worden. Dat kan een overheidsinstelling zijn. Mattermap is gemaakt met een innovatiesubsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers.

6. Showcase
De toepassing is echt gratis. Het bedrijf of de maker wil zich ermee profileren: kijk eens wat ik allemaal kan! James Socol maakte zo bijvoorbeeld Todaysmeet.com.

7. Investering
De makers zien in hun toepassing een gouden toekomst: we maken een geweldige app en zodra we honderdduizend gebruikers hebben, laten we ons opkopen door een rijk bedrijf. Yammer is zo terecht gekomen bij Microsoft. Voor het zover is, laten ze investeerders de ontwikkeling mee financieren.

8. Commissie
De toepassing biedt gebruikers de mogelijkheid om gemakkelijk iets te verkopen. De aanbieder houdt een percentage van de omzet in. Eventbrite doet dit bijvoorbeeld met het mogelijk maken van ticketverkoop.

Laat je free lunch niet staan. Geniet ervan, maar vraag je altijd af waarom je dat lekkere broodje krijgt aangereikt. Dan hoef je je later niet te verslikken...

[toegevoegd]
Bereik verkopen
Er zijn toepassingen die gebruikersgroepen aantrekken die interessant kunnen zijn voor commerciële organisaties die zich op dezelfde doelgroep richten. Zo onderzoek Edshelf momenteel of organisaties bereid zijn tegen betaling (kortings)acties te bieden voor hun gebruikers. Er is dan sprake van win-win-win. Edshelf genereert inkomsten, gebruikers krijgen vrijblijvend aantrekkelijke aanbiedingen en de commerciële organisaties krijgen gemakkelijk toegang tot een geïnteresseerde doelgroep.

Uniek verdienmodel
Met Duolingo kun je gratis een taal leren. Het verdienmodel is ingenieus, zeer ingenieus. Gratis betekent bij Duolingo niet dat je voortdurend reclame te zien krijgt of dat je flink moet gaan betalen, net als het leuk wordt. Nee, cursisten krijgen vertaalopdrachten van echte teksten van het web. Uit de vertaalde teksten van grote groepen cursisten is software-matig een ideale vertaling te destilleren. Voor een deel van de vertalingen wordt op termijn betaald door de organisaties die hun website open willen stellen voor anderstaligen. Ze betalen dan voor accuratesse en snelle levering... en voor het in stand houden van het project.