26 november 2014

Ode aan het simplisme

Een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Een verwarde, agressieve patiënt gaat door het lint. Dan komt John. Met een briljant simpele vraag weet Swaneveld de patiënt kalm te krijgen: 'Lusde gij een worstenbroodje?' Het is een van de voorbeelden in 'Zo simpel kan het zijn' van Richard Engelfriet, een ware ode aan het simplisme.

Het boek biedt 30 ideeën om leven en werk simpeler te maken. Engelfriet rekent af met onnodig ingewikkeld taalgebruik, bureaucratie en dikdoenerij. Wil je problemen echt oplossen, ga dan voor de eenvoud. Met een beetje creativiteit herkader je een probleem. Voorbeeld: stop met zeggen wat je niet wilt en vertel in plaats daarvan wat je wel wilt. Een bordje 'verboden over de rand te plassen' bij een urinoir helpt niet. Een vlieg in de pot wel. Zo simpel kan het zijn. Schrap regels die niets toevoegen. Slik clichés niet voor zoete koek.

Terecht stelt Engelfriet dat simpel niet gemakkelijk is. Wie lui is, kan altijd naar moeilijk grijpen. Maar wie het echt beter wil, zal moeten nadenken en investeren. Mijn tip: neem elke maand een dagdeel de tijd om te kijken wat simpeler kan.

Je leest dit boek in twee uurtjes uit. Kwestie van eenvoudig taalgebruik, een simpele structuur en niet te veel bladzijden. Een dikke aanrader!

Bewegen baat, betoogt Erik Scherder

De westerse mens beweegt te weinig. Dat is niet alleen funest voor de fysieke gezondheid. In zijn nieuwe boek 'Laat je hersenen niet zitten' legt hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder uit hoe bewegen ook invloed heeft op onze cognitieve vermogens. De boodschap: 'Zitten is het nieuwe roken.'

Scherder benadert het thema voornamelijk vanuit het perspectief van de ouder wordende mens. Hij hekelt het pamperen van ouderen in de zorg. De goede bedoelingen van bedrust, geprakt eten en looprekjes zorgen ervoor dat ouderen sneller achteruit gaan in cognitief opzicht, terwijl dat niet nodig is. Kauwen en lopen is het devies.

Ik heb het boek vooral gelezen vanuit het perspectief van onderwijs. Scherder haalt interessante onderzoeken aan over de relatie tussen bewegen en leren. Die onderzoeken zijn er overigens nog veel te weinig, zijn gedaan met een kleine groep leerlingen of studenten of er is geen gebruik gemaakt van controlegroepen. Het maakt het doen van keiharde uitspraken lastig. Toch durft Scherder wel de conclusie te trekken dat vooral leerlingen met overgewicht die te weinig bewegen met een gedegen programma veel fysieke én cognitieve winst kunnen halen, vooral op het gebied van executieve functies: plannen, zelfregulering, geheugen, impulscontrole, focus, set shifting (andere gezichtspunten innemen, je kunnen aanpassen aan een veranderende situatie). Boeiend! Scherder gaat wat minder in op het kortetermijneffect van bewegen in de klas om even het brein weer op scherp te zetten.*

Scherder springt in het boek nogal van de hak op de tak. Eigen ervaringen staan tussen onderzoeksresultaten, de informatie over de relatie tussen bewegen en het brein in relatie tot specifieke aandoeningen (ADHD, autisme) en specifieke onderzochte groepen (studenten, kinderen met overgewicht, ouderen, zieken, dementerenden) staat nogal verspreid door het boek. Dat maakt het boek wat minder vlot om te lezen. Tegelijkertijd lees je tussen alle regels de enorme bevlogenheid van Scherder om dit thema op de kaart te zetten. Dezelfde bevlogenheid die je ook hoort als de auteur spreekt, zoals bij de colleges van de Universiteit van Nederland.

Wat mij betreft moeten we in het onderwijs maar eens in gesprek over de stelling-met-paradox dat steeds meer focus op uitsluitend zittend, cognitief leren er uiteindelijk voor zorgt dat kinderen minder leren.

* Zie mijn artikel 'Méér gym.... en propjes gooien in de klas' op Blendle.

Cyprus Challenge: afzien is een feestje


(Read my report in English on this event...)

Schitterende uitzichten, uitdagende parcoursen en een geweldige sfeer... van donderdag 20 tot en met zondag 23 november liep ik met vijf loopgenoten de Cyprus Challenge, een serie hardloopwedstrijden van respectievelijk 6, 11, 21 en 10 kilometer in het zuidwesten van het eiland.

De eerste en de laatste dag boden een vlak parcours. Het grootste venijn zat hem in de tweede dag: ruim 600 hoogtemeters overwinnen in 11 kilometer over geaccidenteerd terrein onder een stralende zon. De halve marathon op dag 3 begon opnieuw met klimmen, om de tweede helft alleen maar af te dalen. Een aanslag op de bovenbenen! Na de finish (zie foto) op het strand konden de deelnemers even afkoelen in de Middellandse zee die in deze tijd op een aangename temperatuur is.

Ik heb alle dagen op mijn barefoot style schoenen van Vibram gelopen: dat is prima gegaan. Voor de wedstrijden over paden met rotsen en stenen gebruikte ik schoenen met een extra beschermende zool.

Het was een kleine week afzien én genieten. Ik voelde me vooral dankbaar dat ik dit kan en mag doen. Met een prima hotel in Pafos als uitvalsbasis konden we heerlijk ontspannen voor, na en tussen de wedstrijden door.

De routes van de Cyprus Challenge (vastgelegd met GPS-horloge):

De officiële tijden van ons team zijn te vinden op deze website. Zoek op trefwoord 'Oleander' voor onze resultaten. En Kevin McGarry maakte een mooi fotoverslag van het evenement.

Een uitgebreid verslag lees je ook op Blendle (€).

17 november 2014

Project: studiedag stichting Tangent


Twee weten meer dan één. Wat weten ruim vijfhonderd leerkrachten en OOP'ers van 16 scholen dan wel niet? Bij het scholenbestuur Tangent, waaronder zestien scholen in de regio Tilburg vallen, was het die gedachte die leidde tot het idee de tweejaarlijkse studiedag eens op een heel andere manier te organiseren. Geen grote zaal en een programma met sprekers, maar bij elkaar op bezoek om kennis, ervaringen en ideeën te halen en te brengen in 24 themabijeenkomsten.
'We hebben met elkaar ontzettend veel kennis in huis. Een moderne, lerende organisatie weet dat te verzilveren. Wij zien al dat scholen elkaar steeds beter weten te vinden bij vragen, bijvoorbeeld over hoe je de ouderbetrokkenheid kunt vergroten, het omgaan met sociale media of dyslexie en hoe je aandacht kunt besteden aan cultuur.'
(Charles Dams, bestuursvoorzitter van Tangent)
Afgelopen jaar mocht ik de stichting begeleiden bij het voorbereiden van deze studiedag, die plaats vond op 27 oktober. Een van mijn opdrachten: (sociale) media inzetten om de opbrengsten van de dag 'digitaal deelbaar' te maken, maar ook om de deelnemers - ondanks de 'fysieke verspreiding' - het gevoel te geven dat ze samen een studiedag beleefden.

Dat laatste hebben we met het organiserende comité op verschillende manieren bewerkstelligd:
  • In het programma hebben we twee plenaire momenten opgenomen. 's Ochtends werden alle medewerkers welkom geheten met een videoboodschap die op alle scholen tegelijk werd afgespeeld. 's Middags bekeken alle deelnemers de videoclip van een lied, waarvoor ik de tekst heb geschreven op basis van door medewerkers aangeleverde trefwoorden en aandachtspunten. Het refrein was op een eerdere bijeenkomst al gemaakt.
  • Tijdens de dag verzorgde ik een workshop voor de medewerkers van het stafbureau van de stichting over kennis delen via sociale media en live bloggen. Doen stond hierbij centraal: de hele dag door publiceerden we blogs, gebaseerd op wat we via sociale media en e-mail binnenkregen aan beelden, tweets, verslagen enzovoort. 
In de aanloop naar de studiedag hebben we een Facebook-community-pagina gebruikt. Ruim een kwart van het personeel heeft deze pagina uiteindelijk geliked.

Uiteraard hebben we ook een digitale enquête ingezet. Hiervoor hebben we een eenvoudig Google Formulier gebruikt. Bijna een kwart van alle deelnemers heeft hier inhoudelijk erg waardevolle tips en tops teruggegeven. En een rapportcijfer met een gemiddelde van 8,1.

13 november 2014

Handig en gratis: e-mailadressen filteren uit een tekstbestand

Heb je een tekstbestand waar her en der mailadressen in staan en wil je die adressen eruit filteren als een lijst?

Gebruik dan http://emailx.discoveryvip.com/.

Het resultaat is een lijst met e-mailadressen, gescheiden door een komma en een spatie. Om zo in een to-, cc- of bcc-veld te plakken als je de betrokkenen wilt mailen.

08 november 2014

Breindidactiek: weg met die neuromythes!

Deze week verscheen het boek 'Breindidactiek. Helpen leren met breinkennis' van Gerjanne Dirksen en drie co-auteurs. Ik interviewde Dirksen voor Blendle.

Dirksen: ‘Soms lijken docenten klakkeloos over te nemen, wat verteld wordt over onze hersenen. We gebruiken maar 10% van ons brein? Nonsens. Ons brein is altijd volledig actief, zelfs als we slapen. De linker- en rechterhersenhelft hebben verschillende functies. Dat klopt, maar dan gaat het over het aansturen van lichaamsfuncties, niet over het idee dat creativiteit in de ene en analytisch vermogen in de andere hersenhelft huist. Mensen hebben verschillende leerstijlen waar je als docent bij aan moet sluiten? Nee. Wat wel waar is: bij de ene persoon is het geheugen meer visueel, bij de ander meer verbaal. Maar leren is meer dan onthouden van informatie.'

Lees het hele interview op Blendle.

Direct toegang tot mijn snel groeiende onderwijsjournalistieke archief? Dat kan vanaf € 2,69 per maand bij TPO Magazine. Betalen kan per SMS of iDeal.

31 oktober 2014

Gamification: spelend leer je meer!

Leerlingen: ze kunnen zich niet concentreren, ze zijn niet gemotiveerd… Tot je ze met veel toewijding urenlang een game ziet spelen. ‘Vertaal die aantrekkingskracht van games naar het onderwijs’, zegt Sem van Geffen. Hij schreef er een boek over: ‘Gamification in de klas’.

(Dit artikel verscheen eerder in TPO Magazine.)

‘Fifa en Call of Duty’, antwoordt Van Geffen als ik hem vraag naar zijn eigen favoriete games van dit moment. Hij is van 1981, maakte de opkomst mee van de game-industrie, van de Super Nintendo en Mario naar games op de PC en het internet. Na een korte loopbaan in het basisonderwijs is hij nu trainer en ontwikkelaar bij het Koning Willem I College in Den Bosch. ‘Ik ondersteun docenten bij het meer eigentijds maken van hun lessen, zoals door het introduceren van spelvormen.’

Spelletjes in de klas… moet leren dan per se leuk zijn?
‘Toen ik op de pabo zat, dacht ik veel terug aan mijn eigen schooltijd, het eindeloze “pak een boek, maak opgave x”, elke les weer. Zo wilde ík het niet gaan doen als leerkracht. Het korte antwoord op je vraag is daarmee: ja. Leren begint met plezier hebben, met motivatie.
In spellen zitten allerlei slimmigheden om precies dat te bewerkstelligen. Ze geven je heldere, uitdagende doelen, laten voortdurend zien hoe ver je bent om die bereiken. Ook bieden ze een aantrekkelijke context, zoals een verhaal of casuïstiek. Bij Stratego gebeurt dat door het verhaal van een veldslag, bij Call of Duty doorloop je een compleet Hollywood-verhaal, waarin jij de opdracht krijgt de slechterik uit te schakelen. Wij mensen houden van verhalen, ze vangen onze aandacht.
Bij spellen gaat het steeds om de interactie: met anderen of met het spel zelf als je bijvoorbeeld tegen de computer schaakt. Er zit altijd een competitie-element in. Bij goede spellen is er daarnaast nog sprake van een speleconomie: je kunt iets verdienen of verliezen dat daadwerkelijk waarde voor je heeft.’

Op YouTube vind je beelden van gamers die woest met hun toetsenbord of tafel slaan. Gamen is kennelijk niet altijd leuk.
‘Games kunnen inderdaad enorm frustreren. Een goed gemaakt spel zorgt er echter voor dat je uitgedaagd wordt, maar dat je tegelijkertijd wel dat volgende level kunt halen. En dat is precies wat je ook in het onderwijs wilt bereiken: leerlingen prikkelen, zodat ze net dat stapje extra maken.’

Gamification in de klas: hoe ziet dat er uit?
‘Allereerst: gamification van het onderwijs is niet hetzelfde als het inzetten van computer games in de les. Het gaat ook niet om het opleuken van een saaie les. Gamification is het toepassen van spelprincipes om leren motiverend en effectief te maken. Begin eerst met het bepalen van je doelen. Wat wil je je leerlingen leren? Bij die inhoud kies je een passende spelvorm. Voor het ene thema of vak werk je met een rollenspel, voor het andere met een quiz of een bordspel.
Ik adviseer leraren om vooral klein te beginnen. Doe eens een kennisquiz of bedenk een competitie, waarbij je de klas in twee groepen verdeelt. Of start vanuit een bestaand gezelschapsspel. Kijk, hier heb ik het spelbord van Mens-erger-je-niet. Stel, ik verzorg een les economie. Ik geef de stippen op het spelbord een kleurcode. Aan elke kleur koppel ik spelkaarten. Rode kaarten zijn dan bijvoorbeeld opdrachten, zoals: leg aan je medespelers uit wat een kosten-baten-analyse is. Een goed antwoord levert een kleine beloning op. Je mag bijvoorbeeld nog een keer met de dobbelstenen gooien.’

Ik zie het voor me. Maar werkt het altijd?
‘Zeker niet, het gaat altijd weer over doseren en variëren. De hele dag bij elke les Mens-erger je-niet spelen is natuurlijk stomvervelend. Als je als team van leraren met gamification aan de slag gaat, zul je daarom onderling af moeten stemmen wie wat toepast.
Je zult verder een spel moeten maken of gebruiken dat gewoon goed is. De opdrachten moeten uitvoerbaar, duidelijk en relevant zijn. En het spel moet aansluiten bij de doelgroep, hun leeftijd, wat ze aankunnen.’

Stratego, Mens-erger-je-niet… hoe zit het met de inzet van digitale spellen?
‘Als de technologie aanwezig is, kun je uiteraard games inzetten in de klas. Docenten en scholen ontwikkelen die echter over het algemeen niet zelf. Ze zijn dus afhankelijk van het bestaande aanbod.
Je kunt digitale media wel gebruiken om een fysiek spelconcept te ondersteunen. Leerlingen voeren dan in een digitale leeromgeving een discussie, schrijven reflecties of leveren de opdrachten in. Je kunt deze acties belonen met ‘badges’, de eigentijdse variant op de sticker die je op de basisschool kreeg als je je werk goed had gedaan. Of met punten. Een slim spelconcept bied je vervolgens de mogelijkheid die punten te verzilveren in iets dat je weer kunt gebruiken in het fysieke spel. Dat je bijvoorbeeld je tegenstander mag dwarszitten door een pion of speelstuk weg te nemen.
Voor deze aanpak zijn volop goed uitgewerkte, gratis te gebruiken toepassingen beschikbaar, zoals de gamification plugins voor een platform als WordPress.’

Ik heb het idee dat gamification in het onderwijs nog nauwelijks is doorgedrongen. Wat is je ambitie?
‘Ik hoop dat mijn boek ertoe bijdraagt dat leraren zich verder gaan ontwikkelen op dit terrein. Dat ze beginnen met een simpel spelletje galgje van vijf minuten. Dat ze daarna eens een app als Kahoot! uitproberen, waarmee leerlingen antwoorden op vragen kunnen geven via hun smartphone. En als dat naar meer smaakt, dat ze eens een spelvorm uitproberen die een heel lesuur vraagt. Het hoogste level? Dat is wat ik “curriculum design” noem. Daarbij giet je volledige lesprogramma’s in spelvormen.
Mijn persoonlijke missie is om leraren onderweg naar dat hoogste level te ondersteunen en uit te dagen. Daarbij wil ik ze ook met elkaar in contact brengen. Ik heb daarvoor een online platform ingericht waar leraren kennis, ervaringen en ideeën kunnen uitwisselen. Zelf het wiel uitvinden kost te veel tijd. Doe het dus samen.’

‘Gamification in de klas. Ontwerpen met het mission start model’ van Sem van Geffen is uitgegeven door het Koning Willem I College in Den Bosch. Het boek is onder andere verkrijgbaar bij Bol.com en Managementboek.

24 oktober 2014

Tweede ronde in gesprek over alcohol en drugs in de Beerzen

Beer wuerzburger hofbraue v.jpg
"Beer wuerzburger hofbraue v"
by Christian "
VisualBeo

HorvatOwn work
Licensed under CC BY-SA 3.0 
via Wikimedia Commons.
Een kleine twintig ouders, vertegenwoordigers van verenigingen, de horeca, onderwijs, politiek, welzijn en overheid ontmoetten elkaar op woensdag 15 oktober in de oude bibliotheek in Middelbeers. Onder begeleiding van Beerzenaren én ouders Herm Kisjes en Erno Mijland gingen ze in dialoog over het thema alcohol en drugs. Doel van de avond was om voortbordurend op een eerdere avond in juni te komen tot concrete ideeën voor preventie.

Groepsdruk
Een van de thema’s van de avond was het kunnen omgaan met groepsdruk. Die druk wordt ervaren door jongeren (de ‘vriendengroep’), maar ook bij volwassenen. Als je je als volwassene bijvoorbeeld strikt wilt houden aan de leeftijdsgrens voor alcohol van 18 jaar, krijg je soms te maken met ‘til er toch niet zo zwaar aan’-reacties. Bijvoorbeeld van ouders van kinderen in een vriendengroep, maar ook als verantwoordelijke in een vereniging. Als ouders, verenigingen enz. meer één lijn zouden trekken, zou dat helpen.
Een van de conclusies van de avond is dat we jongeren en ouders moeten leren hoe je niet zwicht voor groepsdruk. Het gaat dus niet alleen om kennis van de risico’s, maar ook weten hoe je omgaat met die druk. ‘Hoe zeg je nee?’ noteerde een van de subgroepen. Je zou een campagne of activiteit kunnen starten met de titel ‘Nee = Oké’. Het helpt ook binnen bijvoorbeeld verenigingen leden expliciet een document te laten ondertekenen waarin ze beloven zich aan de normen en waarden op het gebied van drugs en alcohol te houden.
Leuke alcoholvrije feesten en activiteiten dragen ook bij om te laten zien dat je ook ‘fun’ kunt hebben zonder drank. Club Soda in Best is een voorbeeld.

Voorlichting
Goede voorlichting is belangrijk. Door dit structureel - bijvoorbeeld jaarlijks - aan te bieden sla je twee vliegen in één klap. Je bereikt meer jongeren en ouders op het moment dat het thema actueel wordt. De vroege puberteit is een belangrijke fase: ze zijn nog niet begonnen met alcohol en drugs en staan meer open voor informatie.
Ten tweede heb je als organisator minder last van de mogelijke beleving van het publiek dat de preventie-activiteit gedreven is door een incident of trend in je vereniging of organisatie. Het is immers een vast onderdeel van het programma.
De vraag blijft: hoe krijg je de ouders naar informatie-avonden die zich het minst bekommeren om de risico’s van alcohol- en drugsgebruik bij hun kinderen? Verplichten is moeilijk, maar je kunt wel ouderavonden op school organiseren, waarbij er ook ‘need to know’-informatie wordt gegeven. Wie wegblijft mist dan iets essentieels. Of ze verleiden met een aansprekend programma.

Schokkend of ludiek?
Wat werkt in die voorlichting? Moet je werken met ludieke acties of met confronterende boodschappen. Ludieke acties zijn bijvoorbeeld een Facebook-wedstrijd: ‘hoe zou ik eruit zien als ik teveel heb gebruikt?’ Of naar een Bests voorbeeld: 40 dagen zonder alcohol na carnaval. Of een prijsvraag via Twitter.
Harder van toon zijn de voorlichtingen door bijvoorbeeld de Eindhovense dokter Pelleboer van de alcoholpoli, die laat zien wat er met de hersenen gebeurt bij overmatig drankgebruik. Of de confrontatie met een ervaringsdeskundige, liefst iemand uit de eigen omgeving, bij wie het helemaal mis ging. Een van de deelnemers is zo’n ervaringsdeskundige. Hij heeft toegezegd mee te willen werken aan te organiseren activiteiten.
Ideeën uit de groepen waren verder onder andere het maken van een filmpje of een toneelstuk, het verspreiden van schokkende foto’s van hersenbeschadigingen. We moeten verschillende paden bewandelen: ludiek én schokkend.

Overheid
De rol van de overheid is belangrijk. Er moet meer gehandhaafd worden en risicovolle situaties moeten actiever worden opgespoord en benaderd. Denk aan het kamperen bij de boer dat erg populair is onder jongeren. In Reusel moet het kamperen bij de boer gemeld worden, waarna er een brief naar de betrokken boer gaat met de regels rond alcohol en drugs.
Bij het verlenen van evenementenvergunningen kan meer geëist worden van de organisator op het gebied van preventie. De gemeente kan ook actiever zijn door bij te organiseren bijeenkomsten over alcohol en drugs ouders actief te benaderen. In de gemeentelijke administratie is immers precies te zien wie ouder is van een kind in de relevante leeftijdsfase. Jongerenwerkers moeten hier vanuit hun opdracht een regisserende en deels uitvoerende rol oppakken.

Beers model
Deelnemers pleiten voor het hanteren van het Beerse model als het gaat om preventie voor alcohol en drugs. Dat wil zeggen: betrekken en medeverantwoordelijk maken van zoveel mogelijk partijen binnen de Beerse gemeenschap, zoals verenigingen, hulpverlening, vrijwilligers enzovoort. Vanuit die gedachte gaat een aantal deelnemers als groep aan de slag met het organiseren van een eerste informatiebijeenkomst. Herm Kisjes zal het initiatief nemen om te komen tot een afspraak. De geopperde ideeën worden meegenomen in dit vervolgtraject.

18 oktober 2014

'I know nothing': de kunst van leren organiseren in een vak dat je niet beheerst

Kun je kinderen iets laten leren binnen een vakgebied waarin je zelf niet of weinig thuis bent?

Een relevante vraag, bijvoorbeeld voor al die leerkrachten op basisscholen die steeds vaker te horen krijgen dat ze kinderen moeten leren programmeren, terwijl ze nog nooit ook maar het kleinste stukje code hebben geproefd.

Voor wie de school nog ziet als een pomp waar leerlingen naartoe moeten gaan om met hun emmertje het schaarse water van kennis te komen halen, luidt het antwoord waarschijnlijk 'nee'.

Maar er is iets veranderd de afgelopen 15 jaar. Het internet kwam razendsnel op en overspoelt ons nu met een tsunami van informatie: van wikipedia-lemma tot tutorial op YouTube. Met die overvloed aan 'water' slaan die pomp en dat emmertje nergens meer op. Als scholen relevant willen blijven, moet onderwijs meer worden dan 'pompje spelen'. Leerkrachten én leerlingen zullen moeten leren surfen op de golven. Maar betekent dat, dat je de vraag nu met 'ja' kunt beantwoorden?

Ja.

Als het goed is, is de leerkracht op veel kennisgebieden natuurlijk verder dan diens leerlingen. Dat is belangrijk. Maar veel belangrijker: de leerkracht is een pedagogisch-didactisch expert, heeft de wijsheid die bij het ouder zijn hoort en is in zijn houding en gedrag een rolmodel. Dat - samen met de oneindige toegang tot kennis en mensen met kennis (denk bijvoorbeeld ook eens aan een gastdocent voor inbreng van specifieke expertise) - stelt hem of haar in staat ook onderwijs te organiseren op gebieden, waar hij/zij niet erg in thuis is.

Op het gebied van ict en programmeren komt daar nog iets bij. Veel kinderen doen buiten school spelenderwijs kennis op van ict: ze bouwen kastelen in Minecraft of programmeren hun Lego Mindstorm-robot. Zij zijn handig, de leerkracht is verstandig. Tel dat bij elkaar op, zet kinderen vaker in de expertrol en maak van je klas een lerend netwerk.

Elke maandag begeleid ik een groep van twaalf kinderen van 10 tot 16 jaar met ict-activiteiten: een computerclub. Ik laat de kinderen zelf projecten bedenken en oppakken. Ik weet best wat van programmeren, maar de kinderen weten op vele deelgebieden meer dan ik. Ik faciliteer en stimuleer, maar als het om kennis gaat speel of ben ik Manuel uit Fawlty Towers: 'I know nothing'. Om ze vervolgens te verwijzen naar een clubgenoot of naar het internet. En daarbij de hoge verwachting te uiten dat ze de oplossing zullen vinden. En dat ik benieuwd ben, nieuwsgierig naar die oplossing. Het werkt. Zij leren veel, ook over hoe je vraagstukken zelfstandig oplost. Ik leer mee.

Om Manuel te kunnen zijn, moet je wel durven loslaten. Bijvoorbeeld door te 'accepteren dat leerlingen programma's maken waar de leerkracht van tevoren niet zelf aan gedacht heeft', zoals docent informatica Mariëlle Stoelinga vandaag in Trouw stelt (lees via Blendle).

Ik heb misschien gemakkelijk praten. Een club is een relatief vrijblijvende setting ten opzichte van een school. Aan de andere kant: ik zie wat er allemaal geleerd wordt, ook als ik 'I know nothing' zeg. En veel leren, dat is toch het idee van school?

14 oktober 2014

Kennis delen gaat vanzelf...

“Kennis delen gaat vanzelf in Society 3.0, welk onderwijs hebben wij (nu) nodig om samen Society 3.0 te bouwen?” 

Met die vraag gaan we morgen aan de slag in Seats2Meet in Utrecht. We, dat zijn Claire Boonstra van Operation Education, John Moravec, auteur van Knowmad Society, Maurice de Hond van Steve Jobsscholen, Hedwyg van Groenendaal van Prezi University, Jan Fasen van scholengemeenschap Agora en Heyy en ik.

In de aanloop naar de bijeenkomst werd alvast een prikkelende vraag de digitale ether ingeslingerd: hebben we straks nog wel onderwijs nodig? Ik geef alvast mijn antwoord: 'Ja, maar wel ánder onderwijs.'

Het kerndoelenboekje voor het primair onderwijs formuleert drie functies van onderwijs:

  • het draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen;
  • het zorgt voor overdracht van maatschappelijke en culturele verworvenheden en
  • het rust kinderen toe voor participatie in de samenleving
Als kennis delen steeds meer vanzelf gaat, heeft dat effect op deze drie functies:
  • Op het gebied van persoonlijke ontwikkeling kunnen (en moeten) we veel meer tegemoet komen aan individuele talenten, belangstelling, mogelijkheden van kinderen.
  • In onze 'fundamenteel gemedialiseerde samenleving' (Raad voor Cultuur, 2005) zijn media - naast het onderwijs - erg belangrijk geworden in de overdracht van maatschappelijke en culturele verworvenheden. Onderwijs zal hierop positie moeten innemen, bijvoorbeeld door veel meer aandacht te geven aan mediawijsheid en door belangrijke verworvenheden die ondergesneeuwd dreigen te raken in het mediageweld over te brengen (het culturele palet uit te breiden).
  • Kinderen die nu starten op de basisschool, zullen vanaf ongeveer 2030 als medeverantwoordelijke burger hun steentje moeten gaan bijdragen. Toegerust worden voor een snel veranderende samenleving vraagt van het onderwijs om na te denken welke kennis, vaardigheden én attitudes nodig zijn om mee te kunnen blijven doen. Daarbij gaat het overigens niet alleen om werk, maar om burgerschap, duurzaamheid en betekenisvol leven. 
Kennis delen gaat vanzelf. Elke dag komen er nieuwe mogelijkheden bij: tutorials op YouTube, MOOC's, betaalbare hardware. Om hier slim gebruik van te maken, zijn twee dingen nodig:
  • Een stevig kennisfundament. Denk aan taalvaardigheid, rekenen, maar ook principes begrijpen van bijvoorbeeld natuurkunde, biologie en programmeren. Je zult moeten begrijpen hoe de wereld om je heen werkt om hem verder te kunnen gaan verkennen.
  • 'Hogere autodidactiek', ofwel leren hoe je gebruik kunt maken van het feit dat kennis halen en brengen vanzelf gaat. Dit gaat wat mij betreft verder dan leren leren.
Ik ben benieuwd naar de dialoog morgen!