17 april 2014

Netwerken floreren door wederkerigheid en diversiteit

Wat maakt dat netwerken vruchten afwerpen? Het was een van de vragen tijdens een netwerkbijeenkomst rond ‘Leren in Eindhoven 2030’ op 16 april. Zo’n 70 deelnemers uit onderwijs, zorg en bedrijfsleven troffen elkaar in de sfeervolle ambiance van het VentureLab op Strijp S. De bijeenkomst werd voorbereid en begeleid door Jacline de Kort, Maud van Zandvoort en ik (Wij de School).


Het netwerk Leren in Eindhoven 2030 is een initiatief van Schoolnet Eindhoven (de gezamenlijke onderwijsinstellingen en de gemeente Eindhoven) dat voortvloeit uit de begin dit jaar vastgestelde Visie en Roadmap voor het leren van de toekomst in de stad. Het netwerk is bedoeld om professionals die bezig zijn met leren bij elkaar te brengen en te komen tot activiteiten, projecten en uitwisseling van kennis, ervaring en ideeën. In een reeks bijeenkomsten - Pit Stops - wordt dit netwerk opgebouwd en uitgebreid. De bijeenkomst van 16 april was de tweede in de reeks.

Lerende centraal
Een van de uitgangspunten in de Visie en Roadmap is dat de lerende, met diens talenten, belangstelling en leerbehoeften centraal staat. Bij Integraal Kind Centrum Mondomijn in Helmond is dat het kind van 0 tot 13. Directeur Joke Tillemans verzorgde een korte keynote waarin ze vertelde hoe die gedachte wordt vormgegeven. Dat gebeurt onder andere door vakleerkrachten in te zetten voor talentontwikkeling van kinderen. Denk hierbij aan een muziekleraar of een specialist op het gebied van bewegen en vrije tijd. Na de keynote gingen de deelnemers in groepen uiteen om na te denken over de vraag hoe een netwerk het leren in de stad kan versterken. Op flipovervellen werden de antwoorden verzameld: halen en brengen moeten in balans zijn, hoe meer diversiteit, hoe meer opbrengst en blijf niet te lang hangen in praten en plannen maken, maar kies een concreet doel en ga aan de slag.

Plofkip-onderwijs
Een andere boodschap vanuit de gesprekken luidde: laat je inspireren. Die kans kregen de deelnemers na de pauze met een drietal goede voorbeelden van hoe leren anders kan. Jos Hardeman vertelde over GoodCompanies, een webshop waarop leerlingen producten en diensten kunnen plaatsen, waarvan de opbrengst naar goede doelen gaat. Bas Kamer vertelde hoe hij jongeren met autisme en app-ontwerpers bij elkaar bracht om te komen tot een app die ondersteunt bij communicatieve situaties die lastig zijn als je autisme hebt. En Dennis van den Berge vertelde hoe hij op 15-jarige leeftijd begon met ondernemen. Het onderwijs bleek hem op dit pad weinig te kunnen bieden, hij leerde vooral door doen en door gebruik te maken van zijn netwerk en de contacten die hij heeft op via sociale media. Dennis hield een vurig pleidooi om het huidige ’plofkip-onderwijs’ plaats te laten maken voor meer gepersonaliseerd onderwijs.



Hubs
In het laatste blok van de avond kregen de deelnemers de gelegenheid heuse plannen te smeden: waarmee wil je aan de slag? Hier bleek dat er veel behoefte is aan ‘hubs’, compacte knooppunten van kennis, ideeën en ervaring rond een specifiek thema én met een concreet doel. Zo moet Eindhoven een ‘coding club’ krijgen waarin kinderen en jongeren kunnen leren programmeren. Er is verder behoefte om vragen zichtbaar te maken vanuit de praktijk van het sociale domein en het bedrijfsleven. Naar aanleiding daarvan kunnen organisaties samen met lerenden in en buiten het onderwijs dan in experimenten nieuwe concepten gaan uitproberen. Een van de conclusies van de avond is dat leren en ondernemerschap een combinatie met veel potentie is. Ondernemerschap staat dan voor pro-actief aan de slag met de uitdagingen die op je pad komen. Vanuit die gedachte is het netwerk gebaat bij deelname van professionals en lerenden met verschillende achtergronden. Ondernemers en onderwijsprofessionals kunnen elkaar aanvullen en van en met elkaar leren. Dat brengt de stad verder...

Op 4 juni is er een volgende bijeenkomst van het netwerk. Binnenkort kunnen belangstellenden zich hiervoor aanmelden. Op de Facebook-pagina van het netwerk kunnen zij elkaar alvast treffen. Meer informatie: www.facebook.com/leren2030

28 maart 2014

Van diploma naar 'competence playlist'



Op 21 januari van dit jaar verbrandde Jef Staes zijn diploma. Een symbolische daad, provocerend en met veel gevoel voor show gebracht. Diploma's zijn iets van het verleden, aldus de Vlaamse auteur en spreker. In bovenstaande video (en in een presentatie op TEDxFlanders 2014 dat ik deze week via YouTube live volgde) introduceert Staes de opvolger van het diploma: 'The Competence Playlist', een lijst van persoonlijke competenties. Deze metafoor van het lijstje met liedjes zette me aan het denken...

Diploma-uitreiking (dit ben ik ja,
dus dit is niet Boris Karloff)
Ik sloot in 1989 mijn opleiding aan de lerarenopleiding af met een diploma. Ik mag Nederlands en Engels geven op het voortgezet onderwijs. Ik héb lesgegeven, maar dat is lang geleden. Als je me nu op de loonlijst zet om leerlingen de Engelse grammatica bij te brengen, heb ik op zijn minst een opfriscursus nodig. Of twee.

Een opleiding journalistiek heb ik nooit gedaan. Toch gaat het schrijven van een interview of reportage me gemakkelijk af. Ik verdien er voor een deel mijn dagelijkse boterham mee. Talent, jarenlange oefening en het feit dat ik schrijven altijd een plezierige activiteit vind, is meer dan genoeg om deze competentie hoog op mijn playlist te houden. Spreken in het openbaar is hier pas vrij recent bijgekomen. Een jaar of vijf geleden begon ik ermee, met klamme handen nog. Niet voor geleerd, gewoon begonnen.

Prima functionerende professionals zonder, met een niet afgeronde of niet passende opleiding... je loopt ze overal tegen het lijf. Ook aan de vraagzijde wordt niet zo'n belang gehecht aan het diploma, zo illustreerde Claire Boonstra in een interview dat ik recent met haar had:
'Ik hield namens mijn cohort een dankwoord bij de diploma-uitreiking. Voor mijn speech had ik een hele stapel vacatures voor civiel ingenieurs gescand. Ik somde de lijst op met de kwaliteiten die gevraagd werden door organisaties: ondernemerschap, creativiteit, talenkennis, leiderschap, samenwerken, teamspirit... En nee, nergens werd kennis van grondwaterstromingen vereist.'
Het idee van 'The Competence Playlist' vertelt voor mij:
  • Je beschikt over een unieke, persoonlijke set van competenties. Die sluiten in verschillende combinaties aan bij wat er nodig is voor verschillende werkzaamheden.
  • De playlist is continu in ontwikkeling. Wat je lang niet meer gedaan hebt, verdwijnt van de lijst. Nieuwe ervaringen bieden nieuwe mogelijkheden.
  • Je hebt alleen iets aan je playlist als je hem aan anderen kenbaar maakt. Dat doe je door te laten zien wat je gedaan hebt en waar je mee bezig bent. Niet alleen in een portfolio, maar ook in wat je doet en wat je deelt, bijvoorbeeld op een website of in sociale media.
  • Het komt altijd van pas als een liedje op je playlist herkend wordt door de ander. Zo ontstaat contact. Heb je veel bekende liedjes uit verschillende genres op je playlist, dan ben je een generalist: nog steeds uniek, maar wel breed georiënteerd. Je kunt je natuurlijk ook specialiseren door je lijst kort te houden, maar de liedjes wel uit en te na te kennen. (Vergelijk met het T-profiel.)
Mijn diploma nu ook verbranden? Poeh, dan zou ik het eerst eens moeten vinden... 

27 maart 2014

Een positieve kijk op het kind dat anders doet


Niemand is een klier voor zijn plezier. En dat geldt zeker voor kinderen. Maar ja, je wilt als leraar les geven en dan is zo'n stuiterende, stotterende, storende of juist veel te stille leerling niet vanzelfsprekend een zegen. Hoe moet dat nu als je in het kader van passend onderwijs straks nog meer, nog ernstiger gevallen van autisme, PDD-NOS en ADHD door de deur van je lokaal ziet binnenkomen. Ivo Mijland - inderdaad, de broer van - schreef er een vlot boek over: 'Ik ben toch té gek'. Belangrijkste boodschap: treed het kind dat anders is of doet (en diens ouders) positief en professioneel tegemoet, dan is veel leed te voorkomen en komt het constructieve en gezellige klimaat in je klas niet in gevaar, integendeel!

Ivo illustreert zijn boodschap met wetenschappelijk onderzoek en theorieën, bijvoorbeeld over loyaliteit tussen ouder en kind en hoe je de transactionele analyse kunt gebruiken om op een professionele manier te kijken naar je omgang met leerlingen. De vele anekdotes komen onder andere uit Ivo's eigen onderwijsloopbaan. Die begon met een rol als leerling (op zijn kop in de prullenbak bij meneer Gielen, van wie ik ook nog les heb gehad), via die van leraar (een 'moeilijke' leerling met een Mötorhead-shirt) naar trainer, coach en adviseur (het vraaggesprek met ADHD'er Jan). Van elke bladzijde spat het begrip en respect voor de leerling, voor elke leerling. Wie bij het lezen denkt: maar soms is het gedrag van kinderen toch echt onacceptabel, wordt er fijntjes op gewezen dat er eigenlijk geen alternatief is voor een positieve benadering en een echte ontmoeting. Een negatieve benadering is namelijk hét recept voor verergering van de eventuele problemen. Ivo daagt zijn lezers dan ook uit negatieve labels te herkaderen door ze proberen te zien als talenten: een leerling die snel afgeleid is, heeft een opmerkzame opmerkzaamheid. Geef dat talent vervolgens de ruimte.

Het gaat allemaal snel voorbij - je leest het boek in een uur of drie uit - maar dan heb je toch wel de nodige munitie om mee aan de slag te gaan. De twaalf oefeningen voor in de klas maken het wat dat betreft af.

Het recenseren van een boek van je broer is lastig. Zullen lezers er een gevalletje overmatige horizontaal door verticale loyaliteit in zien? Ach, ze doen maar. Ik ben trots op wie Ivo is en wat hij doet. Maar in het kader van een stukje mediawijsheid: grijp vooral de kans aan een eigen oordeel te vellen. 




22 maart 2014

Blendle: een nieuw baken in het medialandschap

Vijf jaar geleden schreef ik een wat trieste analyse over de vraag waarom mijn liefde voor de krant aan het bekoelen was. Sinds die tijd koop ik nog wel regelmatig een los exemplaar of krijg ik af en toe een overdagig exemplaar van de buren. Als ik reis heb ik nog altijd als gouden regel: minimaal één keer een lokale kiosk binnenlopen voor een landelijke of regionale newspaper, journal of Zeitung.

Als ik al kranten lees, sla ik de 'nieuws van de dag'-pagina's over. Televisie, radio en internet houden me immers real time op de hoogte. Van een goed achtergrondverhaal op papier kan echter ik nog steeds erg genieten. De koers van veel aandacht voor achtergrond die Rob Wijnberg destijds inzette met nrc.next vond ik dan ook scherp. Maar het bleef één krant met voor mij nog altijd te veel irrelevante letters.



Maar sinds kort is er Blendle: een online kiosk gevuld met Nederlandse kranten en tijdschriften. Je kiest zelf wat je leest en betaalt daarvoor per artikel, bijvoorbeeld € 0,10 of € 0,25. Kopen doe je met een simpele muisklik, waarna het betreffende bedrag wordt afgeschreven van een tegoed dat je telkens kunt aanvullen. Klik je per ongeluk op een artikel of zie je binnen 15 seconden na het openen van een verhaal dat het niet is wat je zocht, dan betaal je niets. Je kunt zelfs je geld terugvragen als je na het lezen van een artikel teleurgesteld bent. Al met al kun je voor het bedrag van een dagelijkse krant redelijk wat lezen. De online dienst is een initiatief van Alexander Klöpping en Marten Blankesteijn.

Blendle is ook een sociaal netwerk. Je kunt een aanbeveling schrijven bij de stukken die je gelezen hebt, andere lezers volgen of 'alerts' instellen voor onderwerpen die je interesseren. Wat je gelezen hebt, blijft beschikbaar in een persoonlijk archief.

Vandaag kreeg ik toegang tot de bèta-versie (en € 2,50 tegoed cadeau om de dienst goed uit te kunnen proberen). De interface is gebruiksvriendelijk, sober, maar fris. En het werkt allemaal sneller dan als je één editie van een volledige digitale krant moet aanschaffen. Die moet je immers eerst helemaal downloaden voordat je kunt beginnen met lezen. Erg fijn: wil je achtergronden bij de gebeurtenissen in 'Oekraïne', dan tik je dat begrip als trefwoord in. Vervolgens kies je zelf het artikel waarvan je verwacht dat het het best aansluit bij je behoefte.

Het aanbod binnen Blendle is nog wat beperkt, zeker wat betreft tijdschriften, maar ik las vandaag toch al stukken uit Vrij Nederland, NRC Handelsblad, Trouw en nrc.next. Dat werkte prima, vanuit de browser op mijn computer en die van mijn tablet.

Een revolutie in medialand? Misschien niet, maar wel een nieuw baken in het medialandschap.

Je kunt je aanmelden op de website. Bèta-gebruikers worden stapsgewijs toegevoegd, dus mogelijk moet je nog even geduld hebben voordat je aan de slag kunt met dit medium.

13 maart 2014

Padlet als smoelenboek voor een bijeenkomst

Gisterenavond vond bij Founded By All in Eindhoven een netwerkbijeenkomst plaats over de toekomst van het onderwijs in de regio. Om het netwerk van deze avond een gezicht - of liever 'gezichten' - te geven, hadden we als organisatie een inschrijfbalie ingericht met drie laptops waarop een Padlet-prikbord open stond. Alle deelnemers vulden hier zelf hun gegevens in: een naam, organisatie, e-mailadres en een foto.



Padlet werkt heel gemakkelijk en is gratis te gebruiken:

  1. Je maakt op de Padlet-website een virtueel prikbord aan. Dit kan zonder eerst een account aan te maken, maar als je dat wel doet, kun je het prikbord ook beheren.
  2. Elk prikbord dat je aanmaakt krijgt een unieke link. Wie over deze link beschikt, kan een item op het prikbord plaatsen door op een willekeurige plek te klikken. Een en ander gebeurt realtime en synchroon. Plaatsen twee mensen tegelijk een item, dan zie je deze ook tegelijk tot stand komen. Een foto kan direct gemaakt worden met de webcam. Zo heb je de gezichten erbij, zoals je ze die avond ook gezien hebt.
  3. Inschrijfbalie 2.0
  4. Het is met deze methode ook mogelijk om iemand die niet aanwezig kan zijn, maar zich wel met het netwerk verbonden voelt, een item aan te maken op het prikbord op een ander tijdstip / vanaf een andere locatie. 
Als beheerder kun je onder andere:

  • je prikbord vormgeven met een eigen achtergrond
  • items verplaatsen om het prikbord overzichtelijk te houden
  • je prikbord eventueel beveiligen met een wachtwoord
  • na afloop van een bijeenkomst de mogelijkheid uitschakelen om nog nieuwe items toe te voegen
Wat mij betreft een geslaagde toepassing van deze online tool. Zojuist namelijk al een e-mail gestuurd naar een deelnemer van wie ik me alleen de voornaam en het gezicht kon herinneren...

12 maart 2014

Recensie: meer creativiteit in de klas met Vindingrijk

Een van de leukste blogs voor het onderwijs is Vindingrijk van David van der Kooij. Van der Kooij deelt er originele en praktische ideeën voor lessen waarin kinderen gestimuleerd worden in creatief denken. Belangrijk, omdat creatief denken algemeen gezien wordt als een belangrijke vaardigheid voor leven, leren en werken in de 21e eeuw. Tegelijkertijd lijken in de dagelijkse werkelijkheid op scholen creativiteit en onderwijs soms elkaars tegenpolen: het is kennelijk nog niet zo gemakkelijk handen en voeten te geven aan creativiteitsbevorderend onderwijs.

Het eind vorig jaar bij uitgeverij Leuker.nu verschenen Grote Vindingrijk Boek geeft leraren in het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs inspiratie in de vorm van een kleurrijke verzameling van lesideeën, gedachten, achtergronden en bronnen. Het boek kun je zien als een aanvulling op het blog. Of andersom.

Het boek is op A4-formaat vormgegeven en bevat veel illustraties, zoals fotocollages, mindmaps en strips. Kleuren ondersteunen de structuur van het boek. Zo beschrijven de 'groene' hoofdstukken hoe je een klimaat schept in de klas waarin ruimte is voor creativiteit en zijn de lesideeën voorzien van een lichtblauwe steunkleur. Plak twee willekeurige woorden aan elkaar en bedenk voor welke nuttige toepassing dit woord staat. Of bedenk een verklaring voor iets dat je niet kunt verklaren: hoe zou een regenboog kunnen ontstaan?

De grootste uitdaging die het boek geeft is waarschijnlijk het los durven laten van het kind en je eigen plannen. Dat betekent: risico durven nemen, de fantasie de vrije loop laten, de focus op vragen in plaats van op antwoorden, projecten starten met nog onbekende bestemming... Creatieve vormen van leren zijn motiverend en leuk, maar die lol is niet het doel, zo benadrukt Van der Kooij: 'Creativiteit koppelt nieuwe en bestaande informatie en ervaringen aan elkaar, waardoor nieuwe kennis ontstaat.' Er valt dus veel te leren.

Het Grote Vindingrijk Boek is niet een boek om van voor naar achteren te lezen. Sla het regelmatig open, gewoon op een willekeurige pagina, haal er ideeën uit en doe vooral iets totaal anders dan wat de auteur voorstelt.

Het Grote Vindingrijk Boek telt 98 bladzijden en kost € 29,95. ISBN 9789461938732.

02 maart 2014

Gezichtsherkenning: de volgende zoekrevolutie

Online zoeken doen we met trefwoorden. Als resultaat geeft onze favoriete zoekmachine ons webpagina's, maar ook afbeeldingen of video's. De laatsten worden gevonden doordat in de titel van het bestand of de context van de webpagina waarop ze zijn gepubliceerd passende trefwoorden staan.

Maar zoeken kan ook anders.

  • In het Multicolr Search Lab van TinEye Labs kies je een aantal kleuren, waarna je als zoekresultaat afbeeldingen te zien krijgt waar de betreffende kleuren prominent in aanwezig zijn. Zo vind je de Amerikaanse vlag door te zoeken op rood, wit en blauw.
  • Van dezelfde makers is er een Reverse Image Search. Upload of link naar een foto en de zoekmachine vindt waar de foto's geplaatst zijn. Handig voor fotografen om te controleren of hun beelden wellicht zonder de rechten te regelen geplaatst zijn.
  • Ook Google laat je zoeken op afbeeldingen via deze website,  maar gaat nog een stapje verder. Klik op het camera-icoontje om een foto te uploaden of sleep een foto vanaf je bureaublad naar het zoekvak. Google zoekt vervolgens naar vergelijkbare beelden. Ik heb het getest met een foto, door mezelf genomen in Berlijn. De foto staat nergens op het internet. Toch vindt Google zo'n vijftien andere foto's van de Fernsehturm bij het Alexanderplatz. Helemaal raak! 

De vraag is nu: als het met objecten lukt, kan het dan ook met gezichten. Onze camera's herkennen ondertussen waar op een foto de gezichten staan. Ook Facebook helpt met het 'taggen' van gezichten door kadertjes te laten zien, waar een gezicht te zien is. (En wij helpen Facebook met het verzamelen van zoveel mogelijk beelden van het gezicht van een persoon. Maar dat terzijde.)

Facialnetwork.com komt binnenkort met de app NameTag, bedoeld voor Google Glass. Richt je camera op een gezicht (of een foto van een gezicht) en de app gaat op zoek naar informatie over de betrokkene.



Gezichtsherkenning wordt de volgende zoekrevolutie. En net als bij al die andere technologische stappen vooruit kunnen we ook deze nuttig inzetten. Winkeliers kunnen notoire dieven tijdig signaleren en een dement persoon kan hulp krijgen bij het herkennen van diens naasten. Er is al software die ook emoties kan lezen van gezichten: FaceReader. Stel je voor: je komt een winkel binnen, je gezicht wordt gematcht, Google vertelt de winkelier dat je vandaag gezocht hebt op overhemden van merk X en een app vertelt hem dat jij vermoeid en teleurgesteld bent. "Meneer, ik heb iets voor u!" Het is een kwestie van tijd.

De potentiële keerzijde is minstens zo groot. Je kunt je straks mogelijk nergens meer in het openbaar vertonen, zonder dat anderen kunnen zien wie je bent en wat je voelt. Het doet mij rillen.

28 februari 2014

Robot of mens: wie neemt de regie?

Daan Legrand, Rick Vermulst en NAO-robot Charlie, die
onder andere spraak en gezichten kan herkennen.

Technologie komt steeds dichterbij. Letterlijk. Dat stellen Rinie van Est en de co-auteurs van de publicatie 'Intieme technologie. De slag om ons lichaam en gedrag', uitgegeven door en als pdf-bestand gratis verkrijgbaar bij het Rathenau Instituut.

In de publicatie worden drie ontwikkelingen besproken:
  • de mens krijgt steeds meer weg van een machine: wat stuk gaat wordt gemaakt of vervangen, steeds vaker ook met niet-biologische componenten (Deep Brain Stimulation, CI-implantaat)
  • de machine staat steeds vaker tussen mensen in en bepaalt daarmee de interactie (informatie-overvloed en communicatiemedia)
  • de machine wordt mensachtiger (robots)
Deze ontwikkelingen bieden enorme kansen bieden, maar er zijn ook risico's aan verbonden. De auteurs vinden dat we als mensheid aan de slag moeten om na te denken over onze grenzen en onze wensen:
'Hoe dichtbij mag technologie komen? En ook: hoe ver laten we technologie gaan?'
Het boek maakt duidelijk dat we in de nabije toekomst moeilijke keuzes zullen moeten maken. Zelf vind ik bijvoorbeeld een hele lastige dat we steeds meer (vooraf) weten over hoe het ervoor staat met onze gezondheid. Zeker, weten dat je een grote kans loopt om ziek te worden, biedt mogelijkheden om preventieve maatregelen te nemen. Maar diezelfde wetenschap kan ook de kwaliteit van je leven negatief beïnvloeden door de zorgen die het met zich mee brengt. 

Ook ontstaan er moeilijk te beteugelen krachten: verzekeraars die eisen zullen stellen aan cliënten om door allerlei metingen risico's in beeld te brengen en staten die hun soldaten niet in gevaar willen brengen en daardoor drones op vijandige staten afsturen. Het doden op afstand komt dan akelig dicht bij het spelen van een video game. Andere zorgen zijn er over onze privacy, het eigenaarschap van onze persoonlijke gegevens en het negatieve effect van intensief computergebruik op onze sociale en emotionele vaardigheden en onze aandacht.

Wat we kunnen bedenken zullen we bedenken. Wegdenken of negeren is geen optie. Wel kunnen we de regie pakken. Voor het onderwijs betekent dat volgens mij drie dingen:
  1. Veel aandacht geven aan kwaliteiten die ons menselijk maken.
  2. Jongeren leren de regie te houden over hun keuzes.
  3. Jongeren het gereedschap geven om straks als burger met elkaar een waardevolle samenleving te vormen, waarin technologie dienend is aan de mens in plaats van andersom. 

Expertmeeting 'De toekomst van werk'


De wereld bevindt zich in een stroomversnelling van ontwikkelingen met technologie als katalysator. De veranderingen verlopen momenteel eerder exponentieel dan lineair. Er wordt al gesproken over een kanteling, een tweede renaissance.

De impact op de wereld van werk is enorm. Steeds vaker wordt de vraag gesteld: als robots onze banen gaan overnemen wat gaan wij dan doen? Na het verdwijnen van het werk aan de lopende band, staan nu steeds vaker ‘white collar’-banen op de tocht. Gaan we het werk verdelen door allemaal minder te gaan werken of is er straks alleen nog een elite die werkt? En hoe zorgen we er dan voor dat de inactieven mee blijven doen in de samenleving? En… wat betekent dit alles voor het onderwijs?

Met Jan-Henk Bouman organiseer ik op vrijdag 11 april een bijeenkomst voor mensen die met deze thematiek bezig zijn of zich erbij betrokken voelen. Geen conferentie, maar een ontmoeting waarin dialoog en de gezamenlijke zoektocht naar antwoorden centraal staan. Denk jij met ons mee? Je kunt je hier aanmelden en meer informatie vinden over het programma.

23 februari 2014

Haal meer uit samenwerking tussen bedrijf en school

Een school is er voor onderwijs. Een bedrijf om producten en diensten te leveren. Een school wordt voornamelijk bevolkt door kinderen en jongeren. Een bedrijf door volwassen werknemers. Twee werelden.

Organisaties staan over het algemeen open voor het ontvangen van stagiaires. Ook een bezoekje van een schoolklas voor een rondleiding is vaak mogelijk. Helaas wordt het ontvangen van scholieren nog wel eens gezien als een 'noodzakelijk kwaad'. Dat is een gemiste kans. Bedrijven kunnen veel profijt hebben van een samenwerking met het onderwijs.
  1. Een bijdrage leveren aan onderwijs levert goede PR op. Leerlingen hebben ouders aan wie ze graag vertellen over uw bedrijf als ze er iets bijzonders hebben gedaan tijdens schooltijd. Door samen te werken met een school kan een bedrijf bovendien de profilering op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemerschap 'vullen'.
  2. Door jonge mensen kennis te laten maken met de branche, levert een bedrijf een positieve bijdrage aan de beeldvorming over de branche. Veel sectoren, zoals de techniek, hebben te kampen met een negatieve pers of verouderde beelden bij het publiek. Daar kun je op verschillende manieren iets aan doen. Samenwerken met scholen is er een van.
  3. Leerlingen zijn de werknemers van morgen. Je kunt ze nu al interesseren voor je bedrijf of je branche. Daar pluk je later de vruchten van. Waarbij ik natuurlijk besef dat dit geen 'quick win' is.
  4. 'It takes a village to raise a child.' Opvoeding is iets van ons allemaal. Als leerlingen zien welke houding wordt gewaardeerd in een bedrijf (op tijd komen, een positieve bijdrage geven, zorgvuldig werken), is dat een waardevolle bijdrage aan de opvoeding. En positief opgevoede jonge mensen zijn de positief ingestelde werknemers van morgen.
  5. Kinderen en jongeren kunnen daadwerkelijk een waardevolle bijdrage leveren aan vraagstukken van het bedrijf. Ze brengen creativiteit mee, een frisse blik en vervallen minder snel in sociaal wenselijke antwoorden op uw vragen. Jongeren zijn bovendien vaak mediavaardig. Leerlingen zouden zo maar eens een videofilm voor een bedrijf kunnen maken of adviezen geven voor uw sociale media-strategie.