10 maart 2015

Snoeischaar



Waar is de snoeischaar? Bij de eerste lentedag van het jaar ga ik de tuin in om hem winterklaar te maken. Omdat dat ik daar in de herfst niet aan toegekomen was, zoals elk jaar. Het is een zootje. Maar waar is de snoeischaar? Als ik op alle vanzelfsprekende en enkele tegen-beter-weten-in plekken heb gekeken, geef ik het op. Dan maar een nieuwe. Met tegenzin over tijd- en geldverlies reken ik af.

Twee dagen later trek ik de keukenla open. Op zoek naar iets anders. Wat, dat ben ik alweer vergeten, maar verdomd: daar ligt ineens de snoeischaar! Nu hebben we er twee. Niet onbelangrijk detail: die lade gaat dagelijks zo'n vijf tot tien keer open om sleutels, oude post, wisselgeld en papieren zakdoekjes te pakken. Genoeg gelegenheid om het beeld van een snoeischaar een keer wat verder naar binnen te sturen dan mijn netvlies, zou je zeggen.

Zoeken is een vreemd fenomeen. Ik heb het ook met namen. Kom ik een bekend gezicht tegen - gezichten vergeet ik nooit - kan ik niet op de bijbehorende naam komen. Hoe harder ik tussen mijn oren google, hoe zinlozer het voelt. Via een laffe omleiding in de conversatie red ik mijn reputatie. Ik sus mijn geweten: het bekende gezicht heeft niets gemerkt van mijn blinde paniek. Een uurtje later, andere situatie, andere focus. Ondertussen volstrekt nutteloos dringt het bekende gezicht, nu met naam en toenaam, mijn gedachten binnen.

Wie zichzelf een zoekopdracht geeft en zichzelf daarnaa het loslaten gunt, zal vinden. Dat is me ondertussen wel duidelijk. In de wetenschap van de creativiteit heet het incubatietijd: laat een vraag in je achterhoofd sudderen, slaap er een nachtje over, laat je afleiden door kilometers snelweg of liters douchewater en je krijgt de mooiste oplossingen zomaar cadeau. Daar kan ik mee leven, ik ben best een geduldig mens. Maar loslaten op het moment dat na een lange periode van uitzichtloze grijsheid de zon weer schijnt of dat je dat bekende gezicht wilt zien glimlachen omdat je zijn/haar naam nog kent... ik heb het nog niet in de vingers. Wat ik wel in de vingers heb, zijn twee snoeischaren. Ik lijk - neem hier een paar uur pauze - Edward Scissorhands - wel.

01 maart 2015

Studeren met PDD-NOS: ‘Ik wil weten wat ik op eigen kracht kan’

Op school kreeg hij te horen dat het halen van een havo-diploma met zijn PDD-NOS een onhaalbare kaart zou zijn. Wick Gloudemans (21) gaf zijn begeleiders ongelijk. Met slechts een overgangsbewijs van havo-3 naar havo-4 op zak, drie maanden intensieve zelfstudie en een dik pak motivatie, haalde hij zijn diploma. Na een afmattende, maar leerzame periode, studeert hij nu aan de kunstacademie.

Ik interviewde Wick voor TPO Magazine. Het artikel is - betaald - te lezen via Blendle

Uit het interview: "Ik heb geaccepteerd dat alles wat ik doe drie keer zoveel energie kost dan voor iemand anders. Alles is een worsteling. Het blijft zoeken naar wat ik nodig heb om mezelf te ontwikkelen. Ik wil mijn grenzen opzoeken en verleggen, dichter bij mezelf komen. Ja, ik slik Ritalin, maar probeer dat steeds verder te beperken omdat het een sluier legt over wie ik echt ben."

Zullen leraren computers overbodig maken?



Leraren worden steeds beter in het laten leren van leerlingen. Door hun eigen 'leven lang leren' vorm te geven, zijn ze inmiddels in staat nóg slimmer pedagogiek, didactiek en inhoud met elkaar in verbinding te brengen. Daarbij baseren ze zich steeds meer op actueel onderwijskundig onderzoek. Leraren brengen steeds vaker hun unieke persoonlijkheid in, hun passies en talenten, waarbij ze werken vanuit een innerlijke drive jonge mensen tot ontwikkeling te brengen. Ook wisselen ze steeds vaker onderling intensief kennis, ervaringen en ideeën uit. Als leraren zo goed worden in hun vak, begint de vraag te rijzen: zullen leraren uiteindelijk computers overbodig maken?

Computers zijn al jaren onovertroffen als medium om mensen tot leren te brengen. Ze bieden toegang tot alle kennis die de mensheid heeft voortgebracht. Slimme software laat leerlingen adaptief werken met oefenstof en brengt ze door te werken in levels telkens weer in de 'zone van naaste ontwikkeling'. Ze werken altijd, staan 24 uur per dag ter beschikking van de lerende en hebben nooit een 'off day'. Het is dan ook bijna niet voor te stellen dat er een nieuw tijdperk aan zit te komen, waarin computers het af moeten leggen tegen de leraar. Dat steeds meer leraren zo sluw zijn dat ze de computer voor hun didactische karretje spannen, lijkt de boel alleen maar verder te versnellen.

Zullen leraren daardoor uiteindelijk computers overbodig maken? En moeten we ons daar dan zorgen over maken? Wat betekent deze ontwikkeling voor de toekomst van computers? Welke rol zal er voor deze apparaten uiteindelijk overblijven?

Het lijkt me goed dat er eens een intensief publiek debat over de vragen gevoerd gaat worden. Mocht u al een uitgesproken mening hebben over dit onderwerp, laat dan een reactie achter onder dit blogbericht...

12 februari 2015

De Schuur van Scheire



Op de Vlaamse tv-zender een is deze week een nieuw programma gestart rond wetenschap, techniek en maken: De Schuur van Scheire. In de eerste uitzending ging het onder ander over het hacken van een radiofrequentie, bakken op licht, een game bedienen via de Makey Makey en de vraag hoe een metaaldetector werkt. Op de website bij het programma is informatie te vinden over alle projecten en proefjes.

28 januari 2015

Project: spelenderwijs leren over sociale media voor docenten



Twitter, Facebook, LinkedIn... er zijn docenten voor wie het allemaal nog onontgonnen terrein is. Dat kan eigenlijk niet meer, vinden Steven, Stefan, Mark, Ismaël, Bob, Thomas en Bryan, eerstejaars studenten aan de lerarenopleiding ICT van de Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool, een van mijn oude werkgevers. In het kader van hun opleiding ontwikkelden de studenten een spel, dat ze vandaag presenteerden aan hun docenten en een aantal belangstellenden. Een serious game, bedoeld om leraren de benodigde kennis bij te brengen en ze tot meer gebruik van sociale media in de les te krijgen. 

Fragment uit de handleiding van het spel. Bron: Do IT

Ik gooi 1 en verplaats mijn 3D-geprinte pion naar het volgende vakje op het kleurrijke, Levensweg-achtige spelbord. We spelen een ronde over Twitter; zelf uitproberen is een onderdeel van de presentatie. Ik pak een kaart, die ik aan een van mijn tegenspelers moet geven. Die leest vervolgens de kennisvraag aan de achterkant voor: met welk teken kan ik rechtstreeks naar iemand antwoorden? Als ik goed geantwoord heb, mag ik het blokje op mijn scorebalk een vakje naar rechts schuiven.

Acht weken werkten de studenten als het gezamenlijke bedrijf Do IT samen aan het spel. Ze bedachten het concept, maakten prototypes en ontwierpen een definitieve versie. Op tafel ligt het resultaat: een bord, 65 spelkaarten, pionnen, een dobbelsteen. Maar er is meer, zo blijkt al snel tijdens de presentatie.

Via een bijbehorende website hebben spelers tijdens het spelen toegang tot een bijbehorende website met uitlegvideo's, die bekeken moeten worden als de speler op het vakje met het video-icoon komt. Op de website staan ook simulaties waarbinnen je kleine opdrachten moet uitvoeren: een account aanmaken, iemand volgen. Omdat je in een nagemaakte versie werkt van bijvoorbeeld Facebook, kan er niets fout gaan. De thema's Twitter, Facebook, LinkedIn zijn speelklaar, maar het spel is gemakkelijk uit te breiden met kaarten, video's en simulaties voor andere sociale media.

De spelkaarten sluiten aan bij verschillende niveaus in het spel. Je begint op 0, gaandeweg worden de vragen in vier etappes moeilijker. Er zijn ook verschillende typen kaarten: behalve kennisvragen komen er lestips en discussiestarters voorbij. Wat zijn bijvoorbeeld de do's en don'ts voor Facebook-gebruik in het onderwijs? De handleiding geeft naast uitleg uitgebreide verantwoording, onderbouwd met theorieën en modellen uit de onderwijskunde. De taxonomie van Bloom komt voorbij, het model van Fogg. Anders dan in een gewoon spel gaat het niet om winnen. Spelers worden uitgedaagd elkaar te helpen met het beantwoorden van vragen en om met elkaar in discussie te gaan.

De studenten van Do IT hebben een knap staaltje werk geleverd in relatief korte tijd. 'Slapeloze nachten' waren onderdeel van het proces. Maar ach, het resultaat is er. Wat mij betreft - met nog wat finetuning - erg geschikt om de scholen te gaan benaderen.

Begeleidend docent voor dit project is Rick Vermulst.

24 januari 2015

Zitten: het nieuwe roken in de klas



Je eerste stapjes zijn nog reden voor een feestje. Een kleine overwinning op de zwaartekracht; een grote sprong naar zelfstandigheid. Dan ga je naar school. Bij elke stap spreekt de juf of meester je ineens vermanend toe. ‘Blijf nou eens zitten!’ Maar wacht even… bewegen is toch belangrijk, gezond?

Voor Blendle maakte ik een artikel over bewegen en school, naar aanleiding van diverse recente publicaties, zoals het afgelopen vrijdag verschenen rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau en een eigen enquête onder 35 leraren uit basis- en voortgezet onderwijs. Conclusie: vooral leerlingen in de middelbareschoolleeftijd bewegen te weinig, thuis en op school.

Je leest het artikel via deze link.



Tip: lees dit artikel, 20 eerder verschenen artikelen van mijn hand en alle artikelen van mijn collega's op TPO Magazine door een abonnement te nemen. 


  • 1 maand: € 2,69
  • een half jaar: € 14,99
  • een jaar: € 23,99

Je hebt uiteraard ook toegang tot alle nog verschijnende artikelen gedurende de gekozen abonnementsperiode. 

De artikelen kun je lezen op de TPO Magazine website of in Blendle door je abonnement te koppelen aan Blendle. 

Tijdelijk ontvang je bij een abonnement het boek 'Het beste van TPO Magazine' (ePUB-formaat).

23 januari 2015

Talent in 3 levels mét 3 uitdagingen

Talentontwikkeling en onderwijs... dat gaat natuurlijk hand in hand. Zou je zeggen. Immers, aan de hand van zowat elke schoolgids kun je met gemak een A4'tje vol turven met het aantal keren dat het woord 'talent' in de mond wordt genomen. We vinden het allemaal belangrijk: de overheid, het bedrijfsleven, ouders. Talent, talent, talent.

De vraag hoe je met talent omgaat is echter nog niet gemakkelijk te beantwoorden. Ik vind het wel een razend interessante vraag. Afgelopen woensdag hield ik een lezing over dit onderwerp op de eerste bijeenkomst van het Talentnetwerk Utrecht - West-Gelderland, onderdeel van het door de overheid geïniteerde project Talent Stimuleren. Ik schetste drie levels (de drie O's):
  1. Ontdekken wat je talent is.
  2. Ontwikkelen van dat talent.
  3. Je uiteindelijk onderscheiden met dat talent.
Op elk level zijn leraren en leerlingen in voortdurende wisselwerking samen actief.

Om talenten te kunnen ontdekken moet de leraar zorgen voor een breed aanbod van kennis, inspiratie, activiteiten. Bovendien moet hij of zij vraagarticulerend te werk gaan. Aan de oppervlakte kun je lang niet altijd zien of iets je aanspreekt. De leerling moet openstaan voor nieuwe ervaringen, nieuwsgierig zijn.

Om je talent te ontwikkelen moet je door de taaie stof heen, de basis leren, accepteren dat je eerst moet leren om dan pas te kunnen excelleren. Doorbijten dus, met een flinke dosis zelfdiscipline. Leraren helpen je steeds weer in de zone van naaste ontwikkeling, dat productieve gebied tussen wat je al verworven hebt en nog moet verworven. Ze volgen je, geven je feedback over je voortgang.

Om je met je talent te onderscheiden heb je passie nodig. In de betekenis zoals Jef Staes die zo mooi gebruikt: de wil om te lijden voor je talent. Uren studeren op dat ene detail. Doorgaan tot het lukt. Je hebt daarvoor coaches nodig die je tot die hoogte kunnen brengen door je uit te dagen, door voor te leven hoe je poetst tot je uitblinkt.

We hebben meer dan ooit de middelen en de kennis om nog beter om te gaan met talent. Ontdek en leer alles wat je wilt met apps, video's en online colleges. Werk samen met talenten wereldwijd via internet. Stel online je vragen en uit je wensen. Enzovoort. Ik vat dat samen met de vraag: 'Wat als alles kan?'

Maar... met alle nieuwe mogelijkheden om talent te ontdekken, te ontwikkelen en je ermee te onderscheiden, komen ook nieuwe vragen, die staan geschreven op de keerzijde van de medaille.

Ontdekken
Er is te veel te ontdekken. Hoe ga je om met die stortvloed van mogelijkheden? En als je ze bestookt met een continue stroom van aanbod, wanneer komen jonge mensen dan nog tot de verveling die nodig is om energie en creativiteit op te doen, te mijmeren, te reflecteren? Hoe moeten ze kiezen als al die mogelijkheden in korte, hapklare brokjes voorbij komen?

Ontwikkelen
We hebben zoveel kennis en vaardigheden nodig om überhaupt mee te kunnen draaien in een steeds complexere wereld, dat veel tijd te steken in het ontwikkelen van je talent gemakkelijk ten koste gaat van onderontwikkeling van wat je ook allemaal moet kennen en kunnen. Hoe verdeel je je aandacht?

Onderscheiden
De wereld is het speelveld geworden. Talent concurreert over alle grenzen heen in een duizelingwekkende rat race. Allemaal hebben ze toegang tot dezelfde informatie, dezelfde bronnen. De visvijvers zijn groot, de keuze alles op alles te zetten om gevangen te worden voelt als een zware gok. Stel je een schaatstalent voor en de ambitie een keer de Elfstedentocht te winnen.

Als alles kan, verwachten we veel. Hoge verwachtingen stimuleren talent, maar kunnen ook verlammend werken. Het maakt talentontwikkeling tot dansen op een koord voor twee acrobaten: de leerling en de leraar. Welke stappen zet jij?

21 januari 2015

Congres 'Gamers zijn geen losers'


Op 4 februari vindt in Amersfoort het onderwijscongres ‘Gamers zijn geen losers’ plaats. Het congres is bedoeld voor onderwijsprofessionals en geeft een inkijk in de interactieve wereld waarin jongeren zich meer en meer begeven.

Met Herm Kisjes, collega-auteur van twee boeken over gamen, verzorg ik een korte inleiding. Daarnaast ga ik in op de vragen wat we kunnen leren van de aantrekkingskracht van games.

Verslavingsdeskundige Tony van Rooij (IVO) legt uit waarom gamen problemen geeft. Systeemtherapeut Steven Pont vertelt over gamen vanuit het perspectief van hechting en verlangen. Daarnaast zal Manuel Schenkhuizen (foto rechts) acte de presence geven. Schenkhuizen is professioneel gamer. Hij doet mee aan internationale wedstrijden. Wat spelen jongeren, waarom spelen jongeren? En, hoe word je als gamer wereldkampioen? Maak alvast kennis met Manuel Schenkhuizen via dit interview in Blendle: 'Mooi winnen als het kan' (pay per view).

De sprekers op dit congres nodigen deelnemers uit om met een hernieuwde blik naar gamende leerlingen te kijken… Voor elke deelnemer is een ePUB-exemplaar beschikbaar van het boek 'It's all in the games. Gamen is geweldig | Gamen geeft problemen'.

08 januari 2015

Het wonder van Biesheuvel

Meer fictie lezen. Want fictie vertelt vaak meer over de werkelijkheid dan non-fictie. Althans, dat heb ik eens geschreven. Het idee nestelde zich in mijn gedachten in de donkere, laatste dagen van het jaar. Het was kerstvakantie: ik las Tommy Wieringa.

Aan het begin van dit nieuwe jaar ontdekte ik op Twitter de hashtag #boekperweek. Het klonk voor mij als een een SMART geformuleerd doel om van een vaag idee of goed voornemen werk te maken: zorg er simpelweg voor dat je aan het eind van het jaar 52 of 53 boeken gelezen hebt.

Ik had nog wel wat literatuur liggen, maar bedacht ook dat er een schatkamer aan prachtige boeken staat in mijn ouderlijk huis, om precies te zijn in een kast op de studeerkamer van mijn vader. Die kamer is nog helemaal in de staat waarin hij hem in 2006, vlak voor zijn overlijden, nog gebruikte. En ze staan er allemaal: Boon, Elsschot, Mulisch, Campert...

Vanochtend ging ik op de koffie bij mijn moeder en zocht zonder veel nadenken vier boeken uit. Grunberg omdat ik van hem nog steeds niets gelezen heb, Pointl omdat ik zijn debuutroman destijds zo goed vond, Garcia Márquez omdat diens Canon-van-de-wereldliteratuur-klassieker 'Liefde in tijden van cholera' ontbreekt in mijn leesgeschiedenis. En Het wonder van Maarten Biesheuvel. Wat heb ik in mijn studententijd genoten van zijn boeken en zijn voordrachten voor de VPRO-radio. En ja, het is met 140 pagina's een handig boekje om in een drukke werkweek de #boekperweek-doelstelling niet in gevaar te brengen.

Nu een wondertje.

Bij het openslaan van het boekje zie ik op het schutblad de handtekening van mijn vader. Een echte, sierlijk robuuste, zo een die er altijd en overal exact hetzelfde uitzag. Dus niet dat instabiele krabbeltje waarmee ik mezelf authenticeer op officiële documenten. Onder de handtekening: "maart 1995, Utrecht".

Dan lees ik op pagina 7 de allereerste zin uit het eerste boek dat ik heb gekozen uit vier boeken die ik ruim 8 jaar na het overlijden van mijn vader heb gekozen uit de honderden boeken in zijn boekenkast:
"Vader; je bent nu dood, maar deze geschiedenis herinner je je nog wel."

04 januari 2015

De wurggreep die zichzelf in stand houdt

Ik lees momenteel 'Verandering van tijdperk' waarin Jan Rotmans zijn ideeën over de kantelende samenleving uiteenzet.

Een zin in het hoofdstuk over de gezondheidszorg triggerde mijn gedachten:

"De relatie tussen zorgverlener en zorgvrager was ooit gebaseerd op vertrouwen, aandacht, passie en bezieling. Die relatie is verworden tot een relatie tussen zorgleverancier en cliënt op basis van kosten, doelmatigheid, efficiency en afrekenbare doelen."

Het ging me niet om de gemakkelijk te bedenken parallel met het onderwijs.

Wel om gedachte dat de betrokken partijen (leverancier en klant) vooral gezamenlijk een vicieuze cirkel hebben laten ontstaan die inmiddels het systeem kenmerkt dat we hebben gebouwd in de relatie tussen leverancier en klant, in zowel zorg als onderwijs.
  1. Als klant eisen we van zorg en onderwijs steeds meer meetbare kwaliteit, bewijslast enzovoort. Voorbeelden: ouders hunkeren naar hoge CITO-scores voor hun kinderen; we eisen inzicht in de resultaten van een ziekenhuis.
  2. Organisaties in zorg en onderwijs kunnen niet blijven bestaan als ze vervolgens geen goede cijfers en meetbare resultaten kunnen presenteren. Alle energie gaat daar vervolgens naartoe, want een arm om de schouder van een patiënt of aandacht voor creativiteit in het onderwijs is immers niet zo meetbaar. Daarbij komt nog dat deze organisaties keihard worden afgerekend als er iets misgaat in bijvoorbeeld een vastgelegde procedure. Investeren in en produceren op "kosten, doelmatigheid, efficiency en afrekenbare doelen" loont omdat wij klanten (1) dat eisen.
In deze wederzijdse wurggreep zit de paradox besloten dat zowel klanten als leveranciers eigenlijk niet gelukkig zijn met de situatie. "Vertrouwen, aandacht, passie en bezieling" maken het in alle opzichten beter zowel voor leverancier als voor klant. We weten het, maar...

Ondertussen maakt technologie het alleen maar gemakkelijker cijfers te genereren, te presenteren, te vergelijken. Dit zorgt ervoor dat bovenstaande 'ratrace' in een steeds hogere versnelling gaat. De boel zal oververhit raken als we niets doen. We kunnen erop wachten tot de boel ontploft of ervoor kiezen samen een radicaal andere manier van werken te zoeken. Gemakkelijk is dat niet.